LinksSitemapContact
U bent hier:

Kanker in het gezin. Hoe dochter en moeder versterkt uit de strijd komen

Stilaan kent iedereen wel iemand die aan kanker lijdt. Soms gaat het nog om een vage kennis of een oude schoolvriend. Maar steeds vaker verplaatst de ziekte zich naar je eigen huisgezin, naar je grootvader, je moeder of je collega. Karlien Robben was 15 toen haar moeder kanker kreeg. Nu, tien jaar later, blikt ze terug op die moeilijke periode. Om vast te stellen dat toen het startsein werd gegeven voor een proces dat beiden, moeder en dochter, veranderd en verrijkt heeft.

Tekst: Annemie T'Seyen, uit Leven 6, april 2000

"Ik was 15, de winterexamens stonden voor de deur en ik kwam thuis van school. Op tafel lag een briefomslag met daarop geschreven "mammografie". En hoewel ik helemaal niet wist wat dit woord betekende, ging er in mijn hoofd meteen een rood lampje flikkeren." Karlien praat beheerst maar nauwgezet, haar woorden wikkend en wegend. Dit zijn geen vage herinneringen maar glasheldere feiten, scenario"s die tot in detail in haar geest zijn opgeslagen, en die een plaats hebben gevonden in het brede kader dat "het leven" heet.

""Dat briefje is voor de gynaecoloog. Ik ben zwanger", probeerde mijn moeder nog ontwijkend, maar dat leugentje om bestwil kon er bij mij niet in. Iets in mij vertelde dat het ernstig was, en ik moest en zou weten waar het om ging. Zozeer zelfs, dat ik in het weekend met mijn ouders meeging naar de Ardennen, terwijl ik mij voorgenomen had thuis twee dagen te studeren. Die zaterdag kreeg ik dan te horen dat mijn moeder borstkanker had, en snel geopereerd zou worden."
"Achteraf gezien is het vooral het woord "kanker" dat me een schok heeft gegeven. Ziekte, opname in het ziekenhuis en operaties boezemden me weinig angst in: mama had voordien al verschillende heelkundige ingrepen moeten ondergaan, en telkens weer had ze zich prima uit de slag getrokken. Maar "kanker", dat klonk zo fataal, zo levensbedreigend. Toch heb ik nooit gevreesd dat ik mama zou verliezen. Wellicht omdat ze zelf nooit enig spoor van doodsangst heeft laten blijken. Mama was en is een eeuwige optimist en een humorist. Als ze al angst of verdriet voelde, zou ze dat niet gauw aan ons laten merken."

Praten over kanker: nog altijd taboe?
"Ik herinner me nog hoe ik op de achterbank van de auto zat, met mijn wiskundeboeken op schoot, op weg naar mama die net geopereerd was. Of hoe de leraar bij wie ik mijn hart uitstortte, me verzekerde dat kanker "heus zo erg niet was en heel goed te genezen". Dat was wellicht goed bedoeld, maar ik bleef met mijn gevoelens wel mooi in de kou staan. Verder werd er op school weinig over mijn moeders ziekte gepraat, en ook bij vriendinnetjes thuis of in mijn directe omgeving voelde ik dat "het" liever ontweken werd. Ach, iedereen is bang van kanker: om het zelf te krijgen, maar ook om erover te praten."
"Ik had daar weinig problemen mee, omdat ik een heel sterke en open band met mijn moeder had en dus altijd bij haar terechtkon, zelfs in die moeilijke periode. Maar ik kan me voorstellen dat in andere situaties dit taboe moordend is: als het woord kanker in de lucht hangt, worden het weer en de sport plots onuitputtelijke gespreksonderwerpen. In een wijde boog wordt om de ziekte heen gelopen, terwijl zoveel patiënten en hun omgeving schreeuwen om te horen en gehoord te worden. Neen, ik ben ervan overtuigd dat je door toneel te spelen of je kop in het zand te steken, niemand een dienst bewijst. Openheid is volgens mij essentieel."

Neen zeggen
"Mama heeft zich altijd goed gehouden, té goed wellicht: ze wilde ons niet met haar ziekte belasten en gebruikte humor als wapen tegen pijn, angst, onrust. Over mijn schuldgevoelens - misschien was het wel mede door mij dat mama kanker had gekregen - heb ik het nooit expliciet met haar gehad: ik had toen zo het idee dat ze die ook wel zou "wegwuiven".
Dat moedige, dat eeuwig opgewekte was een van mama"s sterkste, maar tegelijk ook een van haar meest kwetsbare punten. Mama was iemand die altijd voor iedereen klaarstond, die zich makkelijk wegcijferde en zelden aan zichzelf toekwam. Ze kon moeilijk neen zeggen als iemand haar om hulp vroeg, en ging daarbij ook wel eens over haar eigen grenzen. Eigenlijk denk ik dat dit één van de factoren is die haar meer vatbaar maakte voor de ziekte."
"Overigens, als ik het ergens moeilijk mee heb gehad, is het niet zozeer met de kanker zelf dan wel met de veranderingen die de ziekte in mijn moeders "zijn" hebben teweeggebracht. Haar kanker is heel duidelijk het begin geweest van een bijzonder ingrijpend proces waarvan ik nu, tien jaar later en op eigen benen, de gevolgen heel duidelijk ervaar. Mijn moeder blijkt nu ook iemand te zijn die "neen" kan zeggen, die grenzen stelt, die haar eigen wil doordrijft in plaats van altijd en onvoorwaardelijk beschikbaar te zijn voor anderen. Uiteraard kan ik dit alleen maar toejuichen, maar het is wel even wennen."

Grote schoonmaak
"Het is een bekend gegeven dat mensen die iets heel ergs hebben meegemaakt, hun levensstijl aanpassen. Dat geldt voor mama, en ook voor mij. Allebei ergeren we ons aan mensen die zich druk maken om futiliteiten. En aan elkaar, als een van beiden zich toch door banaliteiten laat meeslepen. Al zou ik ook heel soms een moeder willen die gezellig "meeklaagt en zeurt en treurt", in plaats van te moeten horen "dat het allemaal zo erg niet kan zijn".
Het is me ook opgevallen dat mijn moeder na haar ziekte grote schoonmaak heeft gehouden in haar vriendenkring. Ze is veel selectiever geworden, en dat waardeer ik. Ook professioneel heeft mijn moeder het over een andere boeg gegooid: haar slopende praktijk als psychotherapeute heeft ze afgebouwd om natuurgeneeskunde te gaan studeren. Iets waarvan ik, in mijn eigen praktijk als therapeute, ook al meer dan één graantje heb kunnen meepikken."

Grappen en grollen
"Als mijn moeders ziekte nu nog ter sprake komt, is het vaak al grappend en grollend. Mijn mama zegt ook wel eens: "Die ziekte is voor mij een zegen geweest". Voor buitenstaanders of mensen die momenteel tegen kanker vechten, is dit misschien schokkend, maar voor mij is dat het beste bewijs dat de ziekte in ons gezin een plaats en een betekenis heeft gekregen."

Naar het verhalenoverzicht