LinksSitemapContact
U bent hier:

'Kanker is geen romantiek'. Marie-José Van Humbeeck over haar pijn en verdriet

Marie-José Van Humbeeck. Foto Eric de Mildt "Al die verhaaltjes die je leest, ik erger me er mateloos aan. Kanker zou mensen dichter bij elkaar brengen. Kanker zou het leven in positieve zin veranderen. Komaan, het is gewoon een rottige ziekte. Ze heeft een einde gemaakt aan ons geluk."

In juni 2001 verscheen in het weekblad Humo een interview met Elisabeth Erauw, de weduwe van publicist Johan Anthierens. Ze vertelde over de pijn en het verdriet na het verlies van haar man (Johan Anthierens stierf in maart 2000 aan de Ziekte van Hodgkin, nvdr). Marie-José Van Humbeeck werd sterk getroffen door dat verhaal. Ook zij verloor in november 2000 haar man aan kanker, na een gevecht van twee en een half jaar. "Ik herkende mezelf in het verhaal van mevrouw Erauw. Bij mij gaat het net zo. Het is zoals eb en vloed: er zijn dagen waarop het vrij goed gaat, op andere dagen kom ik niet vooruit. Dan denk ik nog altijd: zal hij nu niet naar huis komen? Maar steeds meer begint het besef door te dringen dat hij nooit meer terugkomt. Dat is moeilijk te aanvaarden."

"Het is nu veertien maanden geleden maar ik blijf Guido missen. Ik word wakker en de plaats naast me is leeg. Ik ga slapen, de plaats naast me is leeg. Ik trek een kast open en er ligt nog iets van hem. Alles in dit huis herinnert aan Guido. In een interview zei een vrouw eens: "De pijn en het verdriet milderen maar het heimwee naar de persoon gaat nooit weg". Die zin drukt perfect uit wat ik voel. Het is niet zo dat ik hier elke dag loop te wenen. Ik heb de draad van mijn leven weer opgenomen maar de mensen mogen van mij niet verwachten dat ik doe alsof er niets gebeurd is. Vergeten kan ik niet. Daarvoor was onze band te hecht."

Jaloers
Marie-José: "Mensen denken dat je je verdriet vergeet in gezelschap maar bij mij is het omgekeerde waar. Toen Guido's ouders onlangs 50 jaar getrouwd waren, gingen we met de hele familie naar de Ardennen. Het hele weekend had ik het lastig, er ontbrak iemand. Al die koppels, en ik was alleen. Was het mogelijk geweest naar huis te komen, ik had het zeker gedaan. En zo word ik voortdurend geconfronteerd met wat ik kwijt ben. Ik ben een beetje jaloers op het geluk van anderen. Even mekaars hand vasthouden, wij kunnen dat niet meer. Het is zo spijtig dat we niet samen oud konden worden."

"Mensen zeggen me vaak dat ik toch 25 jaar gelukkig ben geweest en dat veel anderen slechter af zijn. Ik besef dat wel maar dat vermindert de pijn niet. In zijn pijn is iedereen egocentrisch. Ik weet ook niet of er ooit nog iemand anders komt. Tijdens een van de laatste weken van zijn leven had Guido het er over, over opnieuw beginnen eens hij er niet meer was. Ik zei hem dat ik niet dacht dat het twee keer in een leven zo goed kon klikken als met hem. Ik denk dat ik te veel zou vergelijken. Dat wil niet zeggen dat ik een nieuwe relatie totaal uitsluit, maar op dit ogenblik ben ik er zeker nog niet aan toe. Ik heb het al moeilijk genoeg om zelf te overleven, ik heb geen energie over voor een relatie. Ik zeg vaak dat ik niet meer leef maar overleef. Ik neem de dag zoals hij komt. Ik plan niet meer op lange termijn want het leven kan plots een totaal onverwachte wending nemen. Misschien verandert dat wel als er kleinkinderen zijn. Ik weet het niet."

Derde persoon
Guido was twee en een half jaar ziek. Dat was een periode van ups en downs. "We waren een heel goed koppel maar we hebben moeilijke momenten gekend. Je leest vaak dat kanker mensen dichter bij elkaar heeft gebracht. Ik geloof daar niet in. Wij waren gelukkig samen, we hadden zeker geen kanker nodig om ons dichter bij elkaar te brengen. Je beseft wel dat je misschien niet veel tijd meer hebt en dat je er alles moet uithalen, maar wij zijn er geen beter koppel van geworden."
"Ook de verhaaltjes dat kanker het leven in positieve zin zou veranderen, storen me enorm. Wielrenner Lance Armstrong, die zegt dat kanker het beste is dat hem kon overkomen, heeft makkelijk praten. Hij heeft een tweede kans gekregen, Guido niet. Kanker is geen romantiek, het heeft een einde gemaakt aan ons geluk. Het is gewoon een rottige ziekte die je nooit met rust laat. Het is een derde persoon die altijd bij ons was. Wat we ook deden, altijd speelde die vraag in ons achterhoofd: hoe lang nog? Op zijn laatste verjaardag stond Guido wafels te bakken voor de hele familie. Ik dacht onmiddellijk dat dat misschien wel de laatste keer zou zijn."

"En toch kan je je niet voorbereiden op de dood. We wisten dat het zou gebeuren maar we bleven hopen op genezing, op een mirakel. We voerden ook geen urenlange gesprekken over de dood, we praatten er enkel over als Guido er over begon. Zo gaf hij te kennen dat hij het liefst thuis zou sterven. En dat is ook zo gebeurd, daar ben ik heel blij om."
"Ik had het geluk dat ik altijd kon terugvallen op de steun van Guido's zus en een van mijn collega's. Zij zijn nu nog steeds de mensen op wie ik kan rekenen. En wat ik niet kan zeggen, schrijf ik op. Ik ben een dagboek begonnen op de dag van de diagnose. Ik heb er nog altijd enorm veel aan. 's Avonds schrijf ik dan een brief naar Guido. Ik vertel hem over de kinderen, over wat er gebeurt. Ik weet dat ik geen antwoord krijg, maar ik vind er troost in. Ik ga ook nog vaak naar het kerkhof, gewoon om wat met hem te praten. Dat is mijn manier om met mijn verdriet om te gaan."

Naar het verhalenoverzicht