LinksSitemapContact
U bent hier:

Kanker: er is leven na de ziekte

Magda Arnouts is een vrouw van 54 die bruist van levens- en werklust. Niets doet vermoeden dat zij nauwelijks twee jaar geleden nog een zeer zware strijd tegen kanker voerde. Nu vertelt ze met een verrassende openheid over de breuklijn in haar bestaan, het "vóór" en "na", en hoe zij nu meer dan ooit van het leven geniet.

Tekst: Annemie T'Seyen, uit Leven 1, januari 1999

Magda: "Na bijna een jaar van "sukkelen", futloosheid en antibioticakuren voor een vermeende darminfectie, werd ik in februari 1997 in het plaatselijke ziekenhuis opgenomen. Al snel volgde het verdict: een kwaadaardig gezwel op de eierstokken. Ik zou op zeer korte termijn geopereerd worden. Met dat bericht mocht ik terug naar mijn kamer, alleen. Nauwelijks één uur voordien was mijn schoonzus aan kanker overleden, en mijn man was bij de familie. Ik begrijp nog steeds niet hoe ik van bij de dokter terug in mijn bed ben geraakt."

Op aanraden van uw werkgever en collega"s bent u dan naar een universitair ziekenhuis gegaan voor een tweede opinie.
Magda: "Inderdaad, al was ik daar eerlijk gezegd eerst niet zo happig op. Een behandeling dicht bij huis leek me veel makkelijker, ook voor mijn man die niet graag met de auto rijdt. Maar omdat het om zo"n ernstige en ingrijpende ingreep ging, gaf ik toe. Gelukkig maar, want de overstap naar een gespecialiseerde kankerafdeling heeft me waarschijnlijk het leven gered.
Ik ben meteen in een stroom van onderzoeken terechtgekomen, en na een kleine week werd me de volledige diagnose en het behandelingsschema uit de doeken gedaan: 6 weeksessies chemotherapie, tussen de 4de en 5de sessie een operatie en daarna nog 33 bestralingen. Toen ik dat hoorde, zonk de moed me in de schoenen. "En als ik helemaal niks doe?", durfde ik nog te vragen. Waarop de dokter me vriendelijk maar kordaat geantwoord heeft: "Mevrouw, dan geef ik u geen twee maanden meer". Dat was overtuigend genoeg."

Kon u zich een idee vormen van wat u te wachten stond?
Magda: "Hoe je emotioneel zal reageren, is natuurlijk moeilijk vooraf in te schatten. Maar mijn man en ik werden wel ontzettend goed voorbereid. Vóór elke stap in de therapie vertelden ze ons precies wat er ging gebeuren, waarom, en welke neveneffecten ik kon verwachten. We mochten zoveel en zo vaak uitleg vragen als nodig, en bovendien kregen we telkens een brochure mee waarin alles nog eens duidelijk werd uitgelegd. Maar vooral het feit dat een arts elke dag tijd maakt om even langs te komen, dat een verpleegster ziet dat je het moeilijk hebt en zegt "laat je maar even gaan", dat ze je man geruststelt als die even niet weet wat te doen, dàt zijn dingen van onschatbare waarde."

Uw leven stond nu in het teken van de kankertherapie
Magda: "Niet alleen míjn leven, ook dat van mijn man. Tijdens de sessies chemotherapie, die telkens van maandag tot vrijdag duurden, heeft hij steeds in het familiehuis dicht bij het ziekenhuis gelogeerd: zo was ik nooit alleen, en moest hij niet elke dag al die kilometers heen en weer rijden. Dat lijkt vanzelfsprekender dan het was. Wie had ooit gedacht dat die noeste, zwijgzame werker erin zou slagen om vlot met vreemden in één huis samen te leven, en er zelfs vrienden te maken? En ook in de periodes thuis, tussen twee chemosessies in en tijdens de bestralingen, stond mijn man plots voor een heleboel nieuwe opdrachten: bankzaken regelen, inkopen doen, koken, de was en de plas. Allemaal dingen waar hij zich nooit mee bemoeid had. Op één jaar tijd heeft hij alles geleerd -al hebben we af en toe wel wat leergeld betaald. (lacht)"

Na de tweede chemosessie kreeg u te horen dat het goed ging, dat u kon geopereerd worden en alle kansen had om te genezen.
Magda: "Tussen de vierde en de vijfde sessie zouden ze opereren, en dat vooruitzicht was enorm bemoedigend. "Als ik hier ooit uitkom, ga ik naar Lourdes", heb ik toen gezworen. En dat hebben we afgelopen zomer dan ook gedaan!
Ook de operatie was tot in de details voorbereid, en dank zij de pijnpomp ben ik die eerste, kwade dagen na de narcose toch nog goed doorgekomen.
Na de laatste chemosessie heb ik dan 6 weken recuperatietijd gekregen vóór met de bestralingen werd gestart.

Al die tijd bleef het contact met familie, vrienden en collega"s bestaan.
Magda: "Zeker, al had ik het soms moeilijk en moest ik me dwingen om niet in een hoekje weg te kruipen. Wie was ik? Een zieke, magere, bleke, kale vrouw. Maar als mijn collega dan belde dat ze me zou ophalen om op het werk te gaan lunchen, want dat iedereen me graag nog eens wilde zien, dan wist ik het weer: ik moest erdoor! Ik heb nooit zoveel kleren, sjaals en vooral potjes bruine gezichtscrème gekocht als in die tijd!"

U bent dan nog gedurende 2 maanden bestraald, en na een rustperiode van 2 maanden bent u in januari terug aan het werk gegaan. Was u bang voor de nieuwe start?
Magda: "Neen, ik was veel te blij dat ik terug aan het werk kon, en ik was er ook van overtuigd dat het me zou lukken. Ik doe wel minder uren dan vroeger, en mijn man is het intussen gewend om in het huishouden te helpen. Maar het is en blijft natuurlijk een wonder dat ik hier terug al die trappen op en af loop. Bovendien ga ik elke week zwemmen en ik fiets veel: dat heb ik vroeger nooit gedaan.
De chemotherapie heeft natuurlijk wel haar sporen nagelaten, zoals die gevoelloosheid in mijn vingers en tenen, de oorsuizingen en het gehoorverlies. Maar dan denk ik: is het dat maar? Iets twee keer vragen kan ook, en op mijn 54ste moet ik niet meer springen en huppelen als een jonge hinde.
Al bij al hebben mijn man en ik ons heel goed door deze zwarte periode heen geslagen, en genieten we nu veel meer van het leven. Er gaat geen dag voorbij of het schiet door mijn hoofd: wat heb ik geluk gehad!"

Naar het verhalenoverzicht