Kanker en politiek. Minister Vandenbroucke zet nieuw kankerbeleid in de steigers
A- en B-geneesmiddelen
A-geneesmiddelen zijn noodzakelijk voor de behandeling (chemotherapie bijvoorbeeld) en worden nu al helemaal terugbetaald. B-geneesmiddelen zijn vooral belangrijk om nevenwerkingen op te vangen. Kankerpatiënten hebben vaak nood aan geneesmiddelen uit die categorie, zoals pijnstillers en antibraakmiddelen.
"We hebben een jaar lang gepraat en gediscussieerd met de medische sector. De tijd is gekomen om knopen door te hakken." Minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (SP) trekt de krijtlijnen voor een vernieuwd beleid in de kankerzorg. Achter termen als "maximale gezondheidsfactuur" of "oncologische zorgprogramma's" schuilt een voor de patiënt even ambitieus als positief einddoel: minder betalen voor een betere zorg. Hoe dat zo? Vandenbroucke spreekt.Tekst: Marc Peirs, uit Leven 10, april 2001
"De Vlaamse Liga tegen Kanker is met sterke cijfers naar buiten gekomen die aantonen dat kanker arm maakt. Veel mensen die door de ziekte worden getroffen, leven van een vervangingsinkomen. En voor élke patiënt geldt dat hij een zware factuur moet betalen voor geneesmiddelen, gezinszorg, hospitalisatie. In de moderne geneeskunde worden de behandelingen steeds beter maar ook duurder. We moeten ingrijpen of we lopen het risico een gezondheidszorg 'met twee snelheden' te krijgen, waarbij kwaliteitsvolle zorg alleen voor bemiddelde mensen is weggelegd. Dat geldt niet alleen voor mensen met kanker. Deze algemene problematiek eist een algemene oplossing."
"Daarom moeten we onze gezondheidszorg grondig herdenken. Tot nu springt de ziekteverzekering beetje bij beetje bij: je gaat naar de dokter en de ziekteverzekering betaalt een deel van het consult, je koopt een geneesmiddel en de overheid betaalt een deel van de kostprijs. Zo'n 'bescherming of terugbetaling per prestatie' is oké voor wie niet al te vaak een beroep moet doen op de dokter. Maar wie dikwijls op consult moet, langdurig ziek of gehospitaliseerd is, veel geneesmiddelen nodig heeft, die heeft met dit systeem geen goeie bescherming. Daarom wil ik de ziekteverzekering op een nieuwe leest schoeien. We gaan kijken naar de totale som die de patiënt voor zijn zorg per jaar uitgeeft: die som gaan we begrenzen. Alles wat bovenop dat plafond komt, betaalt de ziekteverzekering integraal terug. Dat is de kernidee van de 'maximale gezondheidsfactuur'."
"Vandaag bestaan al de zogenaamde 'sociale' en 'fiscale' franchise. Wie een beschermd sociaal statuut heeft, zoals invaliden of gepensioneerden met een bescheiden inkomen, kan gebruik maken van de 'sociale franchise'. Als de dokterskosten en een deel van de hospitaalkosten boven de 15.000 frank per jaar stijgen, hoeft men geen remgeld meer te betalen. Daarnaast kan iedereen genieten van de 'fiscale franchise'. Via de belastingbrief krijg je een tegemoetkoming in de ziektekosten. Maar die fiscale franchise werkt omslachtig en traag. Er gaat twee jaar overheen voor je de tegemoetkoming krijgt. Bovendien zitten lang niet alle ziektekosten in de franchise. Slechts een deel van de hospitalisatiekost zit erin, en medicatiekosten al helemaal niet. Terwijl uit de enquête van de VLK blijkt dat de kankerpatiënten die bij de VLK aankloppen jaarlijks gemiddeld tegen de 30.000 frank uitgeven aan medicatie. Erg veel! Met de 'maximale gezondheidsfactuur' zetten we een rem op de eigen bijdrage én we laten die rem sneller werken."
"Dit jaar zet ik een eerste stap in de realisatie van de 'maximale gezondheidsfactuur'. Ik heb binnen de regering een extra budget van 1,4 miljard bedongen om de B-geneesmiddelen (zie kader), mee op te laten nemen in de franchisesystemen. We onderzoeken nu welke geneesmiddelen hiervoor precies in aanmerking komen. Als alles goed gaat, kan het systeem in de tweede helft van dit jaar in werking treden. Op de totale uitgaven in de ziekteverzekering, 540 miljard frank, is 1,4 miljard inderdaad een klein bedrag. Maar het is een eerste signaal, een groeibedrag."
"De komende jaren wil ik verder gaan door de belangrijke hospitalisatiekosten mee te laten tellen in de maximale gezondheidsfactuur. En daarna zal hetzelfde gelden voor materiaalkosten. Voor de niet-medische hulp ligt het iets moeilijker, omdat dat beleidsdomein grotendeels een bevoegdheid is van de Vlaamse regering. Bejaardenhulp, om één voorbeeld te noemen, valt onder de Vlaamse regering. Ik kán die kosten dus niet opnemen in de maximale gezondheidsfactuur. Maar ik ben ervan overtuigd dat grondig overleg met de bevoegde Vlaamse minister (in de ploeg Dewael is dat Mieke Vogels van Agalev, nvdr) een oplossing kan brengen. In de federale regering zijn de collega's er alvast van doordrongen dat die 1,4 miljard een eerste stap is. En dat ik bij de volgende begrotingsronde méér zal eisen. In enkele jaren tijd willen we immers een heel nieuwe sociale bescherming voor zieken opzetten. Daar is geld voor nodig."
"Betaalbare zorg is één zaak, kwaliteitsverbetering is mijn tweede doelstelling. Vandaar de oprichting van de 'oncologische zorgprogramma's'. Dat houdt onder andere in dat teams van specialisten uit verschillende disciplines overleg plegen over elke behandeling voor elke kankerpatiënt. De moderne geneeskunde is zo complex, hoogtechnologisch en evolueert zo snel dat het voor een individuele arts bijzonder moeilijk is om alle nieuwe behandelingswijzen en onderzoeksresultaten te volgen, zelfs binnen één specialisatiegebied. Daarom zetten we de verschillende deskundigen rond de tafel. Wat is de optimale therapie? Kiezen we voor chemotherapie? Chirurgie? Radiotherapie? Of een combinatie? Samen beslissen ze over de beste behandeling. Uiteraard wordt ook de huisarts van de patiënt bij het team betrokken. En omdat geneeskunde niet alleen een zaak is van moleculen en bestraling, horen daar ook mensen bij die thuis zijn in de psychosociale hulpverlening. Overleg en behandeling in teamverband, dat is de kern van de hervorming die we tot stand willen brengen. Dat is het concept van de multidisciplinaire benadering."
"Natuurlijk wordt in sommige ziekenhuizen nu al in team gewerkt. Natuurlijk bestaat er al overleg tussen artsen. Maar wij willen dat veralgemenen en organiseren. En we betalen er voor. De betrokken artsen krijgen een vergoeding voor het extra werk: vergaderen, dossiers bestuderen. Dit jaar al trek ik daarvoor 200 miljoen frank uit. De oprichting van een dergelijk 'multidisciplinair oncologisch team', aangevuld met een psychosociaal team, is een voorwaarde voor erkenning van ziekenhuizen die meer willen aanbieden dan de basiszorg voor kankerpatiënten."
"Het ziekenhuis moet een zorgprogramma ontwikkelen onder leiding van een team waarin alle specialisten zetelen. Er moet een handboek worden opgesteld (met o.a. richtlijnen voor welke stappen ondernomen moeten worden voor welke behandeling, nvdr), gebaseerd op de jongste wetenschappelijke inzichten. Dat handboek moet ook voor de betrokken huisartsen beschikbaar zijn. Verder moet het ziekenhuis alle verschillende therapieën kunnen aanbieden: chemotherapie, heelkunde, radiotherapie.Ik beweer niet dat elk ziekenhuis alle behandelingswijzen onder eigen dak moet hebben. Ziekenhuizen kunnen de handen ineen slaan om dat hele gamma aan te bieden. Tot slot moet het ziekenhuis alle behandelingen en de resultaten ervan grondig registreren. Die cijfergegevens zijn enorm belangrijk. In de polemiek die recent heeft gewoed over de kwaliteit van de kankerzorg, kunnen wij als overheid niet eens een afdoend antwoord geven. Er zijn simpelweg onvoldoende cijfergegevens beschikbaar."
"Overleg tussen specialisten, betrokkenheid van de huisarts, psychosociale hulpverlening, grondige registratie van behandeling en resultaat: dat zijn in een notendop de strenge kwaliteitseisen voor ziekenhuizen die een oncologisch zorgprogramma willen aanbieden. Al een jaar lang ben ik aan het praten met de sector. Nu is het tijd om knopen door te hakken. Tegen de zomer zullen de principiële beslissingen genomen zijn. En tegen eind dit jaar wil ik de hervorming op het terrein gestalte geven. Tegelijkertijd richten we een nationaal 'college voor oncologie' op. Een ploeg van topexperten wordt dat, die op basis van de registratiegegevens en nieuwe wetenschappelijke inzichten voortdurend praktijkgerichte aanbevelingen over kankerzorg formuleren. Een onafhankelijke, permanente kwaliteitsbewaking."
"Absolute perfectie is een illusie als het aankomt op medische beslissingen. Maar ik ben ervan overtuigd dat deze hervorming de patiënt de garantie biedt op een betere behandeling. Dankzij overleg tussen de verschillende specialisten in de oncologische teams, zal de best mogelijke behandeling worden gekozen. Wanneer het gaat om keuzes die zo ingrijpend zijn voor het leven van de patiënt, dan is overleg stukken beter dan de keuze in handen van één persoon te laten. Dat geldt voor de hele medische wereld. En zelfs voor het hele leven."
Naar het verhalenoverzicht





