LinksSitemapContact
U bent hier:

Kanker en pijn. Dokter Raymond Mathijs: praten over pijn is de eerste stap

Wat heet 'pijn'?

Pijn is in oorsprong een beschermend mechanisme: een acute pijnscheut waarschuwt ons voor gevaar. Het geeft aan dat er iets misloopt in ons lichaam, en dat we maar beter kunnen reageren om erger leed te voorkomen. Acute pijn is dus een signaal dat we niet zomaar mogen negeren. Terugkerende pijn daarentegen heeft deze signaalfunctie helemaal verloren. Pijn biedt kankerpatiënten geen bescherming en brengt hen geen boodschap waarmee ze iets kunnen aanvangen. Het ondermijnt hun lichaam en brengt andere problemen met zich mee, zoals depressie, vermoeidheid, gebrek aan eetlust en slaapstoornissen. Kortom: kankerpijn is zinloze pijn, die doeltreffend moet worden bestreden.

"Tot zo'n 15 jaar geleden was de levenskwaliteit van kankerpatiënten iets wat nauwelijks aan bod kwam. Behandelen en genezen, daar draaide alles om. Over de psychosociale aspecten van kanker, de overweldigende emoties en angsten die de ziekte genereert, werd met geen woord gerept. Daarin is de laatste jaren gelukkig verandering gekomen. Spreken over kanker is niet langer een technische uiteenzetting over cellen die zich delen. Nu is kanker het verhaal van een mens, zijn ziekte en zijn medemens."

Tekst: Annemie T'Seyen, uit Leven 7, juli 2000

Aan het woord is dokter Raymond Mathijs, afdelingshoofd Medische Oncologie-Hematologie van het AZ Middelheim in Antwerpen. Hij was een van de pioniers die streefde naar een 'andere' kijk op kanker. Mede dankzij hem heeft zorgen voor de patiënt, in al zijn aspecten, een plaats gekregen in de geneeskunde. Pijnbestrijding speelt in deze zorgverlening een belangrijke rol. Niets tast een patiënt immers zo sterk aan in zijn menszijn, als pijn. Pijn takelt af, ondermijnt de weerstand, vormt een aanslag op de kwaliteit van het leven. Een mens met pijn verkeert in lichamelijke en geestelijke nood, en moet geholpen worden.

Praten over pijn
Kanker wordt nog steeds - en terecht - beschouwd als een pijnlijke ziekte. 70 tot 80% van alle kankerpatiënten met uitzaaiingen krijgt te kampen met pijn. En hoewel een goede pijnbestrijding in meer dan driekwart van de gevallen onnodig leed kan voorkomen, blijkt dat de pijn van kankerpatiënten nog steeds onderschat wordt. Volgens een Amerikaanse studie wordt pijn zelfs in één derde van de gevallen ondoeltreffend behandeld, zelfs in grote ziekenhuizen. Vanwaar die paradox?

Mathijs: "Onze opvoeding en onze cultuur stellen dat pijn iets is waartegen je dapper moet vechten. De kankerpatiënt die zijn ziekte moedig draagt, kan rekenen op respect en bewondering. Daardoor wordt pijn nog te vaak verzwegen en verbeten. Pijnbestrijding wordt pas mogelijk wanneer pijn geuit mág worden."

"En als er dan al over pijn mag worden gepraat, schiet onze taal vaak tekort. Pijn is een heel persoonlijk fenomeen, moeilijk te meten, niet welomschreven, niet iets dat iedereen op dezelfde manier ervaart. Bovendien is pijn geen losstaand symptoom: het hangt samen met angst, hoop, berusting en opstand. Spreken over pijn is dus ook leren omgaan met emoties. Pijnbestrijding begint daarom bij een goede communicatie, van twee kanten. Als patiënt moet je een manier zoeken om wat je voelt te omschrijven en mee te delen. Van de zorgverlener wordt verwacht dat hij die signalen opvangt en juist interpreteert. Want pijn, zo wordt gezegd, is wat de patiënt zegt dat het is. Luisteren naar wat de patiënt zegt, is het begin van de behandeling."

"In de pijnbestrijding wordt ook nog onvoldoende rekening gehouden met de tijdsbeleving van de patiënt. Zorgverleners zijn gewend te werken op het ritme van Kronos, de meetbare tijd. Snelheid en efficiëntie zijn hun bondgenoten. De arts vraagt naar het tijdstip en de duur van de pijn, hij bepaalt wanneer medicatie moet worden ingenomen en hoe lang ze moet werken. Voor de patiënt met chronische pijn daarentegen is het ritme van de klok niet relevant meer: hij leeft volgens Kairos, de beleefde tijd. Pijnbeleving ritmeert zijn dag. Wanneer de pijn afneemt, verhoogt zijn zelfstandigheid, neemt zijn levenslust toe en gaat de tijd sneller voorbij. Wanneer de pijn toeneemt, vertraagt zijn levensritme en wordt alles eindeloos en uitzichtloos. Zorgverleners moeten zich telkens weer aanpassen aan het ritme van de patiënt. Pijnbestrijding vraagt dus een grote investering in tijd."

Een beleid voor de hele mens
Pijnbestrijding is geen kwestie van snel het juiste middel toedienen wanneer de pijn echt té hevig wordt. Pijnbestrijding is een beleid dat in overleg met de patiënt wordt uitgestippeld, en dat liefst al van start gaat nog voor er van pijn sprake is.
Mathijs: "'Wat kunnen we verhelpen, en waar moeten we ons bij neerleggen?' Dat is het uitgangspunt voor een eerste gesprek tussen arts en patiënt. In de praktijk blijkt immers nog al te vaak dat beiden niet dezelfde verwachtingen koesteren. Een patiënt is geneigd zijn pijn als normaal en aanvaardbaar te beschouwen, terwijl voor een arts een patiënt zonder pijn het streefdoel is."

"Patiënten begrijpen soms ook niet waarom al meteen met pijnbestrijdende middelen moet worden gestart, terwijl het eigenlijk 'nog wel draaglijk' is. Ze bedoelen: 'Als ik nu al iets neem, wat moet ik dan later doen, als het echt erg wordt?' Een normale angst, maar totaal onterecht. Want hoe geleidelijker je pijnbestrijding opbouwt, hoe doeltreffender ze is en hoe beter de patiënt kan blijven functioneren, zonder gevaar voor gewenning of verslaving."

"Ten slotte is het ook belangrijk dat de patiënt bij het pijnbeleid betrokken blijft. Hij geeft aan of de zorgverleners goed bezig zijn, of dat aanpassingen nodig zijn. Een aantal hulpmiddelen kan hierbij van nut zijn, zoals een pijnschaal waarop je je pijn een eigen score kan geven, en een pijnlogboek, waarin je neerschrijft wanneer je pijn beter of juist slechter was. En uiteraard kan, naast de klassieke medicatie, ook worden geput uit het rijke arsenaal aan 'alternatieve' pijnbestrijdende middeltjes. Van kersenpittenkussentjes tot een massage met essentiële olie: het comfort van de patiënt staat voorop. Want een patiënt die onnodig pijn lijdt, dat is vandaag onaanvaardbaar."

 

Misvattingen over morfine
Morfine is een bijzonder doeltreffend en volkomen veilig middel om chronische kankerpijn te bestrijden. Helaas bestaan over de stof zoveel hardnekkige misvattingen, dat nog al te veel (kanker)patiënten onnodig pijn lijden. Het taboe rond morfine moet dringend worden doorbroken want:

  1. morfine is geen laatste reddingsmiddel. Hoe vroeger in de behandeling met morfine wordt gestart, hoe beter de dosering kan worden opgebouwd en hoe kleiner de kans op neveneffecten. Het gevreesde zombie-effect (dit betekent dat je helemaal willoos wordt) bijvoorbeeld treedt alleen op wanneer de patiënt meteen een té hoge dosis krijgt voor de ernst van de pijn.
  2. morfine is niét verslavend. Het is intussen meer dan voldoende bewezen dat morfine, indien het door een arts als pijnbestrijdend middel wordt voorgeschreven, geen enkel gevaar voor gewenning of verslaving inhoudt. De toediening kan ook perfect weer worden afgebouwd.
  3. morfine verkort de levensverwachting niet. Chronische pijn zorgt voor een gestage geestelijke en lichamelijke aftakeling. Dankzij een doeltreffende pijnbestrijding met morfine gaat de levenskwaliteit van de patiënt erop vooruit.


Naar het verhalenoverzicht