LinksSitemapContact
U bent hier:

Kanker en humor. Verpleegkundige Bart Byttebier: lachen is gezond!?

'Tumor' en 'humor': het verschil zit 'm in slechts één letter, maar tegelijkertijd lijken beide werelden lichtjaren ver van elkaar af. En toch: hoe moeilijk ook, lachen hélpt. Dat is de basisstelling van Bart Byttebier, oncologisch verpleegkundige aan het UZ Gasthuisberg in Leuven. Byttebier is gefascineerd door de mogelijkheden van humor in de kankerzorg en wijdde een literatuurstudie aan het onderwerp. De lach is geen remedie tegen kanker, maar hij kan sommige mensen helpen om de ernst van de situatie draaglijk te maken.

Tekst: Marc Peirs, uit Leven 11, juli 2001

Lachen is gezond. De volkswijsheid zegt het al lang en ook in de wetenschap zijn de fysiologische effecten van de lach onderzocht én bewezen. Bart Byttebier turft vier gezondheidsvoordelen: "Ten eerste: een bulderlach maakt endorfines los in ons lichaam, die je als 'natuurlijke morfines' kan omschrijven. Lopers kennen hetzelfde fenomeen. Endorfines werken pijnstillend en hebben een algemeen positief effect op de gemoedsgesteltenis. Ten tweede worden tijdens het lachen stoffen aangemaakt die een invloed hebben op de bloeddruk: tijdens de lachbui stijgt de bloeddruk - al heeft het lichaam blijkbaar een ingebouwde rem die ervoor zorgt dat de stijging nooit bedreigend wordt - maar ná het lachen liggen bloeddruk en polsslag lager dan voorheen. Lachen heeft dus een relaxerend effect. Ten derde zet lachen een aantal spieren in gang, waardoor uitbundig lachen een vergelijkbaar effect heeft als een korte joggingsessie. Voor mensen met weinig tijd lijkt dit een handzame oplossing (lacht). Tot slot versterkt lachen mogelijk de natuurlijke afweer."

Wapen tegen droefheid
Veel onduidelijker maar minstens even fascinerend zijn de positieve effecten op het psychologische terrein. Als 'copingstrategie' (strategie om met iets om te gaan, in dit geval een zware ziekte als kanker) biedt lachen talrijke kansen. "Zeker tijdelijk heeft de lach een positief effect", weet Byttebier uit eigen ervaring en uit literatuuronderzoek: Humor kan een wapen zijn tegen de droefheid en helpen om te ontsnappen aan de neerslachtigheid."
"Al is zo'n manier van omgaan met kanker lang niet voor iedereen weggelegd", voegt hij er meteen aan toe. "Kankerpatiënten zullen humor maar gebruiken als ze in hun dagelijkse leven spontaan al relativerend met problemen omgaan. Het is als het ware een levenshouding. Humor is een gave, een kwaliteit die je moeilijk kan aanleren. Mensen die niet de gewoonte hebben om met humor problemen te lijf te gaan, zullen er dus ook niet gemakkelijk gebruik van maken in het verwerkingsproces van een ziekte." Een positieve instelling   of meer nog: lachen om de ziekte   is dus lang niet iedereen gegeven. En dat hoeft ook niet, het is niet de enige manier van reageren. Iedereen heeft zijn eigen stijl om met de ziekte om te gaan, iedereen zoekt zijn eigen weg. Bovendien komt humor nooit in de plaats van verdriet: een lach en een traan gaan vaak samen.

Patiënten blijken humor wel als belangrijk in te schatten. De Amerikaanse wetenschapper Herth deed onderzoek bij 14 terminaal zieke kankerpatiënten, van wie de levensverwachting nog maximaal zes maanden bedroeg. Zelfs in die extreme situatie noemden 12 van de 14 humor expliciet als een wapen om de uitzichtloosheid te lijf te gaan. "Humor is zinvol om de angst te reduceren", zegt Byttebier, "zelfs in een situatie die levensbedreigend is en waaruit géén uitweg meer bestaat. Lachen wordt dan een manier om met de eigen gekwetste emoties om te gaan en de ellende te relativeren." Uit de literatuur blijkt overigens dat nabestaanden vaak een comfortabeler rouwproces doormaken als de overledene tot op het eind humor hanteerde.

Sleutel tot contact
Humor heeft nog meer pijlen op zijn boog, zegt Byttebier. "Humor vergemakkelijkt vaak het contact. Een kwinkslag of een grap kunnen angst, onzekerheid en pijn bespreekbaar maken. Wat op zijn beurt een opstapje kan zijn naar een diep gesprek dat de patiënt enorm veel deugd kan doen." Byttebier geeft het voorbeeld van een patiënt die de krant ligt te lezen. "De verpleger komt de kamer binnen en zegt: 'Ah, La Dernière Heure!', waarop de man zegt: 'Ah non, pas encore, hein'. Die reactie bood de mogelijkheid om een gesprek aan te knopen over zijn angst voor de dood. Vaak hebben patiënten nood aan dergelijke gesprekken maar valt het ze moeilijk om erover te beginnen. En voor verplegers is het al evenmin evident om correct in te schatten wanneer patiënten er nood aan hebben of er klaar voor zijn."

"Een ander voorbeeld: een man, geopereerd voor prostaatkanker, tilt zijn beddengoed op, wijst op zijn penis en zegt: 'En den dezen, die is geen fluitje van een cent meer waard'. Zo'n reactie is veeleer uitzonderlijk. Lang niet iedereen gaat hier zo mee om, maar die man relativeerde zo zijn eigen woede en opstand. Hij was ook blij dat hij de andere aan het lachen had gebracht. En bovendien was de weg geëffend om tot een gesprek te komen over een moeilijk onderwerp als seksualiteit en impotentie. De lach is een bevrijding en een uitnodiging tot contact", vindt Byttebier.

Grenzen aanvoelen
Voor verplegend personeel en de dichte omgeving van de patiënt is het zaak om goed in te spelen op de humor van de patiënt: is het een manier van omgaan met de ziekte of is het meteen ook een vraag om aandacht, om een gesprek? "De grenzen aanvoelen en als verpleger je plaats kennen", dat is de gouden raad van Byttebier. "Je moet je patiënt aanvoelen, weten welk soort humor hij apprecieert, weten wat kan en niet kan. De patiënt bepaalt de grens. Zolang hij of zij geen grappen maakt die de waardigheid van de verpleger aantasten, kan de patiënt elke harde grap maken die hij wil. Als verpleger moet je zover mogelijk meegaan in die humor."

"Het initiatief voor humor dient in principe uit te gaan van de patiënt. Voor je zélf een grap maakt, moet je drommels goed weten wat die patiënt kan slikken. De patiënt moet zich gerespecteerd voelen en je moet op dezelfde golflengte zitten, anders kan je humor maar beter achterwege laten. Een grap die fout aankomt, kan de relatie verpleger-patiënt voor altijd vertroebelen", aldus Byttebier.

De verplegersopleidingen in ons land dansen voorlopig om die moeilijke materie heen. Omgaan met humor wordt volledig verbannen naar de privé-talenten van de individuele verpleegkundigen. "In de Verenigde Staten ligt dat helemaal anders", weet Byttebier. "Daar is humor in sommige gevallen helemaal geïntegreerd in de reguliere zorg en de ziekenhuiswerking. Bij ons lijkt het er soms op alsof wij huiverig staan tegenover humor. Maar humor dient niet om de ernst van de situatie te negeren, wel om de ernst draaglijk te maken."

Naar het verhalenoverzicht