Kanker en humor. Frieda Joris' eigen strijd tegen borstkanker: lachen laat de lucht opklaren
Roodborstje
"Had ik nu een heel uitzonderlijke kanker gekregen, kanker in de grote teen of zo, dan had ik de column nooit geschreven. Maar borstkanker treft zoveel vrouwen - het is een regelrechte epidemie", zegt Frieda Joris. Net daarom hebben heel veel vrouwen zich in Frieda's verhaal herkend en er steun uit geput. Wie de columns wil nalezen en bewaren, wordt op zijn wenken bediend: ze zijn uitgegeven bij uitgeverij Houtekiet onder de titel 'Roodborstje'.
Ze lacht met haar mond, met haar ogen, met haar hart. En wanneer er iets héél grappigs wordt gezegd, dan plooit haar hele lichaam rond haar lach. Kanker heeft journaliste Frieda Joris beroofd van haar rechterborst maar niet van haar ijzersterke goede humeur: "Ik voel een overlevingsdrang en lachen is daar een integraal onderdeel van".Tekst: Marc Peirs, uit Leven 11, juli 2001
"Ik had twee borsten. Huis-, tuin- en keukenexemplaren die in bikini en lingerie hun werk deden": de aanhef van de eerste column waarin Frieda in haar krant Het Laatste Nieuws de lezer vertelt over haar strijd tegen borstkanker. Kort na het verdict in oktober vorig jaar begon Frieda, met steun van haar hoofdredactie, wekelijks haar gevoelens en ervaringen op papier te zetten: "Ik dacht: 'Je hebt al zoveel kankerpatiënten geïnterviewd, dan moet je ook het lef hebben om over jezelf te schrijven'. Een week heb ik erover nagedacht. Mijn vrienden wisten van de ziekte, mijn collega's, mijn familie. Maar wou ik dat ook de bloemist en de bakker op de hoogte zouden zijn en me erover aanspreken? Daar twijfelde ik eerst over. Maar goed, ze zouden mijn pruik zien, ze zouden merken dat ik bleker word, ze zouden me ontmoeten op momenten waarop ik normaliter op de krant zou zijn. Je kan je niet verbergen. En de reacties zijn schitterend. De bloemist is een ruiker komen afgeven (lacht)".
Uit een column: "Vanmorgen stak er een pakje in mijn brievenbus met staaltjes van het nieuwe ontharingsgamma van Veet. Ik zou begot niet weten op welk plekje van mijn lichaam ik dat zou kunnen uitproberen. Ik heb nog enkel haar op mijn tanden, en dat wens ik boven alles te behouden."
"Humor is een belangrijk onderdeel in mijn column. Ik vind humor belangrijk om te overleven in gelijk welke omstandigheden. Gelukkig heb ik een stel mensen rond me die op dezelfde lijn zitten. Mijn Antwerpse vriendin Lily bijvoorbeeld, die net als ik borstkanker heeft. Wij lachen heel wat af. Zitten we samen, zegt er eentje: 'Wel, afzonderlijk hoeven de mannen ons niet te bekijken, maar sámen hebben we een goedgevuld decolleté.' Niks helpt beter om te relativeren en afstand te nemen dan humor."
"Die humor hoeft niet van buitenaf te komen. Ik bén gewoon zo. Ik forceer geen humor, ik heb niet eerst een pak boeken over 'copingstrategieën' (manieren om met iets om te gaan, nvdr) gelezen voor ik bedacht dat humor me kon helpen. Ik vrees trouwens dat zo'n bestudeerde aanpak niet zou functioneren. Samen gaan zitten met een aantal vrouwen met borstkanker en zeggen 'Nu gaan we er eens flink om lachen'... Neen, dat werkt niet."
Uit een column: "Een kussentje hier, wat fond de teint daar en een bos vals haar op mijn kruin. Het straffe is, als ik zo opgetuigd tevoorschijn kom, beweert mijn oudste zoon dat ik er beter uitzie dan vroeger. Ik weet niet of ik daar nu zo gelukkig mee ben, maar ik troost me met Chris Van den Durpel. Sommige van zijn typetjes zien er ook beter uit dan het oorspronkelijke product."
"Ik had altijd gedacht 'ho, stel je voor, als ik kanker zou hebben, ik zou huilend in een hoekje wegkwijnen'. Niets is minder waar. Ik voel een overlevingsdrang en humor hoort daar integraal bij. Een voorbeeld. Op een ochtend voelde ik me echt rot. Tussen de post vond ik een kaartje van mijn vriendin Lily. Er stond zo'n klein, kitscherig vogeltje op. 'Wat raar', dacht ik, 'helemaal niet Lily's stijl'. Ik las de tekst: 'Kies maar uit, zei de dakloze die aan mijn deur stond. En ik koos voor de kaartjes in de reeks 'Roodborstjes'. Want Frieda, zijn ook wij geen roodborstjes?' En hup, ik begon te lachen en heel mijn slechte nacht was vergeten. Humor helpt meteen om donkere gedachten te verjagen. Je lach laat de lucht opklaren."
"Er zijn geen grenzen aan humor, vind ik. Grappen komen spontaan. Sommigen mensen zullen sommige grappen cru vinden, dat weet ik. Wat voor de ene grappig is, is voor de andere morbide. Ik hou daar geen rekening mee wanneer ik schrijf. Ik neem mezelf als maatstaf. Het is tenslotte míjn column. Over míjn gevoelens. "
Uit een column over een borstreconstructie: "Akkoord, melkklieren worden niet meer bijgeleverd en veel gevoel zal er in dat maakwerk niet meer zitten, maar mijn façade zal toch maar gered zijn. Hierbij de beknopte handleiding van dokter Frankenstein."
"Slechts één mijnheer heeft me een 'exhibitioniste' genoemd. Die man was geschokt dat ik zo openlijk over borstkanker schreef. Maar als je in een ongeval een been verliest, dan ziet iedereen dat. Moet je je dan verbergen als je een borst kwijt bent? Trouwens, ik zou het veel erger vinden om een arm of een hand of een oog te verliezen. Echt, van alles wat ik in tweevoud heb, dan het liefste een borst weg. Omdat ik daar zo weinig mee aanvang."
"Voor de rest niks dan positieve reacties. Op de redactie stonden enkele collega's aanvankelijk wat sceptisch, ze vreesden voor een klaagzang. Maar na enkele columns zijn ze bijgedraaid. Ik merk het vaak: mannen reageren op de toon van de column, de humor, de stijl. Vrouwen reageren veeleer omdat ze zich erin herkennen. Omdat ze de ziekte zelf hebben (gehad), of omdat ze een vriendin of familielid met borstkanker hebben."
"Ik vind wel dat grappenmaken een exclusiviteit is voor mijzelf, mijn gezin en mijn goede vrienden. Wanneer een buitenstaander een grap zou proberen te maken, zou ik dat moeilijker aanvaarden. Een harde mop over het feit dat ik maar één borst heb, zou ik snel aanzien als een standpunt. Als kritiek. Een harde mop is iets voor de inner circle. Mijn familie en mijn zoons bijvoorbeeld. Zij mogen dat wel. Want ook zij zitten met borstkanker. Vrijblijvende humor kan natuurlijk wél. Maar de meer harde humor die Lily en ik bedrijven, die zou ik van een buitenstaander nooit slikken. Want humor is een belangrijk en een machtig wapen, maar het blijft een wápen: het kan dienen om je te verdedigen maar evengoed om aan te vallen en te kwetsen."
Naar het verhalenoverzicht





