Kanker duwt Lieve Paesschezoone in de armoede
Steeds meer aanvragen bij Sociaal Fonds
Omdat de verschillende uitkeringen in België te laag liggen om de bestaanszekerheid van kankerpatiënten te garanderen, springt het Sociaal Fonds van de Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) bij. Dat fonds is een aanvulling op de bestaande sociale voorzieningen voor kankerpatiënten die het financieel moeilijk hebben. Het aantal aanvragen stijgt jaarlijks, net als het budget van het fonds. In 2008 waren er 2248 aanvragen (1270 in 2002) en 791 patiënten kregen een uitkering (646 in 2002). Er werd in 2008 in totaal 396.955 euro uitgekeerd (260.441 euro in 2002). Meer info over het Sociaal Fonds bij de Sociale Dienst van de VLK: 02/227.69.71.
De financiële steun van het Sociaal Fonds is voor veel mensen onontbeerlijk maar ze kan nooit een afdoende oplossing bieden. De VLK vraagt structurele maatregelen van de federale overheid want kankerpatiënten hebben recht op een leefbaar vervangingsinkomen en ze moeten zonder problemen hun medische facturen kunnen betalen. Lees meer daarover in het onderzoeksrapport van de VLK.
Financiële hulp: wie zoekt het voor u uit?
Het vraagt veel tijd en inspanning om uit te zoeken waar u recht op heeft en hoe u een tegemoetkoming krijgt. Laat u daarom helpen door de sociale dienst van het ziekenhuis waar u behandeld werd, door uw ziekenfonds of door het OCMW. Vraag zeker na of u in aanmerking komt voor het Omniostatuut.
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
De verwarming staat laag, ’s avonds verlichten twee spotjes de woonkamer. Het water waarmee ze de ramen lapt, gebruikt Lieve Paesschezoone nadien om de vloer te dweilen. Ze slaat al eens een maaltijd over. Sinds ze door kanker haar werk moest opgeven, heeft ze het elke dag moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen.Tekst: Bart Van Moerkerke, uit Leven 42, april 2009
Lieve Paesschezoone werkte als verpleegkundige toen in 2001 het noodlot toesloeg: borstkanker. Haar rechterborst werd geamputeerd, haar okselklieren werden weggenomen en ze kreeg een borstprothese. Lieve kon de draad daarna weer oppikken. Maar in 2006 werd ze opnieuw ziek: een gezwel in haar hersenen en uitzaaiingen in lever en longen. ‘Ik ben door een hel gegaan,’ zegt ze. ‘Ik kreeg zware bestraling en chemotherapie. Ik heb 7,5 maand niets gegeten, ik leefde op frisdrank. Ik was 46 kilogram vermagerd en kon niet meer op mijn benen staan. Pas in het ziekenhuis begon ik weer te eten. Nu gaat het relatief goed maar werken zit er niet meer in. De kanker heeft mijn kortetermijngeheugen beschadigd.’
Bodem in zicht
Als verpleegkundige met vele jaren anciënniteit had Lieve een goed inkomen. ‘Ik verdiende ruim 2.000 euro netto’, rekent ze voor. ‘Nu moet ik het doen met een invaliditeitsuitkering van 31 euro per dag. Het overgrote deel daarvan gaat naar huur, elektriciteit, verzekeringen, telefoon. Elke maand moet ik naar het ziekenhuis voor immuuntherapie, om de drie maanden voor isotopenonderzoek, een scan en een NMR. Sinds kort heb ik wel het Omniostatuut gekregen waardoor ik minder remgeld moet betalen voor medische prestaties en geneesmiddelen. Maar medicatie zoals slaapmiddelen of pijnstillers wordt niet of nauwelijks terugbetaald. Van mijn invaliditeitsuitkering houd ik nagenoeg niets over voor eten, het huishouden, kledij. Ik moet voortdurend het beetje geld aanspreken dat ik vroeger opzijzette. Dat kan niet blijven duren, ik begin de bodem te zien. Daarom klopte ik onlangs aan bij het OCMW. Die mensen hebben me fantastisch opgevangen. Dankzij hen heb ik nu een aanvraag ingediend bij de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid. Wordt die goedgekeurd, dan kan ik onder meer een verlaagd tarief voor elektriciteit en gas krijgen. Op die manier zou ik mijn vaste kosten kunnen beperken. Ook bij het Sociaal Fonds van de VLK loopt een aanvraag voor financiële hulp. Ik hoop dat het in orde komt, maar ik besef dat de VLK veel vragen krijgt, ook van mensen die het geld misschien nog meer nodig hebben dan ik.’
Smoesje
Het water waarmee Lieve de ramen lapt, gebruikt ze nadien om de vloer te dweilen. De was doet ze in het weekend, op de besparende waterstand en op 30 graden. Ze beperkt haar elektriciteitsverbruik tot het absolute minimum.
‘Van mijn invaliditeitsuitkering houd ik nagenoeg niets over voor eten, het huishouden, kledij.’
’s Avonds verlichten twee spotjes de woonkamer. De kortingsbonnen uit de reclamefolders bepalen welke producten Lieve koopt. Aan eten geeft ze zo weinig mogelijk uit. Afgelopen zomer heeft ze, met succes, zelf groenten gekweekt in haar tuintje: wortelen, veldsla, tomaten. Aardappelen en fruit koopt ze rechtstreeks bij de boer. Vis krijgt ze soms via haar nicht die uit een vissersfamilie komt. Het duurdere vlees, zoals biefstuk, kan ze zich niet veroorloven. ‘Soms sla ik al eens een maaltijd over’, geeft ze toe. ‘Tegen mijn zoon die nog bij me inwoont, zeg ik dan dat ik geen honger heb. Ik heb ook lange tijd de verwarming lager gezet met de smoes dat ik last had van opvliegers. Intussen weet hij dat het uit geldgebrek is, hij zit ’s avonds met een dikke trui achter zijn computer.’
Als haar zoon van het werk komt, brengt hij dikwijls brood en beleg mee, zonder dat Lieve erom vraagt. Ze apprecieert dat enorm, maar ze wil haar zoon zo weinig mogelijk belasten. ‘Hij is jong, hij moet kunnen genieten van het leven en van het geld dat hij verdient’, zegt ze. ‘Ook mijn dochter die alleen woont in Brugge wil ik niets vragen. Zij moet aan haar eigen leven bouwen. De ouders moeten de kinderen helpen, het kan toch niet dat ik moet bedelen bij mijn kinderen.’
Sociaal isolement
Het gebrek aan geld zet een rem op het sociale leven van Lieve. Vroeger ging ze elke week met een vriendin naar de bioscoop. Nu kan ze zich dat niet meer veroorloven. Ook het jaarlijkse pretparkbezoek met drie collega’s zit er niet meer in. ‘Ze zeggen wel dat ze mijn deel zullen betalen maar dat wil ik niet, ik wil me geen schooier voelen. Op de duur verlies je je eigenwaarde. Op die manier raak je natuurlijk langzaam maar zeker sociaal geïsoleerd. Gelukkig heb ik dat dreigende isolement kunnen doorbreken. Ik ga sinds enkele maanden elke maandag fitnessen met andere kankerpatiënten. Zo ben ik stilaan een nieuwe vriendenkring aan het uitbouwen. Eén van die vriendinnen neemt me regelmatig mee uit, dan doen we een terrasje. Ze weet dat ik het financieel zeer moeilijk heb, ze springt me bij waar ze maar kan.’
Ook op haar moeder en haar broer kan Lieve blijven rekenen. Enkele maanden geleden kreeg ze van hen een droomgeschenk, een vakantie van negen dagen in Egypte. Ze trok er samen met een vriendin naar toe. ‘Het was een fantastische reis. Fysiek was het wel zwaar, vooral de eerste dagen, maar ik heb er enorm van genoten. Ik ben op handen en voeten door nauwe doorgangen in de piramiden gekropen. Toen ik weer thuis kwam, waren mijn batterijen helemaal opgeladen. Ik geef niet op, ik blijf optimistisch ondanks alle moeilijkheden. Ik zal blijven vechten om mijn situatie te verbeteren.’






