Journalist-auteur Dirk Vandersypen hoopvol in de strijd tegen hersenkanker
Bio
Enkele weken na dit getuigenis merkten de artsen tijdens een controlebezoek een nieuwe tumor op. Bovendien waren er ook uitzaaiingen naar andere delen van de hersenen. In de hoop het offensief van de kankercellen te stoppen, werd meteen een nieuwe, zware chemotherapie gestart. Helaas tevergeefs. Op 12 januari 2000 werd de kanker Dirk Vandersypen fataal. De herinnering aan de man en zijn werk wordt levendig gehouden dankzij de Dirk Vandersypen Award die op initiatief van een stel vrienden en familieleden van de overleden journalist jaarlijks wordt uitgereikt aan een goede documentaire over het Latijns-Amerika dat Dirk zo lief was.
Een kwarteeuw lang trotseerde Dirk Vandersypen alle risico's en stress van de zelfstandige journalist in Latijns-Amerika. Van dat bevlogen bestaan brengt hij verslag in zijn boek "Mañana" (morgen). De dag nadat Dirk het manuscript aan zijn uitgever had bezorgd, viel hij in een warenhuis in Miami ten prooi aan een aanval van epilepsie. Het begin van een felle tweestrijd met een bijzonder agressieve kanker. "Ik, die nooit eerder ziek was geweest!". Dirk Vandersypen getuigt.Tekst: Marc Peirs, uit Leven 5, januari 2000
"Het begon in een warenhuis in Miami. Die stad was mijn vaste stek. Een ideale uitvalsbasis voor een journalist om Latijns-Amerika te coveren. Ik stond aan de afdeling charcuterie. "Virginia ham", hoor ik me nog bestellen. "Hoeveel sneetjes", vroeg de winkeljuffrouw. Ik wou antwoorden, maar kon het niet. Ik voelde mijn spraakvermogen verdwijnen. Barstende hoofdpijn kwam op. Enkele tellen later voelde ik mijn mond vreselijk naar links trekken. Oncontroleerbaar. Ik zakte ineen, verloor het bewustzijn. Epilepsie, hoorde ik later."
"Ik werd wakker in het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Meteen werden allerlei routinetesten uitgevoerd. Daarbij was ook een scan van mijn hoofd. Diezelfde avond hoorden we de uitslag: een hersentumor. Rond de tumor zat een hele prop bloed. Hij was zo groot als een ei. De dag erna spraken we de specialist. "Onmiddellijk opereren", zei hij, "ofwel hier, ofwel meteen naar België afreizen." Maar hoe zouden mijn hersenen reageren op de druk in het vliegtuig? Of stel dat ik een aanval van epilepsie kreeg tijdens de vlucht? We kozen voor een operatie ter plekke. Nog diezelfde avond lag ik op de operatietafel. Een delicate ingreep. Toen ik wakker werd, nam het ziekenhuispersoneel de proef op de som: "Kan je zien? Heb je gevoel in je voetzool? Beweeg je handen en knieën eens." Alles bleek in orde. Maar welk soort tumor had ik? En hoe kwaadaardig was hij?"
"Het ziekenhuislabo onderzocht mijn tumor. De uitkomst was ronduit negatief. Tegelijkertijd werd weefsel gestuurd naar enkele andere labo"s voor een tegenexpertise. Men klopte aan bij het militaire ziekenhuis in Maryland waar ook alle Amerikaanse presidenten een beroep op doen. De diagnose was zonneklaar: astrocytoom, een vorm van hersenkanker, waarvan de graad van ernst in vier categorieën is onderverdeeld. De vierde, de zwaarste mogelijke variante, is glioblastoom multiforme. Die had ik."
"Wat nu? Meteen drongen de vragen zich op: wat waren mijn kansen, welke behandeling zou ik volgen, in de Verenigde Staten of in België? Voor een behandeling in de VS moesten we met een kostenplaatje van minstens 20 miljoen frank rekening houden, zo bleek snel. Een ongelooflijke smak geld. Bovendien woont zowel mijn familie als die van mijn vrouw Ann in België. De knoop was snel doorgehakt: ik staakte mijn werk, we zegden de huishuur op, lieten mijn boeken, kleren en huisraad overvliegen, en zijn uiteindelijk neergestreken in deze flat in Antwerpen. Van de ene op de andere dag nam ons leven een volledig andere wending."
Geen garantie
"In België begon meteen de behandeling. Bestraling, in Leuven. Daar gingen zes weken overheen. Die behandeling is totaal pijnloos. Maar na een week voelde ik mijn intellectuele mogelijkheden met rasse schreden achteruitgaan. Als journalist kon ik in één telefoongesprek moeiteloos van Nederlands naar Engels en naar Spaans overschakelen, terwijl twee televisies constant nieuws spuwden en ik een tekst in zijn definitieve vorm kneedde. Nu kon ik me plots amper concentreren! Communicatie, zeker in het Spaans of het Engels, verliep uiterst moeizaam. Alsof elk woord heel langzaam van achter, in je hersenen, naar voren glijdt, naar je mond. Schrijven, ging al helemaal niet. Ik wou hier en daar nog wat tekst bijvijlen in mijn boek, maar ik zat twee weken naar een flikkerend computerscherm te staren."
"Hoe raar het ook mag klinken, toch was ik rustig. Ik wist dat dit neveneffecten van de behandeling waren. De bestraling tast immers ook gezonde hersencellen aan. Bovendien zorgt de bestraling ervoor dat het hersenvocht zich ophoopt. Dat duwt tegen je gezonde hersencellen aan - in mijn geval pal tegen mijn spraakcentrum. We hadden het allemaal heel goed van tevoren met de behandelende arts doorgepraat. Degelijke informatie: bijzonder belangrijk vind ik dat. Anders ga je fantaseren en piekeren: "Is mijn tumor teruggekomen? Is dit een neveneffect van de therapie, of heb ik weer een andere kwaal te pakken?" Van bij de diagnose heb ik beslist dat ik correcte informatie en de volledige waarheid wilde horen."
"Nu zijn mijn intellectuele mogelijkheden veel beter. Mijn hersencellen zijn goeddeels hersteld. Ik zit nu volop in de volgende fase van de behandeling: chemotherapie, in Antwerpen. Er wordt niet altijd voor een aanvullende chemokuur geopteerd bij hersenkanker maar in samenspraak met de arts heb ik er toch voor gekozen. Op dit moment is er geen tumor te zien. Sinds de operatie lijkt hij weg. Maar dat is geen enkele garantie. De kankercellen kàn je niet zien. Pas wanneer ze tot een tumor zijn uitgegroeid, worden ze zichtbaar. Zitten er nog kankercellen in mijn hoofd, of niet? Het is een raadsel."
"Slechts in één geval op vijf slaagt deze chemotherapie erin de kankercellen uit te roeien, àls er nog zijn. Maar ik bekijk het hoopvol. De komende tijd is het weinig waarschijnlijk dat de tumor terug komt opzetten. En misschien ga ik in het voorjaar aan de slag met een nieuwe therapie. Ik ken de details nog niet. Ik praat erover met de behandelende arts, in alle openheid en vertrouwen. Maar voorlopig concentreer ik me op de chemo. Want zelfs al is de kans op succes klein, toch wil ik ze grijpen. Als ik hier van af zou raken, is geen therapie me teveel."
Rede en hoop
"Ik voer de strijd tegen de kanker vooral met het wapen van de rede. Ik baseer mijn beslissingen en mijn gedrag op de meest volledige informatie die ik krijgen kan. Ik was altijd sportief. Ik liep graag. Nu raadt de arts me af te lopen. Lopen geeft druk op mijn hersenen en het is beter dat te vermijden. Wel, dan loop ik niet. Mag ik maximaal één glas wijn drinken? Dan blijft het bij één glas. Dat is niet eens een offer te noemen. Als ik zie hoe sommige andere patiënten eraan toe zijn, dan bof ik. Wandelen, inkopen doen, lezen, TV kijken, schrijven, . Het kan. Ik voel me geenszins een nutteloze man die aan zijn ziekbed is gekluisterd."
"Nooit zal ik zeker kunnen zijn dat de kanker voorgoed weg is. Mijn hele leven lang kan hij terugkomen. De vraag hoe ik op langere termijn met dat zwaard van Damocles omga, heb ik me nog niet gesteld. Er is nog zoveel dat ik wil doen. Ik heb een idee voor een roman. Misschien kan ik weldra weer wat aan journalistiek doen. En kijk, ik heb hier een hele stapel boeken liggen die ik nu kan lezen. Dit lijkt wel een sabbatsjaar (lacht). Nog geen seconde heb ik eraan gedacht om me uit het raam te gooien. Want de dag van morgen is altijd interessant."
Naar het verhalenoverzicht





