LinksSitemapContact
U bent hier:

Jimmy Frey: 'De band met lotgenoten verdwijnt nooit'

Meer info

"Als ik morgen weer ziek word, dan vecht ik nog eens terug. Ik laat me niet gaan. Het is een lange en zware weg maar je kan kanker overwinnen. Blijf erin geloven en geef vertrouwen aan je artsen, dat is de boodschap die ik mijn lotgenoten altijd meegeef."

Tekst: Bart Van Moerkerke, uit Leven 18, april 2003

Het is een bijzonder opgewekte Jimmy Frey die ons begroet in zijn Brusselse flat. Hij heeft net een nieuwe single uit. Tijdens het gesprek bellen enkele radio- en krantenjournalisten die hem willen strikken voor een interview. De zanger geniet met volle teugen van de nadagen van zijn carrière en van het leven.

In het voorjaar van 1989 kreeg Jimmy Frey last van een warm gevoel in de liesstreek. Onderzoek bracht echter niets zorgwekkends aan het licht. Enkele maanden later, in juni, moest hij zijn dagelijkse jogging halfweg afbreken, hij kon niet meer. Hij besefte dat er toch iets ernstigs aan de hand was. De bevestiging van dat bange vermoeden kwam er een paar dagen later: hij had lymfeklierkanker. "Ik ging bijna meteen onder het mes maar veel hoop had ik niet. Kanker stond voor mij gelijk aan doodgaan. Ik was ervan overtuigd dat ik zou sterven. Ik heb me vier dagen opgesloten: ik wilde niemand zien of horen. Voortdurend vroeg ik me af waarom het mij moest overkomen. Na die paar dagen van opstandigheid en groot verdriet kon ik me langzaam herpakken. De dokter verzekerde me dat mijn kansen op genezing vrij groot waren, zo'n 70%. Het klinkt misschien gek, maar ik had voordien nog nooit van chemotherapie gehoord, ik wist niet dat het bestond. Zodra ik op de hoogte was van de mogelijkheden om kanker te behandelen, nam ik me voor te vechten voor wat ik waard was."
"Ik wilde genezen. Toen al rees de gedachte om mijn lotgenoten een hart onder de riem steken. Al snel bleek immers dat heel veel fans ook met mij meeleefden. Tijdens de eerste twee maanden van mijn behandeling kreeg ik 16.000 brieven, waarvan 450 van mensen die ook ziek waren. We zullen samen genezen, schreven ze. Ik was daar enorm door gepakt. Ik nam die brieven ook altijd mee naar de dokter: hij moest en zou me genezen."

Enkele weken na de diagnose kreeg Jimmy Frey een telefoontje van Kris Wauters van Clouseau: hij had plannen om samen met andere artiesten een benefietconcert op te zetten in het Antwerpse Sportpaleis. "Ik vond het meteen een schitterend idee maar het geld had ik persoonlijk niet nodig. Andere mensen konden de centen ongetwijfeld beter gebruiken dan ik. En zo was de Stichting Jimmy Frey geboren. Er kwamen heel wat giften binnen. De opbrengst van de plaat 'Samen Leven', die hij met andere Vlaamse vedetten zong, ging integraal naar de stichting. Met dat geld ondersteunden we mensen die door hun ziekte financieel in de problemen kwamen. Enkele jaren geleden ontbonden we de stichting. Want hoe beter ik eruit zag, hoe minder centen er binnenkwamen. Op een bepaald moment overstegen de kosten de opbrengsten en besloten we ermee op te houden. De ruim 15 miljoen frank die nog in kas was, verdeelden we onder de zelfhulpgroepen voor kankerpatiënten in Vlaanderen. Ik hou heel wat goede herinneringen over aan de stichting: de solidariteit van mensen die mijn plaat kochten of die geld overmaakten, de steun die we konden geven aan lotgenoten die het moeilijk hadden. Toch kreeg ik ook af en toe het verwijt dat ik het allemaal voor eigen profijt deed. Die reacties, ook al waren ze nog zo zeldzaam, zijn heel hard aangekomen. Ik ben ze, zovele jaren later, nog steeds niet vergeten." Nog elk jaar zamelt Jimmy Frey enkele duizenden euro's in voor organisaties als het kinderkankerfonds, met allerlei activiteiten zoals een pannenkoekenslag of de viering van zijn verjaardag.

"Ik treed ook nog een dertigtal keer per jaar op. Als ik achteraf foto's signeer, schuiven altijd wel enkele mensen aan die ook kanker hadden of die nog in behandeling zijn. Ik nodig hen dan uit voor een babbel in mijn loge. En dat is geen komedie, hé, ik zie mijn lotgenoten echt graag. Ik vind het niet meer dan normaal dat ik als bekende Vlaming een voorbeeldfunctie opneem en hen steun zoveel ik kan." Een enkele keer gaat hij nog op huis- of ziekenhuisbezoek. "Vroeger bezocht ik vaak patiënten, ook toen ik zelf nog in behandeling was. In de periode vlak na mijn ziekte heeft de dokter me zelfs enkele keren verboden nog bezoekjes af te leggen: ik ging te vaak en leefde zo intens mee dat ik zelf in een put dreigde te vallen. Zeker een bezoek aan zieke kinderen sloeg me een paar dagen uit mijn lood. Ik voelde me goed als ik bij hen buitenkwam maar de weeromstuit volgde toen ik thuis was. Misschien speelde de schrik wel mee dat ik weer ziek zou kunnen worden, ik weet het niet. Daarom ga ik nu nog maar zelden bij patiënten op bezoek, het vreet te veel aan me. Ik schrijf wel nog veel brieven en ik telefoneer heel geregeld met patiënten. Ik spreek hen moed in, zeg dat ze moeten blijven vechten en dat ze vertrouwen moeten hebben in hun artsen. Als je gelooft in je genezing, dan valt er meteen heel wat negatieve stress van je af en dat is, denk ik, niet onbelangrijk in het genezingsproces."

De confrontatie met kanker heeft Jimmy Frey nog meer dan vroeger bewust gemaakt van het belang van gezond leven. "Ik heb altijd veel sport gedaan. Vroeger liep ik dagelijks zeven kilometer, nu fiets ik geregeld een kilometer of veertig. Ik eet veel groenten en fruit. En ik neem voldoende rust. Want een gebrek aan rust wreekt zich op de lange duur."

Naar het verhalenoverzicht