Jef Van Gucht na teelbalkanker: "Ik wil iets maken van mijn leven"
Klotekanker
Klotekanker, het boek van Jef Van Gucht is uitgegeven bij Van Halewijck (ISBN 90-5617-580-7). "Een kort verhaal met een diepe inhoud" staat er op de achterflap, en daar is geen woord van gelogen.
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar de brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
"Zonder kanker was ik niet wie ik nu ben. Ik ben in één klap volwassen geworden. Vroeger had ik geen doel in mijn leven, alle problemen loste ik op met alcohol en drugs. Nu wil ik er iets van maken. Ik wil iemand worden in de muziekwereld. En dat zal lukken ook." Jef Van Gucht (21) praat over zijn teelbalkanker en het boek dat hij erover schreef.
Tekst: Bart Van Moerkerke, uit Leven 29, januari 2006
"Negen maanden, een jaar, ik weet het niet meer hoelang het duurde voor ik er iemand iets van vertelde. Op het einde was mijn teelbal zo groot als een vuist. De pijn was hels. Het was alsof ze duizenden kleine naaldjes in mijn teelbal staken en die dan een halve draai heen en terug meegaven. Tuurlijk wist ik dat er iets aan de hand was. Maar ik was vijftien en beschaamd. Feesten, drank en drugs, zo kende iedereen in Sinaai mij, maar eigenlijk was en ben ik een verlegen gast. Mijn broek afsteken voor een dokter vond ik echt niet vanzelfsprekend, en zeker niet als die dokter ook nog eens mijn oom was. Maar op een bepaald moment kon ik echt niet meer verder.'
'Mijn oom stuurde me na een eerste onderzoek meteen naar de uroloog. Diezelfde avond wist ik al dat ik kanker had en dat mijn teelbal geamputeerd moest worden. Dat was een klop van de hamer. Ik wou die kloot niet kwijt, ik dacht dat ik nooit meer seks zou hebben."
"Ik heb er jarenlang niet goed mee overweg gekund dat ik maar één bal meer had. Pas sinds ik aan mijn boek begon, krijg ik het woord teelbalkanker over mijn lippen. Ik ga ook weer naar de sauna en de fitness. Vroeger dacht ik dat iedereen me zou aankijken maar dat is natuurlijk onzin. Ik trek het me niet meer aan."
"Ik heb drie jaar gewacht om over mijn kanker te schrijven omdat ik er eerst eens goed over moest nadenken. Ik heb het boek op het juiste moment geschreven. Het was moeilijk. Toen het bijna af was, dacht ik echt dat ik weer kanker had. Ik had zodanig diep gegraven dat ik terug werd gekatapulteerd in de tijd. Ik was weer vijftien jaar oud, ik vertoonde dezelfde gedragingen als toen. Het was zeer vreemd. Het werd hoog tijd dat ik het boek opzij legde."
Gevangenis
"Ik was een rare patiënt. Ik ging naar het ziekenhuis voor mijn chemotherapie, de rest interesseerde me niet. Ik weigerde me druk te maken in de ziekte, ik had genoeg andere dingen aan mijn kop. Kanker mocht mijn leven niet bepalen. Ik wilde niets weten over de ziekte en over wat me allemaal kon overkomen. Hoe meer je over iets weet, hoe meer je erover nadenkt en hoe meer zorgen je je maakt. Ik wist van niets en maakte me geen zorgen. Ik wilde ook niet dat mensen me anders bekeken omdat ik ziek was. Ik kan absoluut niet tegen medelijden."
"Spuit die brol maar in mijn aders en laat me zo snel mogelijk naar huis gaan, dat was mijn houding. Ook al lag ik me dood te kotsen, toch zei ik altijd dat alles goed was. Als je vriendelijk bent tegen dokters en verplegers zijn ze rapper de deur uit. Ik wou niet dat ze me een uur langer dan voorzien in het ziekenhuis hielden. Het ziekenhuis, dat was de gevangenis."
"Ik had ook geen zin om te praten over mijn ziekte. Mijn moeder vroeg me natuurlijk regelmatig hoe ik me voelde maar ik wou er niet over spreken. Dat is ook de reden waarom het uit raakte met mijn vriendin. Ik wilde het haar niet ook nog eens allemaal moeten uitleggen. Maar ondertussen zijn we al een paar jaar weer samen."
Drugs
"In de periode dat ik chemotherapie kreeg, hebben mijn vrienden, mijn familie en de wiet me er door getrokken. Ik weet niet hoe het afgelopen zou zijn als ik die niet had gehad. Ik schaam me absoluut niet voor wat ik toen deed. Het waren goede tijden, al mis ik ze niet."
"Ik ben altijd een harde geweest. Ook toen ik ziek was, wou ik niet onderdoen voor mijn maten. Ik dronk evenveel en gebruikte evenveel drugs als zij. Als het kon zelfs meer. Zo bouwde ik een reputatie op van "gene gewone" te zijn. Nu ben ik zo braaf als wat maar mijn reputatie draag ik nog altijd mee. En dat komt me goed van pas, ik heb graag dat anderen me met rust laten."
"Met harddrugs ben ik een paar jaar geleden, vlak na de chemobehandeling, gestopt. Van die harddrugs wisten de dokters niets; dat zouden ze zeker niet goedgekeurd hebben. En sinds goed zes maanden rook ik ook geen joints meer. Ik heb er geen goesting meer in. Alleen de sigaretten kan ik nog niet laten al zal het er wel eens van komen. Roken is achterlijk, zeker als je al eens kanker gehad hebt."
Zon
"Ik heb nooit gedacht dat ik zou doodgaan aan kanker, behalve de laatste nacht van de laatste chemobehandeling. Ik was uit mijn bed gevallen met mijn gezicht op de wc-bril, ik lag te kotsen, ik kon me niet meer bewegen. Ik was niet wakker, ik was niet levend, ik bevond me echt in de twilight zone. Iemand heeft me toen in bed geholpen. Even later zag ik de zon opkomen, dat was schitterend. Ik heb een beetje geslapen en mocht naar huis. Ik had het gehaald, ik was ervan af. Het was de mooiste dag van mijn leven."
Muziek
"Kanker heeft mijn leven veranderd. Ik ben in één klap volwassen geworden. Andere gasten van mijn leeftijd hangen nog de puber uit, dat stadium ben ik voorbij. Zonder kanker was ik niet wie ik nu ben. Mijn maten van vroeger hebben geen doel in het leven, ze gooien nog altijd hun geld weg in het café. Alcohol en drugs zijn de enige manieren om hun problemen op te lossen. Ik was vroeger ook zo. Nu wil ik iets van mijn leven maken. Ik ben constant bezig met muziek. Met twee vrienden heb ik een rhythm-and-bluesgroep "Sincity Dwellers". We zijn bezig aan onze eerste cd. Daarnaast maak ik demo"s voor andere muzikanten. Ik volg nu ook een opleiding voor geluidstechnicus. Ik wil iemand worden in de muziek. Onze cd wordt sterk, dat weet ik nu al. Het zal er lap op zijn. We zullen in de platenwinkel liggen, de radio zal ons draaien."
"De uitgeverij schreef op de kaft van mijn boek "Jef is vijftien, het leven lacht hem toe". Nú lacht het leven mij toe, niet toen ik vijftien was. Kanker heeft mijn leven niet alleen veranderd maar ook verbeterd."






