LinksSitemapContact
U bent hier:

Jan Hoet: grenzeloos vertrouwen in de geneeskunde

Meer lezen

  • over nierkanker. Voor medische vragen over nierkanker kunt u het beste bij een gespecialiseerde arts terecht. Voor andere vragen: bel de Kankertelefoon 078/150.151, zij kunnen u ook doorverwijzen naar een zelfhulpgroep voor contact met lotgenoten.
Jan Hoet (66), internationaal gewaardeerd conservator-curator, houdt van het leven. Nieuwsgierigheid is zijn motor. Nieuwsgierigheid naar de kunst en de motieven van de kunstenaar, uiteraard, maar evenzeer nieuwsgierigheid naar de medemens en wat hem of haar drijft. Die levensdrang, gekoppeld aan een enorm vertrouwen in de geneeskunde, is voor Jan Hoet de verklaring waarom hij erin slaagde nierkanker te overwinnen.

Tekst: Bart Van Moerkerke, uit Leven 16, oktober 2002

Hevige nierpijn en bloed in zijn urine doorkruisten ruim tien jaar geleden Jan Hoets voorbereiding van Documenta, de vijfjaarlijkse overzichtstentoonstelling van actuele kunst in Kassel (Duitsland). Een zoveelste niercrisis, dacht hij, maar onderzoek door een uroloog in Wenen - waar Jan Hoet op dat moment aan het werk was - bracht aan het licht dat er meer aan de hand was. Na grondig onderzoek in Gent was nierkanker de diagnose. Op 1 januari 1991 werd hij geopereerd door zijn schoonbroer, een chirurg.

"Ik heb altijd heel veel vertrouwen gehad in de geneeskunde. Mijn vader was dokter, dat speelt daarin zeker mee. Bij mijn schoonbroer wist ik me in goede handen. De kans was nochtans bijzonder groot dat de kanker was uitgezaaid en dat ik het niet zou overleven. Maar de operatie is zeer grondig gebeurd. Er werd rigoureus ingegrepen en heel wat lymfeklieren werden verwijderd. Ik had natuurlijk het voordeel dat het om nierkanker ging: een nier zie je niet. Ik kan me voorstellen dat het bijvoorbeeld bij borstkanker heel wat moeilijker is om veel, misschien wel te veel, weg te snijden. Ook de psychologie van de patiënt ligt immers in de weegschaal. Dat was bij mij niet het geval."

Uw kansen op overleven waren klein. Dacht u, ondanks uw vertrouwen in de geneeskunde, dat u het misschien niet zou halen?
"Neen, absoluut niet. Ik was veel minder bang dan de mensen in mijn omgeving. De zieke heeft meestal meer kracht dan wie hem bezoekt. De zieke kent zijn grenzen, de bezoeker kent die niet en is bang. Hij weet ook niet waarover te praten met de patiënt, terwijl hij eigenlijk niets hoeft te zeggen. Er zijn is al genoeg. Toen ik in het ziekenhuis was, ben ik dikwijls op bezoek geweest bij andere patiënten om hen een hart onder de riem te steken. Het kan vreemd klinken, maar eigenlijk ben ik graag in het ziekenhuis. Het is een complexe wereld, die me fascineert. Het ritueel van de geneeskunde is boeiend: de dokters, de verpleegkundigen, de injecties, de infusen, het zorg dragen voor. Dat ritueel is tegelijkertijd geruststellend. Het geeft je moed."

Kon u makkelijk over uw ziekte praten?
"Ik ben heel extravert. Ik heb achteraf vaak gehoord dat mensen het een plezier vonden mij te komen bezoeken. Ik uit me zeer makkelijk en dat werkt bevrijdend. Introverte mensen hebben het zonder twijfel veel moeilijker omdat ze hun gevoelens niet kunnen delen."
"Ik ben er rotsvast van overtuigd dat een gevoel van beklemming heel veel schade kan berokkenen. Dat gevoel is me vreemd, ik ben optimistisch en open. Ik ben nog altijd nieuwsgierig om te leven, om te ontdekken, om nieuwe dingen te zien. Dat is ook wat me zo aantrekt in kunst, dat verandert voortdurend. Het oeuvre van de kunstenaar evolueert onophoudelijk. Ik ben enorm nieuwsgierig om te zien hoe die verandering zich voltrekt, ik wil weten waarom dat gebeurt en wat die kunstenaar bezighoudt. Dat geeft me een ongelofelijke kracht. Kunst bevrijdt me van beklemming. Net zoals de liefde en de zorg waarmee ik omringd ben dat doen."

Worstelde u met de vraag waarom kanker uitgerekend u moest overkomen?
"Ik denk dat je moet aanvaarden wat de natuur je geeft, ook al is dat een ziekte als kanker. Maar je lot aanvaarden is nog iets heel anders dan je erbij neerleggen. Je hebt kanker, dus heeft het geen zin je daar druk in te maken. Je kan je krachten beter aanwenden om door te gaan. Vergelijk het met de slaap niet kunnen vinden. Als je je daar druk om maakt, raak je helemaal niet in slaap. Het is beter dat je aanvaardt dat je niet kan inslapen, vaak ben je dan na een paar minuten vertrokken. Vechten tegen je lot werkt contraproductief."
"In die zin ben ik ook niet bang voor de dood, ik aanvaard mijn limieten. Geboren worden impliceert doodgaan. In onze maatschappij is daar helaas geen plaats voor. De dood is een taboe, en dat is fout. We camoufleren de vergankelijkheid, we dragen meer en meer een masker. Rimpels en kloven, de ervaring van het leven worden weggevlakt door middel van facelifts en wat weet ik nog allemaal. De fotografie heeft ons vroeger schitterende portretten van oude mensen gebracht. Daar moeten we nu niets meer van weten. De mens zoekt blijkbaar vervlakking."

In welke mate heeft kanker uw leven veranderd?
"Ik ben niet echt anders gaan leven. In gezelschap dronk ik vroeger soms wel eens overdreven veel alcohol, dat is nu veel verminderd. Maar mijn eetgewoonten zijn niet veranderd. En ik rook nog altijd te veel." (Dit interview vond plaats voordat Jan Hoet geopereerd werd aan het hart. Roken doet hij sindsdien niet meer, nvdr)
"Ik heb sinds mijn ziekte wel meer oog voor kleine dingen, ik ben het zuiver menselijke nog meer gaan appreciëren. In die zin was kanker geen negatieve ervaring voor me. Voelen hoe de mensen met je begaan zijn, de liefde en de vriendschap die je krijgt: dat heeft me echt geraakt. Het menselijke is het allerbelangrijkste in het leven en niet geld of werk."

Uw gezondheid wordt jaarlijks grondig gecontroleerd. Is dat telkens een bang moment?
"Neen. Ik heb vertrouwen in de dokters. Precies daarom laat ik me ook jaarlijks onderzoeken. Veel mensen zijn bang voor een onderzoek. Dat begrijp ik niet. Een geregeld onderzoek zou verplicht moeten zijn. Het zou veel leed voorkomen."

Naar het verhalenoverzicht