LinksSitemapContact
U bent hier:

'Ik ben ook maar een mens'. Oncoloog Simon Van Belle tussen wetenschap en gevoel

Professor Simon Van Belle leidt de afdeling Medische Oncologie in het Universitair Ziekenhuis van Gent. Hij is een gepassioneerd wetenschapper, maar laat dit niet ten koste gaan van zijn patiënten: medeleven staat voor hem centraal. Een verhaal van de mens achter de wetenschapper. Een getuigenis over werken op de grens tussen rede en emotie, tussen wetenschap en gevoel.

Tekst: Jan Sprimont, uit Leven 7, juli 2000

"Ik kwam voor de eerste keer in aanraking met kankerpatiënten tijdens mijn opleiding tot internist (specialist inwendige ziekten, nvdr). Onmiddellijk had ik het gevoel dat je als arts voor deze patiënten echt een verschil kon maken. Op twee domeinen. Enerzijds trok het wetenschappelijk onderzoek me sterk aan: er was hier nog veel vooruitgang mogelijk, veel was onontgonnen terrein. En dit kwam tegemoet aan mijn passie voor wetenschap en onderzoek. Anderzijds vond ik dat kankerpatiënten echt zorg in de breedste zin van het woord konden gebruiken. Dit tweede aspect inspireerde me om in mijn benadering van de zieke steeds de méns voor ogen te houden. Een patiënt is voor mij geen nummer is en ik ben niet bang om bij de persoon en zijn ziekte betrokken te raken."

"Ik definieer dit als medeleven. Geen medelijden want medelijden betekent dat je om emotionele redenen wel eens zou kunnen afzien van een harde agressieve behandeling, terwijl je weet dat die soms echt noodzakelijk is. Medeleven houdt voor mij in dat ik help maar niet op een afstandelijke manier. Dat medeleven begint in de wachtkamer: je zorgt ervoor dat het er niet koud en kil is. Bijvoorbeeld: de mensen zitten in onze wachtkamers in groepjes bijeen, overal zijn planten opgesteld, de indirecte verlichting creëert rust, en er staan zelfs twee grote aquariums. Er zijn ook twee tv's maar de ervaring leert dat mensen daar zelden naar kijken. Ze kijken liever naar de vissen. Maar het gaat verder dan de inrichting van de dienst. Je haalt als dokter zelf de mensen uit de wachtkamer en laat dit niet over aan een secretaresse. Die menselijke benadering trek je ook door in het persoonlijke gesprek met de patiënt: een goede band tussen arts en patiënt is echt belangrijk. Veel van mijn werk kruipt dan ook in praten, informatie geven, duiden, vragen beantwoorden. Mensen zijn niet gebaat met een kille medische diagnose. Ze willen behandeld worden met respect, als mens."

Moeilijke momenten
"Uiteraard vergt zo'n persoonlijke benadering emotioneel veel van je. Probeer je maar eens voor te stellen dat een meisje van negentien voor je zit en je haar moet zeggen dat ze kanker heeft met uitzaaiingen. En dat ze niet lang meer te leven heeft. Daar krijg je echt koude rillingen van. Natuurlijk is het voor de patiënt het ergst, voor haar staat dan de wereld stil. Maar ook als arts heb je moeilijke momenten. Elke dag heb je wel zo'n moment. En soms gaat dit heel diep. Ik herinner me een vrouw, een jonge vrouw met kinderen. Zes maanden heb ik haar behandeld. Je doorloopt samen heel de behandeling, met ups en downs. Twee dagen voor Kerstmis krijgt ze een zware inzinking. Totaal uitgeput wordt ze opgenomen. En op kerstavond zelf belt haar man me met de vraag of ik wou komen: zijn vrouw voelde dat ze ging sterven en had gevraagd of ik erbij kon zijn. Ik ben gegaan en gebleven tot op het einde. Op dat moment ben je meer dan alleen maar arts. Je voelt je dan als een deel van die familie. Dit draag je jaren mee. (stilte) Ik zeg vaak tegen mijn medewerkers dat drie moeilijke momenten per dag echt wel het maximum is. Ik ben ook maar een mens."

De batterijen opladen
"Het is echter niet zo dat, telkens als het slecht afloopt, je er ook een slecht gevoel aan overhoudt. Sommige mensen laten je duidelijk voelen dat ze het werk appreciëren dat je leverde. Zelfs als ze weten dat het einde nadert. Jaarlijks krijgen we tientallen briefjes met bedankingen. Of we worden vermeld in de doodsbrief. Dat betekent dat je toch iets bijgedragen hebt. Dat doet deugd en dat geeft energie."

"Ook bemoedigend is het besef dat elk jaar de overlevingskansen van kankerpatiënten met een paar procent stijgen. Dat betekent dat het wetenschappelijk onderzoek haar vruchten blijft afwerpen. En al zijn dit maar een paar procenten per jaar, toch trek ik mezelf daaraan op. Want op lange termijn maken die wel degelijk een verschil."

"En dan heb je uiteraard die heel mooie momenten. Niet alle aandoeningen lopen immers slecht af. Op een dag kwam er een zwangere vrouw met een bepaalde vorm van lymfklierkanker. We hebben toen in samenspraak met die vrouw gekozen voor een behandeling met chemotherapie na de geboorte van het kind (want chemotherapie kan schade berokkenen aan het ongeboren kind, nvdr). Alles verliep goed. En ze heeft nu al meerdere kinderen. Haar tweede heeft ze trouwens mijn voornaam gegeven. Zo'n ervaringen blijven ook lang bij. Dat zijn zaken waaruit ik kracht put tijdens moeilijkere periodes."  

"Veel hangt ook af van je persoonlijkheid. Ik ben evenwichtig en optimistisch van aard, anders zou ik dit niet volhouden. Je weet bovendien vrij snel of je er tegen opgewassen bent: ofwel raak je gefascineerd door deze dagelijkse strijd ofwel knap je er binnen de zes maanden volledig op af. Je mag niet vergeten dat je in deze job vaak geconfronteerd wordt met de dood en dus ook met je eigen sterfelijkheid. Als je jong bent is dit niet zo evident. Omgaan met je sterfelijkheid is iets dat je met de jaren leert. Maar het blijft moeilijk. Met terminale patiënten die jonger zijn dan mezelf, heb ik het emotioneel nog altijd lastiger. En dat blijft."

"Ik heb wel het geluk dat ik in mijn vrije tijd echt tot rust kan komen. Ik slaag erin om dan veel van me af te zetten. Niet alles, want ergens in je achterhoofd blijf je steeds bezig. Alleen zijn die vrije momenten nogal schaars. Het eerste weekend dat ik volledig vrij had dit jaar was ergens eind februari. Dat zou wel iets meer mogen zijn. Maar ja, er is altijd wel een vergadering of een symposium dat je niet wil of kan missen. Ik wil steeds bijblijven en verder timmeren aan de weg. Mijn omgeving beseft dat gelukkig en steunt me in wat ik doe. Ook dat is niet altijd even evident." 

Naar het verhalenoverzicht