Hugo Stuer: als de dokter zelf patiënt wordt
"Lachen is gezond," was altijd het motto van dokter Hugo Stuer, huisarts in Sint-Gillis-Waas en auteur van verschillende boeken over dit thema. Toen hij zelf darmkanker kreeg, merkte hij dat die gezondmakende lach niet vanzelf op zijn gezicht verscheen. Hij werd opnieuw leerling in zijn eigen theorie en maakte na zijn operatie een nieuwe balans op van z"n werk en z"n leven. Hoe vergaat het een dokter als hij zelf patiënt wordt?
Tekst: Carla Rosseels, in Leven 16, oktober 2002
"Kanker krijgen, dat gebeurt altijd onverwachts en het komt hard aan", zegt dr. Hugo Stuer, "maar als arts was ik in principe goed voorbereid om dit mee te maken en zelf patiënt te worden. Ik begeleidde patiënten met kanker en wist hoe moeilijk die weg was. Ik hield me al lang bezig met het zelfhelende vermogen van de mens en dan vooral met humor in moeilijke tijden. "Lachen is gezond", heb ik altijd gepredikt, maar ik merkte nu dat lachen niet vanzelf kwam. "Stuer," heb ik op een bepaald moment tegen mezelf gezegd, "Stuer, waar is nu je humor in moeilijke tijden?" Ik moest het allemaal opnieuw ontdekken, dit keer niet alleen in theorie, maar in de praktijk van mijn eigen leven. Toen ik voor het eerst de boodschap kreeg dat er iets mis was, was ik ontzet. Mijn praktijk een dag sluiten voor een onderzoek? Dat leek me onmogelijk. Vervolgens moest ik vijf dagen sluiten voor een opname in het ziekenhuis. Dat was onvoorstelbaar. Toen kreeg ik nog slechter nieuws: een tumor, darmkanker. Toen was ik murw, knock-out. Op dat moment mochten ze me alles zeggen, zelfs dat het over een paar maanden voorbij zou zijn. 'Laat maar komen', dacht ik, 'zeg maar op'."
"Je incasseert de ene mokerslag na de andere en uiteindelijk dreig je vast te raken in een "dode hoek". Om daaruit te geraken, heb ik mijn tranen moeten toelaten. Als student en als beginnend arts kon ik niet wenen. Ik heb dat gaandeweg geleerd en nu heb ik me er vaak nachtenlang aan overgegeven, tot de beker leeg was. En toen was er weer ruimte voor een grap en een lach, in het begin meestal cynisch, galgenhumor, maar soms kwam er zelfs een vrolijke, uitbundige lach opzetten en dan was ik vastberaden om die ook mee te pakken. Als vrienden mij belden op mijn kamer, met een bang hartje uiteraard, nam ik op en zei "Met vakantiecentrum Imelda". En na de mededeling dat er geen klieren aangetast waren: "Met de afdeling ex-kankerpatiënten". Dat is vaak even schrikken voor bellers of bezoekers. Ze zijn het wel gewend dat een kankerpatiënt verdrietig is of bezorgd, maar dat je grapjes maakt over je eigen situatie, dat vinden ze akelig. Ik heb me zelf ook afgevraagd of mijn gedrag wel normaal was, maar dat was mijn manier om met die kanker om te gaan, om mij eraan over te geven. Eerst door te wenen, en dan door opnieuw te lachen, en veel zelfs. Soms dacht ik dat de hechtingen in mijn buik zouden scheuren, van het schokken van het lachen. Als je je tranen niet kunt toelaten, kan je ook je vreugde niet beleven, maar als je alleen maar lacht, duw je je zorgen op een geforceerde manier weg. Het is de combinatie van de lach en de traan, die zo subtiel is en die mijn herstel bevorderd heeft."
Striemende onzekerheid over prognose
"Nadat mijn tumor was verwijderd, heb ik me als arts-patiënt zeer intensief bezig gehouden met mijn overlevingskansen en mijn prognose, want daar hing het van af of ik me nog met een preventieve chemokuur zou laten behandelen. Ik heb de resultaten van het weefselonderzoek aan verschillende deskundigen voorgelegd en ik kreeg zeer uiteenlopende antwoorden: de ene gaf me 50% overlevingskans, de andere 60, nog een ander zei dat ik er helemaal niet zo goed voor stond, zelfs al was de tumor verwijderd en was ik klachtenvrij. Ik was bereid hun opinie te aanvaarden, maar ik wilde wel argumenten horen en passages uit vakliteratuur zien. Uiteindelijk ben ik ook zelf in de literatuur gedoken, maar toen werd mijn verwarring nog groter. In het ene artikel las ik dat ik in mijn situatie 89% overlevingskans had, terwijl ik een ander artikel kreeg toegestuurd waarin aan exact hetzelfde geval slechts 30% overlevingskans werd toegeschreven. Nu was ik bereid elk cijfer te aanvaarden: 50, 60, 90 of zelfs 30, maar dat grote verschil tussen 30 en 89% vond ik niet leefbaar. Uiteindelijk ben ik na een maand lezen en praten met zeven experts, zelf tot een consensus gekomen: ik ga ervan uit dat mijn prognose niet slecht is en dat een aanvullende chemotherapie daar nog een kleine winst aan toevoegt. Het heeft veel mensen verrast, dat ik uiteindelijk toch voor chemotherapie gekozen heb, want ik sta hier bekend als een natuurarts. Maar ik zag mezelf graag genoeg om dat beetje winst erbij te nemen. Dat ik die keuze zelf gemaakt heb en ze me niet heb laten aanpraten, helpt ook om die kuur mee te maken. Want hoe goed ik ook begeleid word, ik ervaar die kuur als angstaanjagend."
Kiezen voor het milde
"Ik heb mijn eigen patiënten, of ze mij nu opzochten voor kanker, reuma of hoge bloeddruk, altijd begeleid met een globaal model, dat patiënten aanzet tot actie op drie vlakken. In eerste instantie moeten ze hun kwaal laten behandelen. Vervolgens kunnen ze hun gezondheid stimuleren: door hun eetgewoonten aan te passen of door aanvullende behandelingswijzen toe te passen. Ten slotte is ook het persoonlijke vlak belangrijk: hoe voelt iemand zich, wat kan hij doen om zich psychisch en sociaal beter in z"n vel te voelen en ook op dat vlak genezend te werk te gaan. Ik heb dit model nu ook op mezelf toegepast."
"Mijn tumor is operatief verwijderd en ik heb gekozen voor bijkomende chemotherapie. Ik heb een natuurarts geraadpleegd en ik ben geschrokken van zijn boodschap. Darmkanker is voor een stuk een vermijdbare kanker. Ik dacht altijd dat ik gezond at, maar ik heb nooit veel tijd genomen om te eten. Altijd druk, weinig kans om te verteren, letterlijk en figuurlijk. Ook dat is een factor die darmkanker bevordert. Ten slotte heb ik ook een psycholoog geraadpleegd die vooral kankerpatiënten begeleidt en ik heb gemerkt dat er ook op dat vlak nog een aantal persoonlijke thema"s om extra aandacht vroegen."
"Mijn darmkanker heeft me gedwongen om in de spiegel te kijken en mezelf klein te maken. Ik ben er "smaller and wiser" van geworden. Het is een les in bescheidenheid op alle vlakken. Ook heb ik meer respect gekregen voor de klassieke geneeskunde en voor de technische en de menselijke zorg waarmee je in zo"n situatie wordt omringd. Ik ben opnieuw leerling geworden in mijn eigen theorie. Ik heb stappen teruggezet in de drukke manier waarop ik leefde en werkte en ik heb een paar radicale keuzes gemaakt."
"Zo had ik me politiek geëngageerd, maar ik heb gemerkt dat de politiek vooral negatieve gevoelens in mij wakker maakt: cynisme, hardheid, achterdocht. Ik ben er daarom uitgestapt en ik kies nu opnieuw voor de mildheid: voor mijn praktijk, voor mijn patiënten en voor mijn verhaal van de lach en de traan, dat minder luid klinkt dan een politieke toespraak, maar zoveel warmer, authentieker en menselijker is."
Naar het verhalenoverzicht





