LinksSitemapContact
U bent hier:

Een dag uit het leven van... Evy Meisman, bij haar laatste chemotherapie

Een dag uit het leven van...

Dit is een momentopname uit het leven van Evy Meisman. De reportage kadert in de rubriek 'Een dag uit het leven van….', waarin een journalist en een fotograaf één dag lang een kankerpatiënt, een familielid of een hulpverlener volgen.

Boekjes voor kinderen

FEC?
FEC is een combinatie van drie chemomedicijnen die gebruikt wordt bij de behandeling van borstkanker. FEC staat voor 5-Fluorouracil, Epirubicine en Cyclofosfamide. Er worden drie sessies FEC gegeven om de drie weken, gevolgd door drie sessies docetaxel (®Taxotere) om de drie weken. De toediening gebeurt intraveneus (in een ader).

Evy Meisman. Foto An Nelissen Thuis staat de champagne koud. Voor vanavond, wanneer Evy en Dieter terugkeren uit het ziekenhuis. ‘Vandaag de laatste sessie chemotherapie’, zucht Evy. ‘Ik ga ervan uit dat ik dit niet nog eens hoef mee te maken.’ Dieter knikt haar bemoedigend toe. Eerst nog samen ontspannen bij een lekkere lunch.

Tekst: Carla Rosseels, uit Leven 43, juli 2009

Maandag 9 maart. Ik tref Evy, Dieter en dochter Nina (4) ’s middags in de rustige Country Club bij het kasteel van Zwijnaarde. Mama Evy en dochter Nina zien er beeldig uit: allebei in zwart en fuchsia. De menukaart wordt bestudeerd. Nina raakt er niet goed uit of ze eerst soep of spaghetti zal eten. Papa kiest voor de dagschotel. Zoontje Leon (1,5) verblijft vandaag bij oma. ‘Nina gaat voor de tweede keer mee naar de chemo’, vertelt Evy. ‘Zo wordt het allemaal wat concreter voor haar. We hebben haar in kindertaal proberen uit te leggen wat borstkanker is. Anders maakt zo’n kind zich toch maar ongerust. We hebben daarbij gebruikgemaakt van publicaties van de Vlaamse Liga tegen Kanker zoals het boekje Mama heeft kanker en het verhaal over Chemo-Kasper die “kankercelletjes opeet”. Daar is ze helemaal weg mee.’
Evy was pas 28 toen ze op 20 oktober 2008 te horen kreeg dat ze aan borstkanker leed. ’Dat was een schok’, zegt ze. ‘Eerst kon ik het bijna niet geloven. Het zit niet in mijn familie. Op een dag voelde ik een hard stuk rond mijn tepel en zo ging de bal aan het rollen. Ik was al een tijdje moe, maar ik werkte vier vijfde en volg een intensieve vierjarige opleiding. Dat combineerde ik met twee kleine kinderen. Maar ik had nooit kunnen denken dat ik ondertussen rondliep met een tumor van vier centimeter en zes aangetaste lymfeklieren.’
 
Weg van de wereld
Evy’s behandeling startte met een borstamputatie en zes sessies chemotherapie. ‘Bij de eerste FEC-sessie (zie kader) wist ik niet wat me te wachten stond’, vertelt Evy. ‘Ik was een beetje weg van de wereld, helemaal in mezelf gekeerd. Dieter zei dat ik wat vriendelijker moest zijn tegen de verpleegkundigen (lacht). De tweede sessie was de zwaarste. Nadien moest ik continu overgeven. Een echte ramp. Ook na de derde sessie was ik erg misselijk. In die tijd haatte ik de dokters, de verpleegkundigen en het ziekenhuis. Ik ging er naartoe om doodziek naar huis te gaan. Zo voelde het. Ik kon het niet zien als de weg naar genezing. Ondertussen krijg ik Taxotere, een ander soort chemo. Die bezorgt me geen misselijkheid maar wel spierpijnen, vermoeidheid en een slechte smaak. Nu, alles is beter dan misselijk zijn. Vandaag ben ik zelfs vrij ontspannen naar het ziekenhuis vertrokken.’

Nina heeft ondertussen een stukje brood verorberd. ‘Eet je korstjes ook maar op’, zegt mama. ‘Van korstjes krijg je…?’, vraagt papa. ‘Borstjes’, antwoordt Nina trots. ‘Mama zal nog veel korstjes moeten eten’, zegt Evy. ‘Waarom?’, vraagt Nina. ‘Om weer borstjes te krijgen’, antwoordt mama. ‘Nee’, zegt ze dan. ‘De dokter zal wel voor die borstjes zorgen.’ Wanneer de chemo en de bestralingen achter de rug zijn, is het uitkijken naar de borstreconstructie. Al zal dat ten vroegste volgend jaar zijn als het borstweefsel helemaal hersteld is van de bestralingen.

Sprookjes in de wachtzaal
We sluiten de maaltijd af met een koffie en rijden naar het UZ Gent. Daar is het druk op de afdeling Oncologie. In de wachtzaal leest Evy Nina voor uit een sprookjesboek. Vrij snel worden we naar het ‘priklabo’ geroepen. Daar worden de bloedwaarden van Evy gecontroleerd. Het gezin wordt hartelijk begroet door de verpleegkundige. Nina krijgt meteen wat plastic spuitjes waarmee ze het hele gezelschap ‘prikjes’ mag geven. ‘Blij zeker?’, vraagt de verpleegkundige aan Evy. ‘Ja, de laatste keer’, zucht zij. ‘Goed hè’, zegt de verpleegkundige. ‘Dan ben je er in de zomer vanaf’. Nina kruipt op Evy’s schoot. De verpleegkundige toont haar hoe ze bloed afhaalt via de poortkatheter of ‘het poortje’. Bij het volgende spuitje mag Nina zelfs meehelpen: het spuitje vasthechten en dan voorzichtig bloed afhalen. ‘Het poortje blijft zitten voor Chemo-Kasper’, zegt Evy.

Vervolgens trekken we naar de kamer waar Evy zal wachten op haar laatste sessie chemotherapie. De behandelende arts komt langs. Zij bespreekt met Evy en Dieter hoe de behandeling nu verder zal verlopen. Er wachten Evy nog 25 bestralingsessies in het ziekenhuis van Kortrijk, dat is dichter bij huis. De dokter bespreekt de verdere planning, de hormonenhuishouding van Evy en de anticonceptie van het echtpaar. Tenslotte leggen ze de eerste afspraak met de radiotherapeute vast. Dieter houdt de agenda mee in het oog. De sessies worden aangepast aan de vakantieplannen van het gezin én aan Evy’s opleidingsdagen. ‘Ik volg een vierjarige therapeutenopleiding,’ vertelt Evy, ‘en zit nu in het laatste jaar. Ik ben in ziekteverlof, maar gelukkig mocht ik mijn opleiding verder zetten. Ik heb maar één dag gemist. Naar de opleiding gaan, doet mij deugd. Het geeft mij het gevoel dat ik meer ben dan een kankerpatiënte. Bovendien krijg ik veel steun van de docenten en van mijn medestudenten. Ook de data van mijn chemosessies heb ik altijd aan mijn opleidingsdagen aangepast.’

Evy en Dieter zijn twee handen op één buik. Dieter steunt haar niet alleen door dik en dun, hij vergezelt haar altijd en is graag van alles op de hoogte. ‘Ik lees mee, ik leer mee en ik kan over alles meepraten’, zegt hij. Ook de blog die Evy schrijft, maken ze eigenlijk met zijn tweetjes. ‘Het was een idee van Dieter’, zegt Evy. ‘Het is handig om je vrienden en kennissen op de hoogte te houden en tegelijk wat taboes te doorbreken. Er komen ondertussen ook heel wat lotgenoten meelezen. Dieter en ik bedenken samen een thema en wat ik neerschrijf, is meestal het resultaat van onze gesprekken. Hij leest de teksten nog eens na en past ze aan.’

Samen stoeien
Ondertussen duurt het wachten lang. Evy leest het eindwerk voor haar opleiding nog eens na. Wanneer er een psychologe langskomt om met Evy en Dieter te praten over de psychische effecten van kanker, maak ik een wandeling met Nina op de gang. Wanneer we terugkomen, praat Evy over haar toekomstplannen: ‘Parttime gaan werken, een eigen huis bouwen met een zelfstandige therapiepraktijk in bijberoep. Die plannen komen nu in een stroomversnelling. Dan kan ik het wat rustiger aan doen,’ zegt ze, ‘en hou ik meer tijd over voor mijn gezin, familie en vrienden. Dat vind ik belangrijk. Stel je voor dat de kanker ooit terugkomt. Onbewust hou ik er rekening mee dat ik misschien geen zeventig word. Maar als de dokter begint over mijn statistische genezingskans, dan wil ik dat cijfer niet horen. Ik ga er liever van uit dat die kans 100% bedraagt.’

Ondertussen stoeien Dieter en Nina wat op het bed om de tijd te doden. Ze maken gekkigheid met z’n drieën. Tot de verpleger arriveert. Eerst nog een spoeling. Nina mag de verpleger bellen als het zakje leeg is. Dan komt de chemococktail eraan. Ondertussen is het vier uur in de namiddag. Rond vijf uur zal de laatste sessie rond zijn. ‘Dan Leon ophalen, nog even bij de andere grootouders langs en dan... champagne’, lacht Evy. ‘Het zwaarste is achter de rug. In de zomer zal mijn haar weer gegroeid zijn en kan ik naar buiten zonder sjaal. Daar kijk ik naar uit.’

Op Evy’s blog http://evy-meisman.blogspot.com lees je hoe deze dag echt is geëindigd: 'Tijdens het laatste half uurtje dat ik chemo krijg, sluit ik me zoals de vorige keren af: ogen dicht, MP3-speler aan en weg van deze plek. Dieter en ik zeggen geen woord meer. Onderweg naar huis merk ik dat mijn stemming gekeerd is. Ik krijg wat hoofdpijn, waarschijnlijk ook door het plotse besef dat ‘het’ niet gedaan is, maar dat ik voor een paar lastige dagen met nevenwerkingen sta. De champagne laten we in de koelkast tot over drie weken. Want dan pas hebben we iets te vieren: dan moet ik eens niet terug naar de chemo.’ 

Naar het verhalenoverzicht