LinksSitemapContact
U bent hier:

Dikke arm na borstkanker: tijdig behandelen

Tips om een dikke arm te voorkomen

  • draag handschoenen bij huishoudelijk werk, ook in de tuin
  • vermijd hete baden, sauna’s en langdurig zonnebaden
  • gebruik een goede huidcrème op basis van lanoline
  • blijf de getroffen arm gebruiken, maar overbelast hem niet
  • til geen zware lasten
  • laat geen inspuitingen, bloedafname en bloeddrukmetingen doen aan die arm
  • ontsmet elke wonde goed, hoe klein ook
  • neem steeds antibiotica mee als je verre reizen maakt
  • raadpleeg zo snel mogelijk iemand gespecialiseerd in lymfoedeem als de arm begint te zwellen

Lymfedrainage

Niet alle kinesitherapeuten zijn onderlegd in manuele lymfedrainage. Vraag het vooraf na. Ook bij de Kankerlijn kunt u terecht voor adressen van gespecialiseerde kinesitherapeuten voor de behandeling van lymfoedeem. Bel de Kankerlijn, elke werkdag van 9 tot 12 uur en van 13 tot 17 uur. Of stel uw vraag op www.kankerlijn.be of per e-mail op kankerlijn@tegenkanker.be.

Voor kinesitherapie voor lymfoedeem kunt u via een arts-specialist (geen huisarts) een verhoogde terugbetaling van het ziekenfonds aanvragen (uw aandoening moet daarvoor erkend zijn als zware aandoening). Lees hier meer over de prijs van  lymfedrainage bij een kinesitherapeut en de terugbetaling van het ziekenfonds.

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Tekst: An Van de Velde, foto’s: Eric de Mildt (Marina) en Pol Leemans (prof. Lievens), uit Leven 45, januari 2010

Marina Van Haeren: 'Ik wil vooral voorkomen dat het erger wordt'

Drie jaar geleden kreeg Marina Van Haeren (58) te horen dat ze borstkanker had. De dikke arm die ze aan haar behandeling overhoudt, probeert ze met intensieve lymfedrainage en een steunmouw in bedwang te houden.

‘Eind juli 2006 viel de diagnose’, vertelt Marina Van Haeren. ‘Een maand later ben ik geopereerd. Een borstsparende ingreep, gelukkig maar. Tijdens die operatie zijn ook enkele lymfeklieren uit mijn linkeroksel verwijderd. Nadien volgden chemotherapie en intensieve radiotherapie.’
‘Voor de mobiliteit van mijn linkerarm ben ik gestart met kinesitherapie, bij een gewone kinesitherapeut. De oefeningen volgde ik thuis ook ernstig op. Met succes. Mijn arm bleef soepel en mobiel. Ik ondervond geen problemen. Tot ongeveer een jaar later: midden oktober 2007. Ik zat op maandagochtend in de auto op weg naar mijn werk, twee handen op het stuur... Mijn linkerhand was helemaal gezwollen. Er lag precies een kussentje bovenop en ik had vingers als worstjes. Zomaar, zonder aanleiding. Op kantoor ben ik meteen beginnen rondbellen. Zo kwam ik terecht bij professor Lievens (zie verder, nvdr) die mij de coördinaten bezorgde van een kinesitherapeut gespecialiseerd in lymfedrainage. In het begin ging ik drie keer per week. Tussen mijn twee armen zat een verschil van drie centimeter. Mijn arm was stijf, voelde vervelend aan. Hinderlijk. Met lymfedrainage werd hij weer soepel en dunner. Na een maand zag ik al resultaat.’
‘Overdag draag ik ook een steunmouw, een stevig rekverband van onder mijn oksel tot over mijn hand, om te verhinderen dat mijn arm opzwelt. Bij mij zit de zwelling vooral rond mijn bovenarm en mijn pols. Daarom draag ik liefst een mouw uit één stuk, met een handje. Mensen vragen soms of ik mijn pols bezeerd heb, dan speel ik meteen open kaart. Ik vertel het aan iedereen, dat maakt deel uit van mijn verwerkingsproces. Ik verberg het ook niet. Ik draag waar ik zin in heb, ook korte mouwen.’
‘Zo ’n steunmouw dragen is niet altijd evident. Het spant stevig. Bij warm weer moet ik echt op mijn tanden bijten om ze aan te trekken. Ik kan het ook niet alleen, mijn man moet me daarbij helpen. Vorige zomer – op vakantie in Zwitserland - heb ik een paar keer gezondigd. Ik wilde van de zon genieten, zonder mouw, maar dat heb ik achteraf moeten bekopen. Door de warmte begon mijn arm te zwellen en daar kreeg ik een zonneallergie bovenop: overal blaasjes en ze jeukten verschrikkelijk. Ik kón mijn mouw niet meer dragen. Zo ging het van kwaad naar erger. Terug thuis was mijn arm pas na een paar weken intensieve kinesitherapie weer onder controle. Ik heb mijn lesje geleerd. Voortaan draag ik mijn steunmouw consciëntieus elke dag. Dat moet ik wellicht ook de rest van mijn leven blijven doen.’

Een steunmouw dragen is niet altijd evident. Bij warm weer moet ik echt op mijn tanden bijten om ze aan te trekken.

‘Mijn linkerarm zal altijd dikker blijven dan mijn rechterarm, maar met lymfedrainage houd ik het binnen de perken. Ik moet niet echt op mijn kleding letten. Ik ga wandelen, ik geniet van de zon,… zonder te overdrijven. Huishoudelijke klussen zijn soms een probleem, maar van in het begin heeft mijn man mij bij heel wat huishoudelijke taken geholpen.’
‘Natuurlijk ben ik er mee bezig, maar ik lig er niet van wakker. Zeuren heeft geen zin. Het is mij overkomen en ik moet ermee voort. Ik wil vooral vermijden dat het erger wordt. Daarvoor heb ik zo mijn trucjes, kleine dingen waarop ik moet letten: geen zware dingen dragen met mijn linkerarm bijvoorbeeld. En voor lange autoritten leg ik een kussen op mijn schoot en daarop mijn arm. Mijn linkerarm zal een zorgenkind blijven, daar moet ik constant rekening mee houden. Gelukkig ben ik rechtshandig. Om mezelf te verwennen, laat ik af en toe mijn steunmouw uit, bijvoorbeeld als we uit eten gaan met vrienden of familie. Maar ik mag het niet te veel doen: enkel voor speciale gelegenheden.’
‘Ik ga nog altijd twee keer per week naar mijn kinesitherapeut. Dat vergt inspanning en een grote dosis zelfdiscipline. Ik heb een actief leven, een drukke professionele agenda, veel verantwoordelijkheid… Zo ’n behandeling duurt bijna een uur, maar het doet wel deugd. Het ontspant mij. Vroeger ging ik na mijn werk. Als ik moe was of nog druk bezig, durfde ik het wel eens afbellen. Nu ga ik ’s morgens voor het werk. Dat lukt mij beter om vol te houden.’
‘Mijn advies aan lotgenoten: als je last krijgt, regel meteen een afspraak met een kinesitherapeut die gespecialiseerd is in lymfedrainage. Je hebt er alle baat bij om het van in de beginfase onder controle te houden. Het ís een opgave, ja. Maar ik heb het er voor over. Ik móet volhouden, om erger te voorkomen.’

 

Lymfoedeem tijdig behandelen

Tussen 10 en 30 procent van de vrouwen die borstkanker krijgen, ontwikkelt vroeg of laat lymfoedeem, beter bekend als ‘de dikke arm’. Die is met aangepaste kinesitherapie te bestrijden, met het beste resultaat als de behandeling tijdig start.Niet de borstkanker zelf is de boosdoener. Vaak worden tijdens de operatie behalve de tumor ook lymfeklieren weggenomen uit de oksel, de eerste plaats waar uitzaaiingen voorkomen. Dat kan de afvoer van het lymfevocht uit de arm belemmeren, met risico op oedeem tot gevolg.

Professor Pierre Lievens, voorzitter van de vakgroep Kinesitherapie aan de Vrije Universiteit Brussel: ‘Lymfevocht bestaat uit water en eiwitten die enkel via de lymfevaten kunnen worden afgevoerd. Als dat niet gebeurt, zetten ze zich vast in de weefsels waar ze als een spons water opzuigen. Het oedeem zit dan gevangen in de onderhuidse weefsels en zal steeds harder aanvoelen: van waterig over geleiachtig tot cement. Die drie stadia kunnen elkaar relatief snel opvolgen.’

Goed op tijd
Vroegtijdige behandeling kan meer leed voorkomen. Toch wachten veel vrouwen nog te lang om hulp in te roepen. Alsof die dikke arm de prijs is die ze betalen voor de kankerbehandeling. Er ís een remedie. Tijdig ingrijpen is de boodschap, anders woekert het oedeem voort.
Prof. Lievens: ‘Lymfoedeem kan snel na de operatie optreden, maar ook maanden of jaren nadien, soms zonder duidelijke oorzaak, soms als gevolg van een infectie, verwonding of zware belasting. Reden te meer om rekening te houden met de preventietips (zie kader hiernaast). Als lymfoedeem optreedt, komt het er op aan snel in te grijpen.’
Alert blijven is de boodschap. Wacht niet tot die arm helemaal opzwelt. Raadpleeg bij zwelling, gespannen of zwaar gevoel, pijn of andere klachten meteen een specialist in het behandelen van lymfoedeem.
Prof. Lievens: ‘Eerst moet je de diagnose stellen, dan kun je een behandeling adviseren. Klinkt logisch, maar lymfoedeem is niet altijd meteen duidelijk zichtbaar. Vaak klagen vrouwen over een zwaar gevoel of tintelingen, zónder dikke arm. Zij worden vaak over het hoofd gezien, hun klachten afgedaan als ‘inbeelding’. Ook zonder meetbaar volumeverschil kan er sprake zijn van oedeem. Met echografie kan je dat gemakkelijk aantonen. Zo kan je ook het stadium bepalen en een behandeling starten.’

Lymfoedeem kan snel na de behandeling optreden, maar ook maanden of jaren nadien.

In behandeling
De basisbehandeling voor de eerste twee stadia van lymfoedeem is een combinatie van manuele lymfedrainage (een specialisatie binnen de kinesitherapie) met een steunverband of armkous en oefeningen. Soms worden er ook niet elastische bandages en/of een drukapparaat gebruikt – waarbij de deskundigheid van de therapeut van groot belang is. Als er na die intensieve behandeling met meerdere sessies per week verbetering optreedt, volgt een onderhoudsfase waarin bekeken wordt of een armkous nodig blijft en de lymfedrainage wordt afgebouwd.
Prof. Lievens: ‘Manuele lymfdrainage is een zachte massagetechniek die de lymfestroom stimuleert. Bedoeling is de afvoer van lymfevocht te verbeteren, waardoor de zwelling vermindert. Zo kun je ook lymfebanen die normaal niet functioneel zijn - in de borstkas of in de rug – activeren om de taak van de getroffen lymfevaten over te nemen. Meestal adviseren we ook steunmouwen en bandagetechnieken om te verhinderen dat de arm opnieuw gaat zwellen.’
In de derde fase is de zwelling weefsel geworden, het oedeem onomkeerbaar. Enkel een operatie kan dan nog helpen. Er bestaan verschillende technieken.
Prof. Lievens: ‘Bij een lymfosuctie gaat men onderhuids vet en lymfevocht wegzuigen, waardoor de arm weer een normale omvang aanneemt. In het andere geval maakt de chirurg een overbrugging tussen de verstopte lymfvaten en goed werkende bloed- of lymfvaten, zodat het lymfvocht kan worden afgevoerd. Beide zijn ingrijpende operaties, zonder garantie op succes. In beide gevallen blijft nazorg nodig én opnieuw lymfedrainage, om herval te voorkomen.’

Levenslang
Met het gevaar op een dikke arm zit je opgezadeld voor de rest van je leven?
Prof. Lievens: ‘In feite krijg je levenslang. Je moet altijd alert blijven. Je moet er vroeg bij zijn én je mag de behandeling zelden stoppen. Dat vergt discipline en volharding. Een steunmouw draagt niemand graag en twee keer per week kinesitherapie ís een opgave. Maar het helpt erger voorkomen.’

Naar het verhalenoverzicht