LinksSitemapContact
U bent hier:

Depressie bij kanker

Monique Vermeersch. Foto Eric de Mildt Toen Moniek Vermeersch vier jaar geleden borstkanker kreeg, daverde haar wereld even op zijn grondvesten. Toch hield ze de moed erin. Ondertussen heeft Moniek uitzaaiingen in haar botten. In de nasleep van de behandeling na haar herval werd ze lusteloos en depressief.

tekst: Carla Rosseels, uit Leven24, oktober 2004

'Vier jaar geleden zag mijn situatie er nog heel rooskleurig uit,' vertelt Moniek. 'Tijdens een jaarlijkse controle ontdekte de gynaecoloog een bolletje in mijn borst. Het werd verwijderd en bleek goedaardig, dus verkeerde ik in opperbeste stemming. Maar toen ik twee weken later bij de dokter langsging, had onderzoek in het lab uitgewezen dat er aan het goedaardige bolletje een 'aanhangsel' vast zat dat kwaadaardig was. Het was een groot geluk dat ze zo'n kleine tumor hadden opgemerkt, maar de klap was hard. Er volgende een tweede operatie, waarbij een stuk van de borst en de okselklieren weggenomen werden.'

'Ik liet me om de drie maanden controleren en deed dapper door. Ik heb een beleidsfunctie in het buitengewoon onderwijs en bleef mijn job met hart en ziel uitoefenen. Op familiaal vlak was het een moeilijk jaar: mijn vader overleed in december in dat jaar plots, waardoor mijn moeder, die al zestien jaar half verlamd is door een hersenbloeding, alleen achterbleef. Mijn schoonmoeder overleed twee maanden later aan een hersentumor. Er was weinig tijd en ruimte voor mezelf en voor het verwerkingsproces.'

'In september 2002 voelde ik dat ik mijn kanker en de vele verliezen een plaats had kunnen geven. Ik probeerde de draad van mijn leven weer op te pakken en startte vol levensmoed met een nieuw schooljaar. Tot ik in oktober na onderzoek onverwacht slecht nieuws te horen kreeg: de kanker was uitgezaaid naar mijn heup, mijn staartbeen en een rib. Met hormoontherapie zou men de ziekte proberen te stabiliseren. Dit lukte echter niet, zodat chemotherapie volgde.'

'De chemo putte me erg uit. Ik kon nauwelijks eten en drinken en viel al eens flauw. Mijn zelfvertrouwen kreeg een flinke knauw. Ik was altijd erg zelfstandig geweest, maar durfde nu niet meer alleen op stap. Ik had ook graag controle over een situatie, maar die controle raakte ik nu helemaal kwijt. Mijn man en een heleboel dichte vrienden hebben me door die moeilijke tijd geloodst. De zomer was mooi en vrienden liepen af en aan. Ons terras was bijna een openluchtcafé en ondanks alles heb ik mooie herinneringen aan die tijd.'

Van euforie naar depressie

'Toen ik begin augustus mijn chemotherapie achter de rug had, was ik euforisch. Eindelijk weer energie, dacht ik. Ik had ondertussen wel besloten om in september niet terug aan het werk te gaan. Na mijn borstkanker had ik teveel van mezelf geëist. Ik had het gevoel dat ik de voorbije jaren wérd geleefd, nu wou ik zelf leven. Ik wou en zou meer ruimte nemen om te herstellen. Ik keek erg uit naar de tijd die ik thuis zou doorbrengen. "Dit wordt zalig," dacht ik, "nu heb ik tijd zat om creatief te zijn, lekkere recepten uit te proberen, en nog zoveel meer." Maar het draaide heel anders uit. Stilaan voelde ik me meer en meer wegzakken. Ik werd lusteloos en had nergens nog zin in. Het kostte mij enorm veel moeite om me 's morgens te wassen en aan te kleden. Ik had geen zin om me op te maken en wilde niet naar buiten. Het liefst bleef ik thuis veilig tussen vier muren. Goeie vrienden wilden me op sleeptouw nemen, soms ging ik mee. Weinigen wisten hoe slecht ik me voelde. Ik kwam niet vooruit - maar ik heb zelf nooit gedacht dat ik aan een depressie leed. Achteraf denk ik dat het vooral te maken had met angst. Toen ik borstkanker kreeg, heb ik nooit aan de dood gedacht, want de genezingskansen waren erg hoog. Toen ik het verdict 'uitzaaiingen in de botten' te horen kreeg, dacht ik dat ik de dood recht in de ogen keek. De gedachte daaraan liet me niet meer los. Bovendien was mijn levenskwaliteit er enorm op achteruitgegaan. Ik ben vooraan in de veertig, maar ik voelde me een vrouw van tachtig. Mijn gewrichten en mijn spieren deden pijn en ik was zeer kortademig. Wat ik vroeger kon, kon ik nu niet meer en ik vond het enorm moeilijk om met mijn beperkingen te leven.'

'Wat me erbovenop geholpen heeft, is een mix van verschillende factoren. Ik ben voedingssupplementen beginnen te nemen. Sindsdien lijkt de pijn afgenomen en mijn lichaam werd weer wat jonger en energieker. Sommige vrienden kwamen op bezoek en dat gaf me energie. Dan had ik weer een paar uren de fut om iets aan te pakken. Zo hielpen ze mij letterlijk overleven. Samen met mijn man ben ik een week naar Tenerife gereisd. Ik had er aanvankelijk helemaal geen zin in, maar toen ik terugkwam was mijn gemoed toch wat opgehelderd. Ik volgde ook een paar avonden over angsten en depressies op de afdeling oncologie in het UZ van Gent. Alles leek zo herkenbaar en toen pas wou ik voor mezelf toegeven dat de term depressie misschien wel de juiste term was, die alle symptomen en gevoelens van de laatste maanden dekte. Daar viel me ook op dat vele mensen er in hun ziekteproces alleen voor staan, door echtscheiding of familiale problemen, maar ook door onbegrip van hun omgeving. Ook ik werd jammer genoeg geconfronteerd met onbegrip in mijn familie en omgeving, maar ik heb een heel lieve, begripvolle man, en samen ervaren wij zeer veel steun en begrip uit onze dichte vriendenkring. Bovendien laat ik me ondersteunen door allerhande aanvullende behandelingen die mijn levenskwaliteit verhogen en me een andere kijk op het leven bieden. En er is vooral de voorlopige stabilisatie van de ziekte, die me weer wat hoop geeft en ervoor zorgt dat wij opnieuw iets in de toekomst durven plannen.'

'Stilaan werd ik weer levenslustiger en in april ben ik opnieuw halftijds beginnen te werken. Het is zwaar, maar het lukt. Mijn man en ik gaan nog vaak op reis. Tijdens die vakanties voel ik me als herboren. Op reis ben ik ver weg van het ziekenhuis en van alles wat me aan mijn ziekte herinnert. Met wat geluk kan men mijn kanker ombuigen tot een chronische ziekte. Ik kan opnieuw genieten, maar het wordt natuurlijk nooit meer zoals vroeger. Het echte zorgeloze is weg, maar geleidelijk heb ik een andere houding leren aannemen. Vroeger voelde ik me overal verantwoordelijk voor: het werk en de zorgen van anderen kwamen altijd op de eerste plaats. Nu zorg ik beter voor mezelf. Ik heb geleerd mijn beperkingen te aanvaarden en met de pijn te leven. Ik neem de dag zoals hij komt, al heeft het me veel moeite gekost om dat te bereiken.'

 

Depressie: tijdig aan de bel trekken

Erwin Mortier. Foto Eric de Mildt'Het woord depressie wordt vaak in verschillende betekenissen gebruikt,' zegt Erwin Mortier, psycholoog op de afdeling Oncologie van het UZ in Gent. 'Depressief zijn kan betekenen dat je geregeld lijdt aan depressieve stemmingen. Of het kan betekenen dat je te kampen hebt met een syndroom dat in de psychiatrie omschreven wordt als een majeure depressie. Bij een majeure depressie lijdt iemand gedurende langere tijd aan een groter aantal symptomen. Behalve een aantal fysieke symptomen zijn vaak ook gevoelens van schuld en waardeloosheid en zelfmoordgedachten aanwezig.

'Maar we moeten ook oppassen om de ziekteverschijnselen die met kanker gepaard gaan niet met depressieve gevoelens te verwarren. Vooral in de laatste fase van de behandeling, na een aantal chemokuren, kunnen de uitputting en de vermoeidheid die bij het ziek zijn horen, erg op een depressie gelijken. Het verschil is dat bij "normaal" ziektegedrag geen gevoelens van zinloosheid, hopeloosheid, interesseverlies en zelfmoordgedachten aanwezig zijn, wat bij depressie wel het geval is of kan zijn. Het is daarom van groot belang om het individuele verhaal van de patiënt te beluisteren en uit te zoeken waar de symptomen vandaan komen. En vooral belangrijk is alle klachten, ook die van mensen die aan een mildere vorm van depressie lijden, ernstig te nemen.'

Een depressie kan iedereen op elk moment overkomen: oud of jong, bij het begin of aan het eind van een behandeling. 'Helemaal aan het begin, na het horen van de diagnose, voelen patiënten zich vaak machteloos,' zegt Erwin Mortier. 'Hun leven is bedreigd en ze hebben zelf nog maar weinig controle over hun situatie. Ze zijn overgeleverd aan dokters en ziekenhuizen, terwijl onderzoeken en behandelingen hun agenda bepalen. Dat levert heel wat aanpassingsproblemen op, die een depressie kunnen uitlokken. Ook de behandeling van de ziekte kan symptomen van depressiviteit uitlokken. Zelfs nadat mensen genezen zijn verklaard, kunnen ze in een depressie terechtkomen. Soms is de druk van de omgeving om het normale leven weer op te pakken zo groot, dat een patiënt het gevoel krijgt niet aan de verwachtingen te kunnen voldoen. Ook dat kan tot stress en tot gevoelens van depressiviteit leiden.'

Medicatie en psychotherapie

'Sommige mensen slagen erin hun depressie zelf te overwinnen', zegt Erwin Mortier. 'Meestal gaan het dan om een mildere vorm van depressie. Vooral wanneer mensen al strijdbaar waren voor hun ziekte en wanneer ze de juiste steun krijgen uit hun omgeving, slagen ze erin om zelf uit het dal te kruipen. In geval van een majeure depressie is het niet mogelijk om zonder professionele hulp te genezen. Een behandeling met medicijnen, gecombineerd met psychotherapie zijn dan aangewezen. Ook de juiste hulp uit de omgeving is erg belangrijk - want "meer" hulp is niet steeds "beter". De beste steun is hulp die is afgestemd op de vraag van de patiënt. Het is belangrijk om de autonomie van de patiënt te respecteren. Met andere woorden, als je hem alles uit handen neemt, kan de patiënt zich waardeloos gaan voelen, wat het risico op depressiviteit verhoogt.'

Taboe op depressie

'Om patiënten echt te helpen, is het ook nodig om depressie uit de taboesfeer te halen,' besluit Erwin Mortier. 'Het is geen schande om depressief en angstig te zijn, integendeel, het is bijna een normale reactie wanneer je draagkracht door kanker extreem wordt uitgedaagd. Elk gevoel van depressie of angst, hoe mild het ook is, moet ernstig genomen worden. Wacht daarom niet te lang, maar spreek erover met je partner, met een vertrouwenspersoon, met je arts-specialist of met een psycholoog op de afdeling oncologie.'

Naar het verhalenoverzicht