LinksSitemapContact
U bent hier:

Wetgeving

Meer lezen

  • www.roken-horeca.be: de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu over de rookwetgeving

Huidige rookwetgeving

Vroegere KB's die door de huidige wetgeving worden opgeheven:

De huidige rookwetgeving kwam er niet zonder slag of stoot. Jarenlang moesten we het met een halfslachtige wetgeving stellen, die veeleer door economische dan door gezondheidsmotieven was ingegeven. Met het totale rookverbod in de horeca, dat inging op 1 juli 2011, werd een belangrijke en langverwachte horde genomen. We vatten voor u de jarenlange strijd samen.

Roken in openbare gebouwen, inclusief de horeca | Roken op het werk | Roken op school | Roken in het openbaar vervoer | Elektronische sigaret

 

Roken in openbare gebouwen, inclusief de horeca

Het KB van 13 december 2005 behandelde het roken in alle openbare plaatsen met inbegrip van de horeca. Volgens dit KB was het verboden te roken in een gesloten plaats toegankelijk voor het publiek. Een gesloten plaats toegankelijk voor het publiek wordt omschreven als een plaats door wanden afgesloten van de omgeving en voorzien van een plafond; waarvan de toegang niet beperkt is tot de gezinssfeer.

Het rookverbod gold dus voor elke dienstverlening aan het publiek en de onthaalruimtes, voor kapsalons, winkels, gebouwen voor culturele evenementen, sportinfrastructuur, in het onderwijs en opleiding, jeugdhuizen, de vormingssector, de verzorgingssector, ziekenhuizen, onthaalruimtes in hotels, enz. Aan de ingang van elke openbare plaats moesten sindsdien rookverbodtekens worden aangebracht conform met het model goedgekeurd door de minister van Volksgezondheid.

Sinds 1 januari 2007 gold ook een rookverbod in de restaurants. De nieuwe wetgeving die sinds 1 januari 2010 van kracht was, ging nog een stapje verder. De wet hief het KB van 13 december 2005 en zijn uitvoeringsbesluiten op. Roken bleef verboden op alle plaatsen waar het tot 31 december 2009 verboden was om te roken. Bovendien was het voortaan ook verboden te roken in cafés die eten serveren. Het was wel toegelaten een rookkamer in te richten. Roken was enkel nog toegestaan in cafés die voorverpakte voedingswaren verkochten die minstens drie maanden houdbaar blijven. In cafés die gerechten als verse soep of croque monsieur aanboden, gold dus een rookverbod.

De wetgeving bepaalde ook dat een algemeen rookverbod in de horeca ten vroegste werd ingevoerd vanaf 1 januari 2012 en ten laatste op 1 juli 2014.

Op 1 januari 2010 was er dus nog steeds geen rookverbod voor cafés, bars, dancings enz. die geen eten serveren en die een oppervlakte hebben van minder dan 50m². Ook voor casino’s (speelhallen van het type 1) werd een uitzondering gemaakt. Drankgelegenheden met een oppervlakte van meer dan 50 m² waren verplicht om een niet-rokerszone in te richten. Een totaal rookverbod gold ook voor drankgelegenheden gesitueerd in een gesloten plaats die toegankelijk zijn voor het publiek en die niet afgesloten zijn van de hoofdruimte door wanden en een plafond (zoals cafetaria's in ziekenhuizen, culturele centra, terrassen in overdekte winkelcentra etc.) en voor drankgelegenheden die deel uitmaken van een sportinfrastructuur (zoals de voetbalkantine, het cafetaria van de sporthal enz.).

De Vlaamse Liga tegen Kanker nam het niet dat deze uitzonderingen bleven gelden en stapte daarom naar het Grondwettelijk Hof. Alle Belgen zijn gelijk voor de wet en bijgevolg heeft iedereen recht op een rookvrije werkomgeving, ook werknemers in de horecasector, zo was de redenering van de VLK. Het doel van het algemeen rookverbod was bovendien de volksgezondheid te verbeteren. De uitzonderingen die de wetgever nog voorzag, waren ingegeven door louter economische motieven en gingen dus in tegen het doel van de wet. Het Grondwettelijk Hof gaf de VLK gelijk. Op 15 maart 2011 verklaarde het de uitzonderingen op het rookverbod in de horeca ongrondwettelijk. Door de uitspraak van het Grondwettelijk Hof werden de uitzonderingen vanaf 1 juli 2011 opgeheven. Dat betekent dat er vanaf 1 juli een algemeen rookverbod in de horeca geldt!
 

Roken op het werk

Sinds 1 januari 2006 heeft elke werknemer recht op een rookvrije werkruimte. Het KB van 19 januari 2005 over de bescherming van werknemers tegen tabaksrook verving het oude principe van 'hoffelijkheid' door 'het recht op werkruimten en sociale voorzieningen, vrij van tabaksrook, voor elke werknemer met ingang van 1 januari 2006'. Dit recht wordt logischerwijs aangevuld door 'een rookverbod in al deze ruimten (de kantoren, de gangen, de refters, de vergaderzalen, de toiletten, de ontvangstruimten, de dienstwagens,...)'. Werkgevers kunnen, na overleg met het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk, werknemers de gelegenheid bieden te roken in een apart lokaal.

Het KB gold niet voor horecazaken, werkzaamheden in openlucht en privéwoningen. De rookwetgeving die sinds 1 januari 2010 van kracht is, hief het KB van 19 januari 2005 op en omvat dus ook het rookverbod op het werk.

Controle op de naleving van het rookverbod
De controleurs van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) zijn bevoegd voor de horeca-inrichtingen.

De controleurs van de tabakscontroledienst van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu zijn bevoegd voor alle andere publieke plaatsen en voor de horeca-inrichtingen die zich in grotere openbare ruimten bevinden.

De werkplaatsen worden gecontroleerd door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Personen die weigeren om het rookverbod na te leven, riskeren een boete. Zowel de roker zelf als de exploitant van de openbare ruimte kunnen beboet worden. De boetes gaan van € 150 tot € 1.650.

Contact
Voor meer informatie omtrent de rookwetgeving in België kunt u terecht op de website www.roken-horeca.be (van de Federale Overheidsdienst Volkgezondheid) of bij het call center van de FOD Volksgezondheid.
E-mail : info@health.fgov.be
Tel : 02/524.97.97
 
Klachten over publieke plaatsen:
E-mail: apf.inspection@health.fgov.be
Tel: 02/524.74.50
Fax: 02/524.74.99   

Roken op school

Sinds 1 september 2008 is in alle Vlaamse scholen een totaal rookverbod van kracht voor leerlingen, personeel en ouders. Het KB van 13 december 2005 verbood al het roken in gesloten plaatsen toegankelijk voor leerlingen. Ze beschermde kinderen en jongeren wel tegen de gevolgen van gedwongen meeroken, maar ze liet tegelijk toe dat er nog gerookt werd in de niet gesloten ruimtes. Dat is sinds 1 september 2008 dus veranderd. Alle buitenruimtes van de school (speelplein, parkeerplaats, …) zijn nu ook rookvrij. Een aparte rookkamer voor leraren mag niet meer. Ook tijdens één- of meerdaagse uitstappen kan roken niet langer. Het rookverbod geldt van 6.30u. tot 18.30u. Leraren die toch willen roken, zullen tot na hun dagtaak moeten wachten óf de schoolgebouwen moeten verlaten.

Klachten tegen overtreders van het rookverbod van 1 september worden bij de directie van de instelling ingediend. Met klachten over het rookbeleid van de instelling kunt u bij de inrichtende macht van de instelling of bij de onderwijsinspectie terecht.

Roken in het openbaar vervoer

Het KB van 15 september 1976 over het openbaar vervoer verbood het roken in trams, bussen, metro en premetro evenals in de stations van de metro en de premetro. Noch de passagiers, noch de personeelsleden mogen roken in de voertuigen, ook niet wanneer deze stilstaan of parkeren. In de wetgeving die sinds 1 januari 2010 van kracht is, is nu ook het rookverbod in het openbaar vervoer opgenomen. Ze heft het 1° artikel 35, 10°, van het KB van 15 september 1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer per tram, pre-metro, metro, autobus en autocar op.

In treinen van de NMBS is het roken sinds 1 januari 2004 niet meer toegelaten door een intern reglement van de NMBS zelf.

Elektronische sigaret

De rookwetgeving is ook van toepassing op de elektronische sigaret. De elektronische sigaret wordt vooral via het internet aan de man gebracht. Ze bestaat uit een batterij, een verstuiver en een cartridge. Door aan de elektronische sigaret te trekken, wordt de batterij geactiveerd die de verstuiver in actie zet. Dat zorgt ervoor dat de nicotine die in de cartridge aanwezig is, verdampt in stoom, wat de gebruiker toelaat om een 'damp' te inhaleren die net zo aanvoelt en er uitziet als gewone rook. Elektronische sigaretten vallen onder de wetgeving van tabaksproducten als ze tabaksextracten bevatten, of onder de wet op de geneesmiddelen als ze nicotine bevatten of als ze melding maken van therapeutische indicaties (bijvoorbeeld ‘helpt bij het stoppen met roken’). In de wetgeving over het rookverbod vallen alle elektronische sigaretten onder ‘soortgelijke producten’. Ze zijn dus verboden op alle plaatsen waar een rookverbod geldt.