Veelgestelde vragen
Meer info?
- Bel de e-gezondheidslijn, elke werkdag van 9 tot 17 uur: 070/344.144
Algemeen
1. Hoe kan ik mijn risico op kanker doen dalen?
Voeding
2. Hoeveel moet ik per dag eten?
3. Wat is de betekenis van "light" op voedingswaren?
4. Waarom is het aanbevolen dagelijks rauwe groenten te eten?
5. Wat doe ik met resten van pesticiden op fruit en groenten?
6. Hoe kan ik vetarm koken?
7. Is cafeïnevrije koffie kankerverwekkend?
8. Is vis eten nog gezond?
Milieu
9. Schaadt gsm-gebruik de gezondheid?
10. Veroorzaakt deodorant borstkanker?
11. Zijn luchtverfrissers kankerverwekkend?
Secundaire preventie of vroegtijdig opsporen
12. Wat is vroegtijdig opsporen?
13. Wat is het bevolkingsonderzoek naar borstkanker?
14. Vanaf welke leeftijd kan ik deelnemen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker?
15. Wanneer en hoe word ik uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek naar borstkanker?
16. Is een uitstrijkje nog nodig, nu er een vaccin tegen baarmoederhalskanker op de markt komt?
17. Moet ik me preventief laten testen op dikkedarmkanker?
18. Wanneer laat ik me het best testen op prostaatkanker?
Stoppen met roken
19. Hoe stop ik met roken?
20. Wanneer begint mijn rookstop een gezondheidswinst op te leveren?
21. Ik heb slaapproblemen bij het gebruik van nicotinepleisters die 24 uur werken. Is dit normaal?
22. Is gedwongen meeroken schadelijk voor de gezondheid?
Overgewicht
23. Heb ik overgewicht?
24. Hoeveel moet ik bewegen om vet te verbranden?
Zonnen
25. Wat is de UV-index en waar kan ik die terugvinden?
26. Ik heb een bruine huid. Is het dan nog nodig me regelmatig in te smeren?
Hormoonsubstitiutie
27. Verhoogt hormoonsubstitutie het risico op borstkanker?
28. Zijn er alternatieven voor hormoonsubstitutie?
1. Hoe kan ik mijn risico op kanker doen dalen?
Door zorg te dragen voor uw gezondheid kan u uw risico op kanker doen dalen. Dit kan door:
- niet te roken
- gezond en gevarieerd te eten (2 stukken fruit per dag en 300 g groenten waarvan een deel rauwkost, matig met vlees)
- op uw gewicht te letten
- matig te zijn met alcohol
- voldoende beweging te nemen (minstens 5 keer per week 30 minuten matig bewegen)
- u tijdig te laten onderzoeken, spreek hierover met uw arts
Als u een verhoogd risico op kanker hebt omdat u familiaal of erfelijk bent voorbeschikt, dit wil zeggen dat u meerdere verwanten aan dezelfde kant van de familie hebt met een bepaalde vorm van kanker, dan bespreekt u het best met uw arts wat u kan doen om uw risico te doen dalen.
2. Hoeveel moet ik per dag eten?
Hoeveel u per dag nodig hebt, hangt af van persoon tot persoon, van leeftijd tot leeftijd. Als u zware arbeid levert of intensief sport, dan eet u wat meer; probeert u net te vermageren, dan eet u dus wat minder.
| Voedingsmiddel | 3-6 jaar | 6-12 jaar | 12-18 jaar | 18-59 jaar | 60+ |
| Water | 1,5 liter | 1,5 liter | 1,5 liter | 1,5 liter | 1,5 liter |
| Aardappelen (gekook) | 1-3 stuks | 3-4 stuks | 3,5-5 stuks | 3,5-5 stuks | 3-4 stuks |
| Bruin brood | 3-5 sn | 5-9 sn | 7-12 sn | 7-12 sn | 5-9 sn |
| Groenten (vers of diepvries) | 100-150 g | 250-300 g | 300 g | 300 g | 300 g |
| Fruit (vers) | 1-2 stuks | 2-3 stuks | 3 stuks | 2-3 stuks | 2-3 stuks |
| Melkproducten (halfvol) | 2-3 glazen | 3 glazen | 3 glazen | 3 glazen | 3 glazen |
| Vlees/vis/ei/vervangproduct | 75-100 g | 100 g | 100 g | 100 g | 100 g |
| Smeervet/bereidingsvet | 15 g | 10 g (dun smeren) | 10 g (dun smeren) | 10 g (dun smeren) | 10 g (dun smeren) |
| Restgroep (o.a. suikers en vetten) | niet nodig | niet nodig | niet nodig | niet nodig | niet nodig |
En wat bedoelen we nu weer met 'stuks' en 'glazen' en zo?
- 1 snede bruin brood (groot, vierkant brood) = 35 g
- 1 aardappel = 70 g-
- 1 snede kaas = 20 g
- 1 stuk fruit = 125 g
- 1 eetlepel bereidingsvet = 10 g
- 1 glas melk = 150 ml
3. Wat is de betekenis van "light" op voedingswaren?
Vroeger was light eerder een synoniem voor smakeloos, maar tegenwoordig koppelen de fabrikanten de term light meer en meer aan gezondheid, slankheid én plezier. Maar zijn deze producten wel gezond en kloppen de beweringen op de verpakking?
De huidige Belgische wetgeving geeft geen definitie van de term light . Wel is er in de Europese en Belgische wetgeving voor het gebruik van zoetstoffen een definitie van "verminderde verbrandingswaarde". Dit zijn producten met een verbrandingswaarde, die minimum 30% lager is dan die van het oorspronkelijke of een soortgelijk voedingsmiddel.
Light betekent dus niet altijd dat u er volop mag van eten of drinken! Voor een aantal producten moet u oppassen, bijvoorbeeld voor light-chips, deze chips is weliswaar minder vet dan de klassieke chips maar bevat nog steeds veel vet (verzadigde vetzuren) en zout, zodat het niet aan te bevelen is in een evenwichtige voeding. Hetzelfde voor light-salami en light-kaas; deze producten bevatten vaak nog veel vet, al is het dan een stuk minder dan het oorspronkelijke product. Men kan dus beter aandachtig het hele etiket lezen om na te gaan hoeveel calorieën het aangeboden product werkelijk bevat. Light -bereidingen bestaan ook vaak uit kleinere porties waardoor u snel opnieuw honger krijgt.
Ook moet men uitkijken met light-frisdranken en light-snoepjes bij jonge kinderen. In light -producten is de suiker meestal vervangen door aspartaam. Hierdoor bevat dit product weinig calorieën. Maar producten met aspartaam mogen niet à volonté gebruikt worden, zeker niet door jonge kinderen. De toegelaten dagelijkse dosis aspartaam bedraagt veertig milligram per kilo lichaamsgewicht. Dat betekent concreet dat een volwassen persoon van zestig kilo dagelijks vier tot vijf liter light-frisdrank mag drinken, of honderdvijftig aspartaamtabletjes mag gebruiken. De kans dat die hoeveelheid wordt overschreden, is niet erg groot. Maar het gewicht van jonge kinderen is meestal lager. Daardoor kan, als ze op één dag allerlei light -producten binnenkrijgen, de toegelaten dagelijkse dosis overschreden worden.
4. Waarom is het aanbevolen dagelijks rauwe groenten te eten?
De aanvoer van vitamines en mineralen bij rauwe groenten ligt hoger dan bij gekookte groenten.
Rauwkost past bijvoorbeeld heel goed bij alle broodmaaltijden. Het bevat weinig calorieën en geeft snel een gevoel van verzadiging, waardoor u minder gaat eten. Vermijd wel de mayonaise bij de rauwkost; denk ook niet dat u van een dressing met olijfolie grote hoeveelheden kan gebruiken. Olijfolie is een goede olie, maar het is en blijft een caloriebom; daarom moet u er matig mee omgaan. U kan ook een dressing maken met magere yoghurt of plattekaas waaronder u wat verse kruiden en look mengt.
5. Wat doe ik met resten van pesticiden op fruit en groenten?
Om resten van pesticiden te verwijderen, volstaat het groenten en fruit zorgvuldig te wassen.
Breng ook afwisseling in de groente- en fruitsoorten die u eet. Variatie in de groente- en fruitconsumptie beperkt het risico op eventuele schadelijke gevolgen van een product.
De volgende bereidingswijzen maken koken zonder vet mogelijk: pocheren, stomen, grillen, koken met een römertopf of een braadzak, in aluminiumfolie (papillot) of de microgolfoven.
- Pocheren
Deze bereidingswijze is het garen van vlees in water dat op smaak gebracht wordt met specerijen en kruiden. Het water wordt op een temperatuur van ongeveer 90-95°C gehouden. Het water wordt dan bouillon die benut kan worden voor soep of saus. - Stomen
Leg vlees, vis of groenten in een stoommand of een metalen vergiet. Plaats de mand in een kookpot, boven een laag kokend water. Sluit de kookpot af met een deksel en stoom gaar. - Roosteren of grillen
Warm de grillapparatuur altijd goed voor. Kruid het vlees of de vis, maar gebruik geen zout. Zout maakt de buitenkant vochtig zodat het ingrediënt niet goed kan dichtschroeien en moeilijk een mooie kleur krijgt. Plaats het vlees of de vis op de rooster of de grill. Keer het niet te snel want anders plakt het aan de rooster. Let op dat het ook niet kan verbranden; pas de hoogte en de temperatuur aan afhankelijk van het ingrediënt - Römertopf
Een römertopf is een poreuze aardewerken pot waarin vlees of vis kan worden klaargemaakt. Voor gebruik moet de römertopf eerst een kwartier in koud water worden gezet. De poreuze pot neemt water op. Tijdens het garen in de oven verdampt het vocht uit de pot en kan het voedsel bereid worden zonder toevoeging van vet. De römertopf is gevoelig voor sterke temperatuursschommelingen en mag dus niet in een voorverwarmde oven geplaatst worden. Zet de römertopf na bereiding altijd op een onderzetter. - Braadzak
Doe het vlees of de vis met of zonder andere ingrediënten in de braadzak en sluit deze goed af. Maak enkele gaatjes in de bovenkant van de zak. De bereidingstijd is afhankelijk van het soort en de hoeveelheid voedsel. Haal de braadzak uit de oven en laat nog 10 minuten rusten. - In aluminiumfolie (papillot)
Maak een groot vierkant van aluminiumfolie. Plaats de kip of de vis met of zonder groenten en kruiden in het midden van de folie. Giet er een beetje (groente)bouillon of witte wijn over. Draai de hoeken van de folie bij elkaar en sluit de papillot. Zet de papillotten in de oven. - In de microgolfoven
Groenten kunnen gemakkelijk in de microgolfoven bereid worden. Gebruik hiervoor een kom bestemd voor de microgolfoven, leg daarin de groenten en een bodempje water en dek af met een bord of deksel. Gebruik geen deksel dat klemt op de kom.
7. Is cafeïnevrije koffie kankerverwekkend?
De cafeïne wordt uit koffie gehaald door een bepaald procédé dat gebaseerd is op het weken van koffiebonen in water waardoor de cafeïne oplost. Daarna volgt de extractie van de cafeïne d.m.v. een solvent of d.m.v. geactiveerde koolstof. Nadien worden de bonen opnieuw geweekt in het cafeïnevrije water om ze terug de typische aroma's te laten opnemen die verloren zijn gegaan tijdens de extractie.
Gezien het gebruikte organische solvent nooit in contact komt met de koffiebonen zelf, maar enkel met de waterige oplossing waarin de cafeïne werd opgelost, is cafeïnevrije koffie niet kankerverwekkend.
De gegevens in verband met de bescherming van vis tegen kanker zijn veelbelovend. De Hoge Gezondheidsraad raadt aan om twee keer per week vette vis te eten, zoals zalm, haring, tonijn en sardienen.
Vette vis bevat veel meervoudig onverzadigde vetzuren, die om allerlei redenen goed zijn. Ze verlagen de bloeddruk, verkleinen de kans op hartritmestoornissen en verminderen het risico op kanker en op trombose. Maar ook zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, zijn er extra mee gebaat. Meervoudig onverzadigde vetzuren dragen namelijk bij tot de ontwikkeling van de hersenen en een goed gezichtsvermogen bij de foetus en de baby. Bovendien zijn ze bevorderlijk voor de aanmaak van celmateriaal, wat belangrijk is tijdens de zwangerschap. Daarnaast bevat vette vis ook veel eiwitten, vitaminen en mineralen zoals jodium en selenium. Twee keer in de week vette vis eten is dus aan te raden voor de gezondheid.
Maar is vis eten nog wel veilig?
Vissen maken deel uit van de natuur en zijn dus onderhevig aan vervuiling. Vis kan kwik, dioxines en ook PCB's bevatten.
De gemeten kwikconcentraties van de vissoorten die in België op de markt komen, liggen volgens Het Voedselagentschap (FAVV) ver beneden de toegelaten hoeveelheden. De toenemende zorg voor het milieu en de beheersing van de vervuiling hebben er bovendien toe geleid dat de aangetroffen waarden de laatste twintig jaar systematisch een dalende trend vertonen. Het gebruik van tweemaal vis per week is dus veilig. Zeker wanneer u opteert voor variatie binnen het ruime visassortiment. Kinderen, vrouwen die zwanger zijn of willen worden en vrouwen die borstvoeding geven, zijn gevoeliger voor de effecten van kwik. Zij moeten extra voorzichtig zijn met het eten van vissen uit verontreinigd water zoals in grote rivieren (bv. zelfgevangen vis) en roofvissen zoals haaien en zwaardvissen die doorgaans meer kwik bevatten dan andere vissoorten. Dergelijke vissoorten worden in België evenwel maar weinig of niet gegeten.
De gemeten gehaltes aan dioxines, PCB's en pesticiden blijven ook onder de limieten zoals bepaald door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Europese Gemeenschap en de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA). Indien de limiet voor een van deze stoffen toch wordt overschreden, wordt de vis uit de handel gehaald en lichten de overheid en de bedrijven via de media de bevolking in.
Meer info over voedselveiligheid vindt u op de site van Het Voedselagentschap (FAVV).
9. Schaadt gsm-gebruik de gezondheid?
Er zijn twee factoren die hierin een rol spelen, enerzijds het gsm-toestel zelf en anderzijds de gsm-mast. Beide produceren elektromagnetische straling. Hoe verder uw gsm-toestel van een mast verwijderd is hoe meer vermogen het toestel moet opwekken, hoe dichter u bij een mast woont hoe meer elektromagnetische straling u krijgt van de mast. De blootstelling aan straling van het gsm-toestel is veel belangrijker dan de blootstelling aan de straling van de gsm-mast.Vermoedelijk kunnen elektromagnetische stralen de werking van de cellen beïnvloeden. Of deze beïnvloeding werkelijk schadelijk is, is nog niet met absolute zekerheid geweten. Er bestaat momenteel geen sluitend bewijs dat gsm-masten gezondheidsklachten kunnen veroorzaken. Meer informatie leest u op de site van de Medisch Milieudeskundigen.
Ook het gsm-toestel zelf produceert elektromagnetische straling en dit dicht bij het hoofd. Wetenschappers zijn het op dit moment nog altijd niet met elkaar eens of bellen met de gsm nu wel of niet schadelijk is. De voorbije jaren zijn er zowel studies verschenen die de schadelijkheid aantonen als studies die dit tegenspreken. De Wereldgezondheidsorganisatie maakte in oktober 2008 echter de voorlopige resultaten bekend van een nieuwe studie, die ze liet uitvoeren door het gezaghebbende International Agency for Research on Cancer (IARC). In deze Interphone-studie werd in dertien landen (waaronder Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië) het verband bestudeerd tussen het mobiele telefoongedrag van de patiënt en de kanker waaraan hij leed. De voorlopige resultaten suggereren een verband tussen veelvuldig mobiel telefoneren en kanker. Volgend jaar worden de defintieve resultaten verwacht. De Interphone-studie is wel niet onbesproken. Ze bevat een aantal beperkingen (zoals de gebruikte methode) die de studieresultaten kunnen beïnvloeden.
- Lees ook het artikel hierover uit De Standaard van 18 oktober 2008 ( '10 antwoorden over gsm-straling': deel 1 | deel 2).
- Gebruik voor lange telefoongesprekken een vast toestel (geen gsm of DECT-telefoon; DECT staat voor Digital Enhanced Cordless Telecommunications en maakt gebruik van radiogolven. Een DECT-toestel bestaat uit een basistoestel dat wordt aangesloten op het telefoonnetwerk en een of meerdere draagbare handsets. Deze handsets staan in verbinding met het basisstation).
- Maak zoveel mogelijk gebruik van een oortje; maar niet via een blue thooth verbinding.
- Maak gebruik van sms.
- De hersenen van kinderen onder de 12 jaar zijn nog volop in ontwikkeling; daarom is het beter dat kinderen onder de 12 jaar niet met een gsm werken; tenzij het versturen van een sms in noodgevallen.
10. Veroorzaakt deodorant borstkanker?
Hoe borstkanker ontstaat, is nog steeds niet helemaal duidelijk. In 5 tot 10% van de gevallen speelt erfelijkheid een rol. Voor de andere gevallen is er nog steeds geen verklaring. Wel zijn er verschillende factoren die het risico op borstkanker mee bepalen. Zo verhoogt de blootstelling aan oestrogenen het risico op borstkanker; net zoals vroege eerste maandstonden, geen of weinig kinderen en een late menopauze. Ook roken, overgewicht en alcohol verhogen het risico.
Tussen het gebruik van deodorants en borstkanker is geen verband gevonden. De parabenen in deodorant (bewaarmiddelen die meestal gebruikt worden in cosmetica) zijn, volgens de huidige kennis, ongevaarlijk. Ze worden vlot opgenomen, in het lichaam omgevormd en gekoppeld aan andere stoffen en vervolgens ook weer snel uitgescheiden via de urine. Ze stapelen zich dus niet op in het lichaam. Parabenen lijken ook een zwak oestrogeen effect te hebben. Maar of dat dit effect heeft op borstkanker is nog niet aangetoond.
De aluminiumzouten in deodorant zorgen ervoor dat de zweetklier geen zweet meer kan afscheiden en minder gaat werken. Aluminium wordt door de huid opgenomen, maar het is niet aangetoond dat het kankerverwekkend is.
11. Zijn luchtverfrissers kankerverwekkend?
Luchtverfrissers bevatten de kankerverwekkende stof benzeen, en de mogelijks kankerverwekkende stoffen formaldehyden en styreen.
U kan dus beter zo veel mogelijk blootstelling aan deze producten vermijden. Dit kan u doen door ze te vervangen door onschadelijke middelen zoals b.v. een appelsien waarin u enkele kruidnagels heeft gestoken, of door dagelijks te verluchten.
12. Wat is vroegtijdig opsporen?
Vroegtijdig opsporen of screening is het onderzoeken van een gezonde bevolkingsgroep om in een vroeg stadium bepaalde ziektes op het spoor te komen, zodat deze ziekte vroegtijdig kan behandeld worden waardoor de kans op volledige genezing groter wordt.
Op dit moment loopt in Vlaanderen voor vrouwen tussen de 50 en 69 jaar een bevolkingsonderzoek naar borstkanker.
13. Wat is het bevolkingsonderzoek naar borstkanker?
Hoe vroeger borstkanker ontdekt wordt, hoe groter de kans op volledige genezing. Daarom heeft de Vlaamse overheid het bevolkingsonderzoek naar borstkanker opgestart. Alle vrouwen in Vlaanderen tussen 50 en 69 jaar, die geen borstkanker (gehad) hebben, worden om de twee jaar uitgenodigd voor een gratis mammografie, dit is een röntgenfoto van de borsten.
Meer info...
14. Vanaf welke leeftijd kan ik deelnemen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker?
Het bevolkingsonderzoek naar borstkanker is bedoeld voor vrouwen tussen de 50 en 69 jaar, waarbij de eerste dag van het kalenderjaar waarin u 50 wordt en de laatste dag van het kalenderjaar waarin u 69 jaar wordt als referentie gelden.
Meer info...
15. Wanneer en hoe word ik uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek naar borstkanker?
Er zijn twee manieren om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker:
Ofwel wacht u op de uitnodigingsbrief van het centrum voor borstkankeropsporing die u per post wordt toegestuurd.
Ofwel spreekt u erover met uw arts, die u een voorschrift zal meegeven voor het bevolkingsonderzoek naar borstkanker.
Meer info...
16. Is een uitstrijkje nog nodig, nu er een vaccin tegen baarmoederhalskanker op de markt komt?
De belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van baarmoederhalskanker is een (langdurige) besmetting met bepaalde typen van het Humaan Papilloma Virus (HPV).
Dit virus, dat wordt overgedragen via seksueel contact, is in staat cellen van de baarmoederhals zodanig te veranderen dat zij ontaarden tot kankercellen. Let wel: een langdurige besmetting met een dergelijk zogeheten hoogrisico HPV is weliswaar een noodzakelijke voorwaarde voor het krijgen van baarmoederhalskanker, maar leidt niet altijd tot baarmoederhalskanker.
De ontdekking dat een virus verantwoordelijk is voor het ontstaan van deze vorm van kanker, opende de mogelijkheid dit virus te bestrijden met behulp van een vaccin. Immers, in de afgelopen eeuw zijn diverse door virussen veroorzaakte ziekten, waaronder polio en de pokken, succesvol bestreden met behulp van een vaccin. Massale, wereldwijde vaccinatieprogramma's hebben er zelfs toe geleid dat de pokken nergens meer voorkomen en polio nog slechts sporadisch.
Op dit moment zijn er enkele vaccins in ontwikkeling die bescherming bieden tegen bepaalde HPV-virussen (HPV 6, 11, 16 en 18). De doelgroep van dit vaccin zijn jonge vrouwen tussen 10 en 18 jaar voor hun eerste seksueel contact. Deze vaccins geven succesvolle resultaten. Dit geeft hoop voor de toekomst. Maar toch blijven er nog enkele vragen open als: beschermt het vaccin langer dan 4 jaar, wat is het effect van een vaccin bij mensen die al besmet zijn met het HPV-virus en wat is het effect van het vaccin bij mensen die met een ander HPV-virus dan HPV 6, 11, 16 of 18 besmet zijn?
Daarom is het nog altijd aanbevolen dat elke seksueel actieve vrouw tot op de leeftijd van 65 jaar om de 3 jaar een uitstrijkje laat maken. Dit is de enige manier om vroegtijdig het ontstaan van baarmoederhalskanker op te sporen en tijdig te behandelden. Baarmoederhalskanker kan voorkomen worden.
17. Moet ik me preventief laten testen op dikkedarmkanker?
Dikkedarmkanker begint met een goedaardige poliep. Niet alle poliepen groeien uit tot een kanker; enkel de neoplastische poliepen (ook wel adenomateuze poliepen genoemd) kunnen uitgroeien tot een dikkedarmkanker. Als deze laatste poliepen tijdig worden opgespoord met een preventief darmonderzoek kan de poliep verwijderd worden vooraleer ze kan uitgroeien tot een kwaadaardige poliep en kanker kan veroorzaken. Is de poliep toch al veranderd in een kwaadaardige poliep dan is door vroegtijdige opsporing een minder ingrijpende behandeling mogelijk en is de kans op genezing groter. Meer info...
Bent u erfelijk belast voor dikkedarmkanker, dan laat u zich het best door uw arts regelmatig testen op dikkedarmkanker. Bent u 40 jaar geworden en hebt u één eerstegraadsverwant in de familie (ouder, broer, zus of kind) met dikkedarmkanker, die werd vastgesteld voor de leeftijd van 60 jaar of hebt u twee of meer eerstegraadsverwanten met dikkedarmkanker in de familie (ongeacht de leeftijd waarop deze werd vastgesteld) dan laat u het best om de 5 jaar een colonoscopie uitvoeren. Een colonoscopie is een gespecialiseerd onderzoek waarbij een maagdarm-specialist of gastro-enteroloog met behulp van een flexibele "kijkbuis" de binnenkant van de dikke darm onderzoekt op de aanwezigheid van poliepen of gezwellen.
Voor personen tussen de 50 en 75 jaar, zonder verhoogd risico (de overgrote meerderheid van de bevolking) wordt een Fecaal Occult Bloed Test (FOBT) aanbevolen, die uitgevoerd wordt door de huisarts. Deze test spoort onzichtbaar bloed op in een kleine hoeveelheid stoelgang. Als de test bloed heeft opgespoord, wijst dit nog niet noodzakelijk op de aanwezigheid van een poliep of een gezwel. In zo'n geval moet een colonoscopie uitsluitsel geven.
18. Wanneer laat ik me het best testen op prostaatkanker?
Prostaatkanker kan alleen vroegtijdig en tijdig worden opgespoord door het meten van het PSA-gehalte in het bloed en door middel van een rectaal toucher.
Bij het rectaal toucher zal de dokter met de vinger via de anus de prostaat aftasten. Hierbij kan hij het volume van de prostaat schatten en eventueel verhardingen voelen die kunnen wijzen op kanker. Bij een meting van het Prostaat Specifiek Antigeen (PSA)-gehalte in het bloed kunnen gestegen waarden wijzen op prostaatkanker. Maar het PSA-gehalte kan ook hoger zijn omwille van een flink vergrote goedaardige prostaat of ten gevolge van ontstekingen. Indien het PSA-gehalte verhoogd is, betekent dit dus dat er iets met de prostaat aan de hand is; en dat verder onderzoek noodzakelijk is. Dikwijls zal de arts hiervoor een echografie aanvragen waarbij de prostaat gescand wordt met een klein toestelletje dat via de aars wordt ingebracht. Er kan ook beslist worden om eventueel kleine stukjes weefsel af te nemen door middel van een punctie.
Over het nut van systematisch prostaatonderzoek vanaf een bepaalde leeftijd bestaat er geen wetenschappelijke consensus. Mannen die er op tijd willen bij zijn en niet willen dat een prostaatkanker in een ver gevorderd stadium ontdekt wordt, kunnen het PSA-gehalte in het bloed laten controleren vanaf 45 jaar. Naargelang deze waarde laag, normaal of te hoog is, kunnen ze een controleonderzoek laten doen na 5 jaar, na 2 jaar of jaarlijks. Vooral de evolutie van het PSA-gehalte over de tijd lijkt dus belangrijk. Alleen uw arts zal aan de hand van deze resultaten kunnen oordelen of u een risico hebt of niet en of u vanaf dan regelmatig of minder frequent moet opgevolgd worden.
Sommige mensen kunnen stoppen op wilskracht, anderen hebben nood aan begeleiding of hulpmiddelen. Op dit moment zijn er verschillende methodes en hulpmiddelen ontwikkeld die u kunnen helpen bij het stoppen met roken. Welke hiervan de beste is? Dat zal u zelf moeten uitmaken. Wat voor de ene persoon heel goede resultaten geeft, heeft bij een ander geen enkel effect. Belangrijk is vooral dat u gemotiveerd bent om te stoppen.
Van volgende methodes werd wel bewezen dat ze een positief effect hebben op rookstoppogingen. Deze therapieën worden trouwens vaak gecombineerd of in groep gebruikt:
- Gedragstherapie: Hiervoor gaat u langs bij een gedragstherapeut, die eerst uw rookgewoontes in kaart zal brengen. Samen stelt u vervolgens een plan op om het roken af te leren. En dit plan volgt u dan, begeleid door de therapeut, tot u van het roken verlost bent.
- Nicotinevervangers: Wanneer u stopt met roken, krijgt u waarschijnlijk last van ontwenningsverschijnselen, vooral omdat uw lichaam de verslavende nicotine mist. Nicotinevervangers zorgen ervoor dat de nicotinebehoefte stapsgewijs wordt afgebouwd, waardoor u minder snel de neiging zal hebben opnieuw naar een sigaret te grijpen. Bovendien hebt u door deze vervangers minder last van klachten als rusteloosheid, prikkelbaarheid, stemmingswisselingen, gewichtstoename en slaapproblemen.
Let wel: nicotinevervangers werken pas als ze goed worden toegepast. D.w.z.: stop volledig met roken en gebruik de middelen zoals ze worden voorgeschreven. Twijfelt u over het gebruik, vraag dan raad aan uw apotheker, uw huisarts of een rookstopdeskundige.
Meer info over nicotinevervangers - Medicatie: Uw arts kan u ook een behandeling met medicijnen voorschrijven zoals bupropion. Deze medicijnen verminderen de ontwenningsverschijnselen en zo de behoefte om te roken.
20. Wanneer begint mijn rookstop een gezondheidswinst op te leveren?
Elke rookstop levert een gezondheidswinst op, ook al bent u een verstokte roker en rookt u al meer dan 20 jaar.
Hieronder vindt u twee tabellen met positieve effecten die u kan verwachten. Enkele positieve effecten op korte termijn zijn dat na 20 minuten al de bloeddruk en polsslag opnieuw hun normale niveau bereiken en de bloedcirculatie in handen en voeten verbetert. Na acht uur zijn het nicotine- en koolmonoxidegehalte in het bloed met de helft verminderd. Het zuurstofgehalte is weer normaal. Het risico op een hartaanvalt daalt.
Enkele positieve effecten op lange termijn zijn dat na 10 jaar het risico op longkanker nog slechts half zo groot is. Als u stopt met roken vóór de middenleeftijd, vermindert u het risico met meer dan 90%. Na 10 tot 15 jaar is het risico op een hartaanval even groot als dat van een niet-roker.
Meer info...
21. Ik heb slaapproblemen bij het gebruik van nicotinepleisters die 24 uur werken. Is dit normaal?
Bij een roker daalt 's nachts de hoeveelheid nicotine in het bloed. Dit is een van de oorzaken van de sterke hunkering naar een sigaret in de vroege ochtend. Wanneer u evenwel niet veel rookt (minder dan 10 sigaretten per dag) of niet gewoon bent om 's avonds nog veel te roken is deze hoeveelheid nog lager dan bij een stevige roker. Wanneer u dan een hoog gedoseerde pleister kleeft die 24 uur werkt en dus ook 's nachts nicotine afgeeft, kan dit aanleiding geven tot slapeloosheid en onrust.
Er bestaan ook hoog gedoseerde pleisters die slechts 16 uur werken en dus geen nicotine afgeven tijdens de nacht. U verwijdert deze pleister best voor u gaat slapen.
Al mag u niet vergeten dat slapeloosheid en een onrustig gevoel ook symptomen van ontwenning kunnen zijn.
22. Is gedwongen meeroken schadelijk voor de gezondheid?
Een brandende sigaret veroorzaakt een hoofd- en een nevenstroom. De hoofdstroom wordt door de roker ingeademd bij het inhaleren, de nevenstroom verspreidt zich in de lucht. De rook van deze nevenstroom bevat dezelfde kankerverwekkende stoffen als die van de hoofdstroom. Als niet-roker ademt u dus dezelfde kankerverwekkende stoffen in als een roker die in uw omgeving rookt. U wordt dus gedwongen om mee te roken.
Gedwongen meeroken verhoogt het risico op volgende aandoeningen:
- Het bekendste risico is natuurlijk longkanker. Dit risico stijgt met 20% bij personen die met een of meer rokers samenwonen of bij personen die een kantoorruimte met rokers delen.
- Omgevingstabaksrook doet ook het risico op hart- en vaatziekten toenemen. Naast longkanker zijn hartinfarcten overigens de belangrijkste oorzaak van overlijden door meeroken.
- Meeroken kan ademhalingsstoornissen zoals astma en COPD (chronische bronchitis en longemfyseem) tot gevolg hebben. Meeroken kan ook oog-, neus- en keelirritatie, hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en zelfs vermoeidheid veroorzaken.
- Gedwongen meeroken begint zelfs al in de moederschoot. Als een moeder tijdens de zwangerschap rookt of vaak in een rokerige omgeving vertoeft, rookt de foetus sowieso mee. Met alle gevolgen van dien, een hoger risico op kanker, groeistoornissen, vroeggeboorte en miskraam.
- Ook voor kinderen vormt de omgevingsrook van rokende ouders een groot gevaar. Het risico op wiegendood is dubbel zo groot bij baby's van rokende ouders. Kinderen van rokende ouders hebben twee tot drie keer zoveel kans om bronchitis, longontstekingen en astma-aanvallen te krijgen. Kinderen van rokende ouders krijgen vaker te kampen met steeds terugkerende oorontstekingen, meer bepaald middenoorontstekingen ("slijmoor"), de meest voorkomende oorzaak van gehoorverlies en ooroperaties bij kinderen.
Op het moment dat u zwaarder bent dan gezond voor u is, hebt u overgewicht. Overgewicht betekent dat u te veel vet in uw lichaam hebt.
U kan met volgende twee metingen uitrekenen of u te veel vetmassa heeft en of die op een gevaarlijke plaats zit:
- Stap 1: U kan met een formule uitrekenen hoe uw gewicht zich tot uw lengte verhoudt. Door die twee te combineren, kan u de vetmassa in uw lichaam inschatten.
De Body Mass Index (BMI) is een eenvoudige formule waarbij gewicht gedeeld wordt door lengte in meter x lengte in meter. Bereken hier uw BMI . - Stap 2: U kan de verdeling van het lichaamsvet nameten met de taillemeting. Een extra kilo hoeft niet altijd een probleem te zijn. Belangrijk is ook hoe deze kilo's verdeeld zijn over het lichaam. Wie een te hoge vetopstapeling in de buikstreek heeft, loopt meer kans om hart-en vaatziekten of suikerziekte te krijgen. De omtrek van uw taille bepaalt hoeveel vetmassa u in de buikstreek hebt. Bereken hier uw tailleomtrek .
Let wel, deze metingen geven aanduidingen, geen zekerheden. Als u over uw gezondheid twijfelt, raadpleeg dan uw huisarts..
24. Hoeveel moet ik bewegen om vet te verbranden?
U hoort of leest het nog vaak: als u gaat joggen om af te vallen, kunt u beter niet te snel lopen. U zou dan meer afvallen omdat u bij een lage inspanning eerder vetten dan koolhydraten verbrandt..
Dit klopt echter niet helemaal. Als u intensiever gaat sporten dan verbruikt u naast de vetten ook nog de koolhydraten die u die dag hebt ingenomen. U verbrandt bij intensief sporten dus meer calorieën en de koolhydraten die u verbruikt, kunnen zich niet meer opslaan als vetten.
Een voorbeeld vindt u hier .
25. Wat is de UV-index en waar kan ik die terugvinden?
De UV-index is de maat voor de intensiteit van de ultraviolette straling, afkomstig van de zon. Hoe hoger de UV-index, hoe gevaarlijker het is onbeschermd in de zon te blijven en hoe sneller de huid verbrandt. De UV-intensiteit wordt bepaald door de stand van de zon en niet door de stand van de thermometer. Internationaal wordt dezelfde UV-index gebruikt.
- UV-index 1 tot 4: zwakke UV-straling, weinig gevaar voor verbranding.
- UV-index 5 en 6: matige UV-straling, de huid verbrandt gemakkelijk. Voorzichtigheid is aangeraden voor mensen met een huidtype 1 of 2 (meer info over huidtypes) en/of veel pigmentvlekjes.
- UV-index 7 en 8: sterke UV-straling. Iedereen voorzichtig!
U verneemt de UV-index van de dag tijdens het weerbericht of u kan terecht op de website van het KMI.
26. Ik heb een bruine huid. Is het dan nog nodig me regelmatig in te smeren?
Jazeker. Geloven dat een bruine huid een optimale bescherming biedt, is een misverstand. Zelfs als u makkelijk bruint, gebruikt u toch beter een zonnecrème met een lage beschermingsfactor. Eigenlijk moet u altijd de UV-index als uitgangspunt nemen. Hoe hoger de UV-index, hoe gevaarlijker het is onbeschermd in de zon te blijven en hoe sneller de huid verbrandt.
27. Verhoogt hormoonsubstitutie het risico op borstkanker?
Indien de hormoonsubstitutie tijdens de menopauze een combinatie is van oestrogeen met progesteron, dan verhoogt dit de kans op borstkanker. Bestaat de hormoonsubstitutie alleen uit de inname van oestrogenen dan is er geen verhoogd risico op borstkanker. Maar deze laatste behandeling verhoogt wel het risico op kanker van het baarmoederslijmvlies.
Meer info....
28. Zijn er alternatieven voor hormoonsubstitutie?
Een gezonde levensstijl zoals niet roken, veel bewegen, gezond eten en het behoud van een gezond gewicht kan de menopauzeklachten verlichten. Daarnaast vertraagt dit ook de botontkalking en vermindert dit het risico op borstkanker.
Het is op dit moment nog niet bewezen of het gebruik van oestrogenen van plantaardige oorsprong, zoals fyto-oestrogenen uit soja of hop, een effect heeft op menopauzeklachten en veilig is.



