LinksSitemapContact
U bent hier:

De wet

Huidige rookwetgeving

Vroegere KB's die door de huidige wetgeving worden opgeheven:

Meer lezen

Sinds 1 juli 2011 geldt er in ons land eindelijk een algemeen rookverbod in de horeca. De huidige rookwetgeving is een resultaat van een jarenlange strijd.

Huidige wetgeving

Roken in het openbaar vervoer

Het KB van 15 september 1976 over het openbaar vervoer verbood het roken in trams, bussen, metro en premetro evenals in de stations van de metro en de premetro. Noch de passagiers, noch de personeelsleden mogen roken in de voertuigen, ook niet wanneer deze stilstaan of parkeren. In de huidige wetgeving is ook het rookverbod in het openbaar vervoer opgenomen. Ze heft het 1° artikel 35, 10°, van het KB van 15 september 1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer per tram, pre-metro, metro, autobus en autocar op.
In treinen van de NMBS is het roken sinds 1 januari 2004 niet meer toegelaten door een intern reglement van de NMBS zelf.

Roken op het werk

Sinds 1 januari 2006 heeft elke werknemer recht op een rookvrije werkruimte. Het KB van 19 januari 2005 over de bescherming van werknemers tegen tabaksrook verving het oude principe van 'hoffelijkheid' door 'het recht op werkruimten en sociale voorzieningen, vrij van tabaksrook, voor elke werknemer met ingang van 1 januari 2006'. Dit recht wordt logischerwijs aangevuld door 'een rookverbod in al deze ruimten (de kantoren, de gangen, de refters, de vergaderzalen, de toiletten, de ontvangstruimten, de dienstwagens,...)'. Werkgevers kunnen, na overleg met het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk, werknemers de gelegenheid bieden te roken in een apart lokaal.

Het KB gold niet voor horecazaken, werkzaamheden in openlucht en privéwoningen. De huidige rookwetgeving heft het KB van 19 januari 2005 op en omvat dus ook het rookverbod op het werk.

Roken in openbare gebouwen, inclusief de horeca

Het KB van 13 december 2005 behandelde het roken in alle openbare plaatsen met inbegrip van de horeca. Volgens dit KB was het verboden te roken in een gesloten plaats toegankelijk voor het publiek. Een gesloten plaats toegankelijk voor het publiek wordt omschreven als een plaats door wanden afgesloten van de omgeving en voorzien van een plafond; waarvan de toegang niet beperkt is tot de gezinssfeer.

Het rookverbod gold dus voor elke dienstverlening aan het publiek en de onthaalruimtes, voor kapsalons, winkels, gebouwen voor culturele evenementen, sportinfrastructuur, in het onderwijs en opleiding, jeugdhuizen, de vormingssector, de verzorgingssector, ziekenhuizen, onthaalruimtes in hotels, enz. Aan de ingang van elke openbare plaats moesten voortaan rookverbodtekens worden aangebracht conform met het model goedgekeurd door de minister van Volksgezondheid.

Sinds 1 januari 2007 gold ook een rookverbod in de restaurants. De nieuwe wetgeving die sinds 1 januari 2010 van kracht was, ging nog een stapje verder. De nieuwe wet hief het KB van 13 december 2005 en zijn uitvoeringsbesluiten op. Roken bleef uiteraard verboden op alle plaatsen waar het tot 31 december 2009 verboden was om te roken. Bovendien was het voortaan ook verboden te roken in cafés die eten serveren. Het was wel toegelaten een rookkamer in te richten. Roken was nog toegestaan in cafés die voorverpakte voedingswaren verkopen die minstens drie maanden houdbaar blijven. In cafés die gerechten als verse soep of croque monsieur aanbieden, gold dus een rookverbod.

De wetgeving bepaalde ook dat een algemeen rookverbod in de horeca ten vroegste zou worden ingevoerd vanaf 1 januari 2012 en ten laatste op 1 juli 2014.

Op 1 januari 2010 was er dus nog steeds geen rookverbod voor cafés, bars, dancings enz. die geen eten serveren en die een oppervlakte hebben van minder dan 50 m². Ook voor casino's (speelhallen van het type 1) werd een uitzondering gemaakt. Drankgelegenheden met een oppervlakte van meer dan 50 m² waren verplicht om een niet-rokerszone in te richten. Een totaal rookverbod geldt ook voor drankgelegenheden gesitueerd in een gesloten plaats die toegankelijk zijn voor het publiek en die niet afgesloten zijn van de hoofdruimte door wanden en een plafond (zoals cafetaria's in ziekenhuizen, culturele centra, terrassen in overdekte winkelcentra etc.) en voor drankgelegenheden die deel uitmaken van een sportinfrastructuur (zoals de voetbalkantine, het cafetaria van de sporthal enz.).

De Vlaamse Liga tegen Kanker nam dit niet dat deze uitzonderingen bleven gelden en stapte daarom naar het Grondwettelijk Hof. Alle Belgen zijn gelijk voor de wet en bijgevolg heeft iedereen recht op een rookvrije werkomgeving, ook werknemers in de horecasector, zo was de redenering van de VLK. Het doel van het algemeen rookverbod was bovendien de volksgezondheid te verbeteren. De uitzonderingen die de wetgever nog voorzag, waren ingegeven door louter economische motieven en gingen dus in tegen het doel van de wet. Het Grondwettelijk Hof gaf de VLK gelijk. OP 15 maart 2011 verklaarde het de uitzonderingen op het rookverbod in de horeca ongrondwettelijk. Door de uitspraak van het Grondwettelijk Hof werden de uitzonderingen vanaf 1 juli 2011 opgeheven. Dat betekent dat er vanaf 1 juli een algemeen rookverbod in de horeca geldt!


Roken in scholen

Sinds 1 september 2008 geldt in alle Vlaamse scholen een totaal rookverbod. Roken was al bij wet (KB van 13 december 2005) verboden in alle gesloten plaatsen toegankelijk voor leerlingen: gangen, trappen, liften, toiletten, leslokalen, refter/kantine, secretariaat, bibliotheek, recreatiezaal, sportzaal, feestzaal, ... Het ter beschikking stellen aan derden van een of meerdere zalen of lokalen onttrok de school niet aan het rookverbod. Het rookverbod gold in de leslokalen tijdens een oudercontact of vormingsavonden, het rookverbod bleef van kracht tijdens opendeurdagen. Het roken in plaatsen waar leerlingen geen toegang hebben, zoals de directiekamer en de leraarskamer viel onder de bepalingen van roken op het werk.

De wetgeving beschermde kinderen en jongeren tegen de gevolgen van het passief roken, als zij correct werd nageleefd. Zij was echter ontoereikend als we denken aan de opvoedende taak van de school bij het promoten van een rookvrije leefstijl bij de jongeren en de volwassenen. Daarom geldt sinds 1 september 2008 in alle Vlaamse scholen een totaal rookverbod voor leerlingen, personeel en ouders. Alle buitenruimtes van de school (speelplein, parking, ...) zijn sinds dan ook rookvrij. Een aparte rookkamer voor leraren mag niet meer. Ook tijdens één- of meerdaagse uitstappen kan roken niet langer. Het rookverbod geldt van 6u30 tot 18u30. Leraren die toch willen roken, zullen tot na hun dagtaak moeten wachten óf de schoolgebouwen moeten verlaten.

De regelgeving legt enkel de minimumvoorwaarden vast. Het is van belang dat de wetgeving ondersteund wordt door educatieve activiteiten, controle op de wetgeving met bijbehorende sancties en voorbeeldgedrag van leerkrachten.

Elektronische sigaret

De rookwetgeving is ook van toepassing op de elektronische sigaret. De elektronische sigaret wordt vooral via het internet aan de man gebracht. Ze bestaat uit een batterij, een verstuiver en een cartridge. Door aan de elektronische sigaret te trekken, wordt de batterij geactiveerd die de verstuiver in actie zet. Dat zorgt ervoor dat de nicotine die in de cartridge aanwezig is, verdampt in stoom, wat de gebruiker toelaat om een 'damp' te inhaleren die net zo aanvoelt en er uitziet als gewone rook. Elektronische sigaretten vallen onder de wetgeving van tabaksproducten als ze tabaksextracten bevatten, of onder de wet op de geneesmiddelen als ze nicotine bevatten of als ze melding maken van therapeutische indicaties (bijvoorbeeld ‘helpt bij het stoppen met roken’). In de wetgeving over het rookverbod vallen alle elektronische sigaretten onder ‘soortgelijke producten’. Ze zijn dus verboden op alle plaatsen waar een rookverbod geldt.

 

Basisrecht

De niet-roker kan zich op deze basisrechten beroepen om een rookvrije omgeving op te eisen.

  • Belgische Grondwet
    Het recht op bescherming van de gezondheid wordt gegarandeerd door de Belgische Grondwet. Artikel 23 bepaalt dat ieder mens ongeacht zijn financiële of administratieve situatie het recht heeft in de best mogelijke lichamelijke en mentale gezondheid te verkeren. Hetzelfde artikel stelt dat iedereen recht heeft op de bescherming van een gezond leefmilieu.
  • Grondrechten van de Europese Unie
    Het recht op gezondheid wordt ook expliciet vermeld in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Zo stelt artikel 35 dat het beleid en de maatregelen van de Unie een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid moeten waarborgen.
  • Wereldrecht
    Het recht op bescherming van de gezondheid is tevens verankerd in de Beginselverklaring van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), in het Charter van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en in het Verdrag van de Rechten van het Kind.

Kortom, het recht op een rookvrije omgeving is een basisrecht. Iedereen heeft recht op een gezonde, rookvrije leefomgeving. Een roker heeft weliswaar het recht om te roken. Maar die vrijheid stopt waar de gezondheid van anderen in het gedrang komt.