Cijfers
Meer info
- Individuele begeleiding van patiënten door vrijwilligers
- Vragen? Bel de Vlaamse Kankertelefoon: 078/150.151
Kanker komt vaker voor bij mannen (32.508 in 2008) dan bij vrouwen (27.488). Ongeveer één man op de drie en één vrouw op de vier lopen het risico om kanker te krijgen voor hun 75ste verjaardag. De incidentie van kanker hangt zeer nauw samen met de leeftijd. De ziekte treft voornamelijk oudere personen: ongeveer twee derde van alle vrouwen en drie kwart van alle mannen waarbij kanker werd geregistreerd, is 60 jaar of ouder op het ogenblik van de diagnose. Minder dan één procent van alle kankers doet zich voor op kinderleeftijd. Kanker bij kinderen is en blijft daarmee een extreem zeldzame ziekte. In 2008 werd er bij 319 kinderen kanker vastgesteld.
Meest voorkomende tumoren
De meest voorkomende tumor bij mannen is prostaatkanker, gevolgd door longkanker en kanker van de dikkedarm. Bij vrouwen is borstkanker de meest voorkomende kanker (meer dan een derde van alle kankergevallen bij vrouwen), gevolgd door dikkedarmkanker en longkanker (bron: Cancer Incidence in Belgium 2008).
De Stichting Kankerregister heeft naast de zogenaamde 'incidentiecijfers' (over het voorkomen van kanker) ook 'mortaliteitscijfers' (over de sterfte door kanker). In 2008 stierven 26.647 Belgen van kanker, 15.095 mannen en 11.552 vrouwen. De belangrijkste doodsoorzaak bij mannen is longkanker, bij vrouwen borstkanker.
De Stichting Kankerregister brengt niet alleen in kaart hoeveel bepaalde kankers voorkomen in functie van een bepaalde leeftijd, geslacht of woonplaats. Op termijn leert het ook iets over trends, of over de impact van bepaalde behandelingen of screeningsprogramma's zoals het bevolkingsonderzoek naar borstkanker bij vrouwen van 50 tot en met 69 jaar in Vlaanderen. De kankerregistratie in België is jong, en er kan voorlopig enkel voor Vlaanderen een evolutie beschreven worden van het aantal kankers, omdat de cijfers voor Wallonië en het Brussels Gewest tot 2004 niet volledig waren.
In Vlaanderen blijkt er tussen 1998 en 2008 een stijging van het aantal borst- en prostaatkankers, hoofdzakelijk het gevolg van screeningspraktijken. Voor longkanker en bepaalde types hoofd-halskanker is er een trend merkbaar: het aantal gevallen bij mannen daalt, het aantal vrouwen met deze tabaksgerelateerde kankers stijgt.
Overlevingskansen
De vijfjaarsoverleving, d.i. het gemiddelde percentage patiënten dat vijf jaar na de diagnose nog leeft, verschilt sterk naargelang het type kanker. De laagste cijfers zijn voor long-, longvlies- en pancreaskanker, een middelmatige vijfjaarsoverlevingskans is er bij bijvoorbeeld strottenhoofd-, dikkedarm-, en baarmoederhalskanker), en een grote kans om vijf jaar te overleven is er bij melanoma (huidkanker), borst-, prostaat-, teelbal- en schildklierkanker. Concreet wil dit zeggen dat iemand die teelbalkanker krijgt 96% kans heeft om vijf jaar na diagnose nog te leven, iemand met dikkedarmkanker 63% en iemand met longvlieskanker slechts 5%.
Naast het type kanker blijkt de uitgebreidheid van de ziekte bij diagnose een belangrijke rol te spelen voor de prognose: hoe vroeger de tumor ontdekt en behandeld wordt, des te hoger de overlevingskans voor de patiënt is. De resultaten voor maligne melanoma illustreren dit goed. Als deze tumor bij een vrouw in stadium I ontdekt wordt, is de vijfjaarsoverlevingskans bijna 100%, voor stadium IV is dit slechts 28%. Dit onderstreept het belang van vroegtijdige ontdekking (bron overlevingscijfers: Stichting Kankerregister, december 2012).
Overleving duidelijk beter dan tien jaar geleden
De laatste tien jaar zijn de overlevingskansen van kanker gestegen in Vlaanderen (voor heel België kunnen we dat nog niet zeggen omdat er nog niet zo lang geregistreerd wordt). De vijfjaarsoverleving voor alle kankers is bij mannen gestegen van 55% naar 61%, bij vrouwen van 65% naar 68%. Dat komt doordat er meer kankers vroeger ontdekt worden (wat een betere overleving met zich meebrengt), door screeningsprogramma’s zoals voor borst-, baarmoederhals- en dikkedarmkanker, door de verbetering van de diagnostische technieken, effectievere behandelingen en behandelingsstrategieën. Hoewel deze evolutie langzaam verloopt, zijn de resultaten hoopgevend (bron overlevingscijfers: Stichting Kankerregister, december 2012).
Hoeveel kans heb ik?
Een van de vragen waar elke kankerpatiënt mee zit is: hoeveel kans heb ik om te genezen? Het is niet altijd gemakkelijk om daar een antwoord op te geven. De kans op genezing hangt immers van veel dingen af: van het soort kanker, van het stadium waarin de ziekte verkeert, van de leeftijd van de patiënt, de grootte van de tumor, of er al dan niet uitzaaiingen zijn, van de behandeling enz.
Toch kunnen artsen op basis van uw specifieke kanker mogelijk een voorspelling doen. Hou er echter rekening mee dat uw en elke andere situatie uniek is en dat de overlevingscijfers enkel een globaal beeld geven. Niemand kan voorspellen wat er in uw geval precies zal gebeuren. Praat erover met uw arts, hij kent uw situatie het best.
Meer dan vroeger?
Komt kanker nu meer voor dan vroeger? Er wordt zoveel over kanker gepraat en geschreven, dat het wel zo lijkt. Enkele bedenkingen daarbij:
- er zijn inderdaad kankers die meer voorkomen dan vroeger, maar ook het omgekeerde is waar. Het aantal longkankers bij vrouwen bijvoorbeeld stijgt. Maagkanker daarentegen kwam in het begin van vorige eeuw bijvoorbeeld veel meer voor dan vandaag. Men vermoedt dat dat te maken heeft met de komst van de koelkast: voedingswaren worden nu veel minder gepekeld, waardoor mensen tegenwoordig veel minder gezouten en bedorven voedsel eten.
- het is niet noodzakelijk omdat er op een bepaald moment meer kankergevallen geregistreerd worden, dat er ook een effectieve stijging is van het voorkomen van kanker. De kankerregistratie, die nieuwe kankergevallen verzamelt en registreert, verbetert namelijk steeds.






