Als kanker ook de begeerte aantast. Seksualiteit na borstkanker
Lotgenotencontact?
Linda is ook actief in de zelfhulpgroep Amazone voor vrouwen met borstkanker. Contactpersonen: Leen: 03/766.52.84, Linda: 03/779.98.26. Website: www.borstkankerwegwijzer.be. Andere zelfhulpgroepen vindt u hier (of bel de Kankertelefoon, elke werkdag van 9 tot 12 en van 13 tot 17 uur, 078/150.151).
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Na kanker moet je weer leren te leven. En soms ook weer leren te beminnen. Niet alleen jezelf, je eigen haperende lichaam, maar ook je geliefde. Want gêne die vroeger niet bestond, duikt plots wel op. Voor littekens op gehavend terrein. Na borstkanker volgde voor Linda De Jonghe (59) de rouw om verloren verlangens. 'Je bedrijft de liefde nog wel, maar de lust is weg als vrouw. In het begin is dat draaglijk. Het is dat of sterven. Maar na een tijd komt het gemis. En dat blijft.'Tekst: Nathalie Carpentier, eerder gepubliceerd in De Morgen, 10 oktober 2009, foto: Isabel Pousset, uit Leven 46, april 2010
'Ik heb er geen spijt van dat mijn borst geamputeerd is. Het was veeleer een geruststelling. Als ik moest kiezen tussen een mooie of een gezonde vrouw zijn, dan koos ik het tweede. Mijn arts aarzelde wel om mijn hele borst weg te nemen, hij vond mij te jong. Ik was net veertig geworden. Maar de tumor was kwaadaardig en zeer agressief. Mijn arts gaf me niet lang meer. Natuurlijk zou ik liever nog twee borsten hebben. Ik heb nooit een grote boezem gehad, maar ik was er wel fier op. Maar ik heb me er vrij snel bij neergelegd. De drang om te overleven was belangrijker dan mijn uiterlijk.’
‘Ik heb wel afscheid genomen van mijn borst. Tijdens mijn laatste bad voor de operatie. Dat was heel emotioneel. Toen zag ik mezelf de laatste keer als volledige vrouw. Ik heb met mijn handen mijn borst nog gestreeld. Het was de laatste keer dat ik ze nog allebei kon voelen. Het klinkt misschien belachelijk, maar ik dacht: 'Jij gaat wel verdwijnen, maar misschien red jij daar mijn leven wel mee.' Ik heb het er niet zo moeilijk mee gehad dat ik nog maar één borst heb. Mijn man ook niet. We hebben daar heel open over gepraat. Voor hem primeerde het samenzijn. We stonden ervoor en we zouden ons er samen doorslaan. Ze zeggen soms dat je kanker met twee beleeft, voor ons klopt dat.’
‘Toen ik wakker werd na de operatie, voelde het toch alsof ik iets miste. Ik heb overal in de kamer gezocht naar mijn borst. Een heel akelig gevoel is dat. Ze nemen je een heel intiem stukje af dat alleen van jou is geweest. Wat hadden ze ermee gedaan? Stel dat dat gekoesterde stukje van mij in een vuilbak was gegooid? Natuurlijk wist ik best waar mijn borst was. Meegenomen naar het laboratorium voor weefselonderzoek. Ook dat voelde alsof ze me zo nog eens verminkten. Toch bleef ik zoeken. Ik kon de gedachte niet verdragen dat mijn borst daar ergens bij het afval zou eindigen. Daarvoor was de waarde te groot voor mij.’
‘Gelukkig kon ik die angsten kwijt bij mijn man, zo kon ik het laten rusten. Mijn borst verliezen vond ik minder erg dan in de menopauze gekatapulteerd worden. Ik was zelf nog jong, mijn man ook. Ik heb jarenlang een zware hormoonbehandeling gekregen, Zoladex, een soort kankerremmer. Daarmee belandde je in een klap in de overgang. Mijn arts was tegen de behandeling omdat ze erg zwaar was, ik koos er toch voor. Op dat ogenblik gaat het over je leven. Ik was moeder, mijn zoontje was tien. We waren jarenlang kinderloos geweest. Als je dan toch een kindje op de wereld gezet hebt, dan kun je dat toch niet achterlaten voor het groot genoeg is om verder te kunnen zonder jou?’
Ik heb overal in de kamer gezocht naar mijn borst. Een heel akelig gevoel is dat. Wat hadden ze ermee gedaan? Stel dat dat gekoesterde stukje van mij in een vuilbak was gegooid?’
‘”Met deze spuit hormonen ben je meteen tien jaar ouder en tien kilo zwaarder”, zei mijn arts toen hij het me die eerste keer gaf. Ik wist dat het een domper kon zetten op mijn seksleven, dat mijn libido sterk kon verminderen. Dat waren vrij normale neveneffecten van de behandeling. Maar je beseft niet wat dat betekent tot je het ervaart. “Als het dat maar is”, reageerde ook mijn man in de auto na die consultatie. Ik was daar niet mee bezig toen. Hij ook niet. Ik wilde vooral blijven leven.’
‘Tot de therapie aanslaat. Je bedrijft de liefde nog wel, maar de lust is weg als vrouw. De goesting. Het kan ook pijn doen als je vrijt, omdat je fysiek niet meer opgewonden raakt. Vochtig worden is voorbij. Er is je geen tijd gegund om er geleidelijk aan te wennen, zoals bij de normale menopauze. Van de ene dag op de andere is dat weg. Alleen weet je nog wel hoe het vroeger was. Je begint dat te missen.’
‘In het begin is dat draaglijk. Het is dat of sterven, dan weet je wat te kiezen. Bij mij sloeg die behandeling ook erg goed aan. En dat terwijl mijn arts mij maar zes of acht maanden meer gegeven had. Dan neem je die verloren lust erbij. Maar naarmate de tijd verstrijkt, begin je toch weer te verlangen naar hoe het vroeger voelde. Je bent die vonkjes kwijt, de tinteling die een aanraking van je geliefde vroeger opwekte.’
‘Het viel me zwaarder dan ik had gedacht. Er is ooit geopperd om daders van seksueel misbruik chemisch te castreren. Als daar maar geen moorden van komen, dacht ik meteen toen ik dat hoorde. Als lust wegvalt, kan woede in de plaats komen. Soms kon ik ontzettend kwaad worden om wat ik onderweg verloren was.’
‘Als kankerpatiënt spreek je vaak met lotgenoten, maar met deze vragen blijf je alleen. Ik weet van de spierpijn of oververmoeidheid van anderen, maar zodra het over seksualiteit gaat, klapt bijna iedereen toe. Eén keer hebben we een seksuologe uitgenodigd in onze praatgroep. Die goochelde met cijfers en statistieken. Welke boodschap hadden wij daaraan? (boos) Sommigen durven zelfs te suggereren dat het tussen onze oren zit.’
Als lust wegvalt, kan woede in de plaats komen. Soms kon ik ontzettend kwaad worden om wat ik onderweg verloren was.’
‘Ik ken andere patiëntes die gestopt zijn met die hormoonbehandeling. Ze konden dat kruis niet dragen. Omdat ze zich zo graag nog eens echt voluit vrouw wilden voelen onder de aanraking van een man. Het gemis was te groot. Ze waren nog jonger dan mij. Kort nadat ze die behandeling hebben stopgezet, zijn enkelen van hen overleden. Dus ik durfde eerst niet te stoppen, mijn arts ook niet.’
‘Natuurlijk zijn er hulp- en glijmiddeltjes, maar dat blijven noodmiddeltjes. Het natuurlijke, ongedwongene is weg. Als er niets aan de hand is, mondt geknuffel met je geliefde vanzelf uit in meer, zonder nadenken. Dat gaat niet meer. Soms spookt dat door mijn hoofd. Dan bedenk ik wat ik nog allemaal moet doen voor ik bij mijn man in bed kruip. Mijn bril afzetten, mijn prothese uitdoen en mijn 'potje' glijmiddel naast mijn bed zetten. Het spontane is eraf, het wordt allemaal zo gepland.’
‘Voor echte conflicten heeft het bij ons nooit gezorgd, net omdat we erover konden praten. Omdat we samen zochten. Je kunt je partner ook anders bevredigen, jezelf ook. Je begint ook veel meer waarde te hechten aan andere intimiteit. Het verlangen om te knuffelen en te strelen is gegroeid bij mij.’
‘Ik weet dat relaties hieraan kunnen kapotgaan, dat sommige koppels elkaar niet meer aanraken. Mijn man heeft nooit aarzeling of gêne gevoeld om mij daar te strelen. “Je hebt toch nog een borst? Voor mij ben je dezelfde Linda”, was zijn antwoord. Zo voelde ik mij ook. Ook de eerlijkheid van een kind kan emotionele muren slopen. Toen ik na de operatie thuiskwam, liep mijn zoontje naar me toe: “Mam, mam, kleed je uit! Ik wil dat eens zien!” Ik zie mij nog staan, net terug uit het ziekenhuis, mijn valies nog in de hand. Nu? Hier?, dacht ik.’
‘Ik heb eventjes geslikt, maar heb mij uitgekleed. Hij heeft mij eens goed bekeken, zei: “Ha, ziet dat er zo uit? Dan is het goed.” En daarmee was de kous af. Toen hij al wat ouder was en mij naakt zag in de badkamer, heb ik het onderwerp zelf nog eens durven aan te snijden: “Als jij later een liefje hebt, zal dat een vrouw zijn met twee borsten.” Hij antwoordde dat hij al niet meer zag dat ik maar één borst had. Zo gewoon was dat voor hem geworden.’
Als kankerpatiënt spreek je vaak met lotgenoten, maar met deze vragen blijf je alleen. Zodra het over seksualiteit gaat, klapt bijna iedereen toe.’
‘Vandaag is het mode om een decolleté te dragen. Er zijn andere patiëntes die dat verschrikkelijk vinden, ik niet. Ik ben nooit jaloers geweest op vrouwen die nog wel hun beide borsten hadden. Sommige vriendinnen trekken speciaal voor mij een gesloten truitje aan, dichtgeknoopt tot aan hun hals, om mij niet te kwetsen. Dat hoeft niet. Ik durf nu ook nog een uitgesneden kleedje aan te trekken. Of kun jij zien welke mijn echte borst en welke mijn prothese is? Die stap moet je overwinnen.’
‘Intussen ben ik al jaren gestopt met die hormoonbehandeling. Dat het veel beter voelt, zou ik niet meteen zeggen. Het is zeker niet slechter geworden. Maar die vonkjes zijn nooit meer zoals vroeger geweest. Misschien omdat ik intussen ook al echt wat ouder ben, dat kan. Hoe ga je daarmee om? Met veel begrip ván maar ook vóór je partner. Toen ik de diagnose kreeg, was mijn man ook nog vrij jong.’
‘Als we al die jaren nooit meer hadden gevreeën, zou hij hier nu misschien ook niet meer zijn. Ik kan begrijpen dat relaties hierop stranden, maar je mag ook niet alle verantwoordelijkheid bij je partner leggen. Er zijn vrouwen die zich jarenlang niet meer voor hun man durven uit te kleden. Ik vind het niet zo vreemd dat een man dan na een tijdje ook oog krijgt voor een andere vrouw. Jij moet ook je eigen angsten proberen te overwinnen.’
‘Natuurlijk kan mijn man morgen verliefd worden op iemand anders. Dat kan altijd. Elke vrouw zal daar wel eens aan denken. Zeker als je vreest dat je geliefde iets mist bij jou, dat één van jullie twee er niet mee zou kunnen leven. Ik heb hem dat verteld. Mijn man droomde ook nog wel van hoe het vroeger was, maar hij had geen behoefte aan een ander. Nu zijn we daardoor gegroeid. Een beetje gezonde jaloezie kan geen kwaad. En in een goede relatie trekt de ene de andere weer rechtop.’
‘Je moet vooral het gesprek nooit uit de weg gaan, niet doen alsof die lust niet bestaat. Als wij voorbij een lingeriewinkel wandelen, bespreken we ook nog welk modelletje we mooi vinden. Als je dat niet aankunt, als je eist dat ook je partner daar niet meer naar kijkt en je elke communicatie daarover onmogelijk maakt, gaat het niet. Bij ons is het gelukt. Hoe ouder we worden, hoe beter. Wij zijn 37 jaar getrouwd en wij liggen hier nog heel vaak hand in hand. Ons heeft het niet klein gekregen.’






