Adèle en Fernand, een koppel vecht tegen kanker
Meer lezen
Lotgenotengroep Kahlerpatiënten
Johan Creemers, tel. 089/35.43.66, e-mail: info@cmp-vlaanderen.be of www.cmp-vlaanderen.be.
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Al 53 jaar zijn ze getrouwd, Fernand en Adèle, twee oorlogskinderen, geboren in de jaren 30. "Met zo'n lange huwelijksstatus zijn we zeldzaam, bijna antiek", lacht Fernand. Het voorbije jaar bonden ze samen de strijd aan tegen multipel myeloom, Adèles kanker in het beenmerg. Het veranderde hen allebei. "Ik was vroeger een echte kuismaniak", lacht Adèle. "Dat is gelukkig voorbij en Fernand, die is op zijn oude dag nog een beetje een nieuwe man geworden." Tekst: Carla Rosseels, uit Leven 32, oktober 2006
Bijna negen jaar geleden kreeg Adèle voor het eerst te horen dat ze de ziekte van Kahler had, een ongecontroleerde groei van plasmacellen in het beenmerg. Omdat de aandoening zich tot haar bekken beperkte, werd ze bestraald en was ze er snel weer bovenop. Zeven jaar ging het goed maar na een controle bleek het resultaat opnieuw slecht.
"De ziekte was uitgezaaid naar de rest van mijn botten", vertelt Adèle. "Deze keer volgde een zware behandeling. Eerst zes maanden chemotherapie, daarna drie weken isolatie in een steriele kamer en dan een zware stamceltherapie. Ik was doodop, kon niet eten en raakte steeds meer afgetakeld en uitgemergeld. Gelukkig sloeg de behandeling aan en sinds drie maanden ben ik weer op de been. Ik ben al die tijd fantastisch begeleid door de dokter van het ziekenhuis. Hij zegt dat ik kans heb om nog tien jaar te leven. Fantastisch, niet? Tegen die tijd ben ik 85, dan kan ik al van iets anders gestorven zijn."
Fernand en Adèle zijn er het koppel niet naar om de moed te laten zakken. Als oorlogskinderen kenden ze erg moeilijke tijden en hebben ze honger geleden. Ook later als jong getrouwd paar spaarden ze soms het eten uit hun mond om hun twee dochters te voeden. Maar langzamerhand ging het beter en bouwden ze een toekomst op. Hun dochters kwamen goed terecht en zelf stortten de twee zich naderhand op hun hobby's: als veertigers alpineskieën, en later, als zestigers, samen verre reizen maken. Ze bezochten China, Amerika, Peru, Indonesië, Egypte, Zuid-Afrika en Mexico. Hun vijftigste huwelijksverjaardag vierden ze samen in Venetië.
Klap in het gezicht
Niet lang daarna volgde het verdict dat Adèle opnieuw kanker had. "Dat is een klap in je gezicht", vertelt Fernand. "Ik was er ondersteboven van. Wij zijn al zo lang samen en plots was ik bang om Adèle te verliezen en er alleen voor te staan. Bovendien voelde ik mij machteloos. Adèle was er slecht aan toe en ik kon haar niet helpen. Ik kon het probleem niet oplossen, dat vrat aan mij. Ik probeerde haar zoveel mogelijk werk uit handen te nemen, maar dat werd mij gauw zelf te veel. Ik sukkel ondertussen zelf met mijn rug en voelde me overbelast en daar kwam ruzie van." "Fernand wou mij alles uit handen nemen, maar daar voelde ik mij ook heel slecht bij", vertelt Adèle. "Zo kreeg ik het gevoel dat ik nergens meer voor deugde." Ondertussen volgde Fernand een partnercursus bij de Vlaamse Liga tegen Kanker (zie kader, nvdr). "Dat was heel interessant", zegt hij. "Daar heb ik geleerd om Adèle niet alles uit handen te nemen, maar om haar zelf te laten proberen, ook al gaat het soms moeilijk. En als het me echt nog eens te veel wordt, spring ik even op de fiets en maak ik een ommetje, dan is het snel weer over."
Van maniakaal naar mild
Ondertussen hebben ze allebei hun draai opnieuw gevonden, maar er is wel veel veranderd. "Ik was vroeger een echte kuismaniak", bekent Adèle. "Elke dag poetste ik alles van onder tot boven. Iemand anders mocht het niet doen, want het was nooit goed genoeg. Mijn man en mijn dochters ergerden zich daar vreselijk aan, maar er was geen houden aan. Als je mij toen had verteld, dat ik dit ooit niet meer zou kunnen, zou ik ten einde raad zijn geweest. Toch is het vanzelf voorbij gegaan. Toen ik na mijn zware behandeling uit het ziekenhuis kwam, heb ik meteen aanvaard dat ik niet langer op dezelfde manier kon poetsen en ik vond het plots ook niet zo belangrijk meer. Het is hier nog steeds proper, maar ik ben veel minder maniakaal. Bovendien ben ik veel milder geworden. Vroeger had ik altijd veel commentaar op Fernand. Nu relativeer ik meer, soms heb ik nog wel bedenkingen maar ik hou ze nu voor mij. Het leven is te kort om je over kleine dingen op te winden."
Nieuwe man
Ook voor Fernand veranderde er veel. "Vroeger deed ik helemaal niets in het huishouden," vertelt hij. "Dat was voor alle mannen zo. Ik werkte buitenshuis en was vaak pas laat thuis. Maar sinds Adèles ziekte hebben we het werk verdeeld. Ik sta elke morgen als eerste op en maak koffie en ontbijt. Omdat we een kat hebben, doe ik elke dag de vloer en het tapijt. Adèle en de huishoudhulp doen de rest. 's Avonds kookt Adèle en ik doe de afwas." "Ja", lacht Adèle. "Op zijn oude dag is hij toch nog een beetje een nieuwe man geworden."
Samen zien ze de toekomst hoopvol tegemoet. "Tien jaar zou het goed moeten gaan", zegt Adèle. "Voor een tweede stamceltherapie kom ik dan vanwege mijn hoge leeftijd niet meer in aanmerking, maar misschien evolueert de wetenschap zo dat er tegen die tijd een veel simpeler oplossing is. Je weet maar nooit. En ondertussen zijn we heel blij met het leven dat we nu nog kunnen leiden."
Grote reizen zitten er niet meer in. "Dat was even wennen", zegt Fernand, "maar uiteindelijk hebben we ook de leeftijd om het wat rustiger aan te doen. Nu maken we kleine uitstappen: naar de Antwerpse Zoo, naar Planckendael of naar Bokrijk. We hebben geluk", zo besluit hij. "Veel zeventigplussers zijn heel wat slechter af dan wij."






