LinksSitemapContact
U bent hier:

19 januari 2010 - Psychosociale zorg voor kankerpatiënten nog erg ongelijk verdeeld

Meer lezen

Als je kanker hebt in Vlaanderen, ben je beter af als borstkankerpatiënt dan als darm- of prostaatkankerpatiënt. Te veel kankerpatiënten krijgen nog niet de systematische psychosociale ondersteuning waar ze recht op hebben. Dit ondanks de investering van de overheid in psychosociale zorg in de ziekenhuizen in het kader van het Nationaal Kankerplan. Dat blijkt uit onderzoek van de VLK, gepubliceerd in haar jaarlijkse onderzoeksrapport.

Enkel een betere samenwerking tussen medische en psychosociale zorgverleners en enkele structurele ingrepen kunnen volgens de VLK deze scheefgetrokken situatie rechttrekken.

Volgens het ‘Charter van de psychosociale rechten van de kankerpatiënt' heeft elke kankerpatiënt recht op kwaliteitsvolle psychosociale zorg. In het kader van het Nationaal Kankerplan van 2008 werden heel wat broodnodige middelen vrijgemaakt voor de ziekenhuizen om psychosociale zorgverleners in dienst te nemen. Naar aanleiding hiervan onderzocht de VLK de organisatie en de inhoud van de psychosociale zorg in acht Vlaamse ziekenhuizen. Ze detecteerde daarbij enkele knelpunten.

Zo blijkt de psychosociale begeleiding sterk afhankelijk van het type kanker. Voor borstkanker bestaat in veel ziekenhuizen een psychosociaal zorgtraject. Op cruciale momenten in het ziekteproces zijn er systematisch contacten met een psycholoog of een sociaal werker. Speciaal opgeleide borstverpleegkundigen staan de patiënt bij tijdens de behandeling. Voor andere kankers, zoals darm- en prostaatkanker, bieden veel ziekenhuizen vaak geen systematische opvolging maar enkel een psychosociale ‘zorg op aanvraag'. Deze komt enkel van de grond als de behandelende arts de patiënten doorverwijst of hen wijst op de mogelijkheden van begeleiding.

De artsen spelen dus een sleutelrol in de psychosociale begeleiding. Zij staan niet alleen in voor een kwaliteitsvolle medische behandeling maar functioneren bij wijze van spreken ook als ‘poortwachter' om patiënten toegang te geven tot de beschikbare psychosociale ondersteuning. Wanneer de arts de patiënt niet doorverwijst of hem/haar niet wijst op de mogelijkheden, komt de psychosociale begeleiding niet of amper op gang. Dat mechanisme legt een belangrijke verantwoordelijkheid bij de artsen, maar die zijn zich daar vandaag nog niet altijd van bewust.

De VLK vraagt daarom de medewerking van de ziekenhuizen om de kloof tussen de medische zorg en de psychosociale zorg te overbruggen en zo de achterstand in de psychosociale begeleiding van niet-borstkankerpatiënten in te halen. Concreet moeten de ziekenhuizen meer investeren in de samenwerking tussen de medische zorgverleners en de psychologen of sociaal werkers. Ook binnen de groep van de sociale zorgverleners is er nood aan een duidelijkere taakverdeling tussen psychologen en sociaal werkers over wie welke zorg biedt in welke fase van het zorgtraject.

Er is ook nood aan een systematische kwaliteitsbewaking van de psychosociale zorg door intervisie, opleiding en bijscholing om het wantrouwen van verschillende artsen tegenover deze zorg weg te nemen.

De begeleiding moet volgens de VLK structureel verankerd worden in het zorgtraject door minimumcriteria voor psychosociale zorg op te nemen in het oncologisch handboek van de ziekenhuizen. Het elektronisch medisch dossier (EMD) kan gebruikt worden voor het uitwisselen van informatie tussen de arts en de psychosociale zorgverstrekker over de psychosociale problemen van de patiënt.

Ten slotte vraagt de VLK dat de overheid erop toekijkt dat de extra middelen voor psychosociale zorg ook daadwerkelijk ten goede komen van een betere begeleiding van alle kankerpatiënten.

Lees hier

 Naar het nieuwsoverzicht