LinksSitemapContact
U bent hier:

16 december 2009 - Naar een toegankelijker schuldsaldoverzekering voor ex-kankerpatiënten

Meer lezen

Verwante informatie
Ex-kankerpatiënten hebben geregeld problemen om een verzekering af te sluiten aan redelijke voorwaarden. De Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) vraagt al lang een gegarandeerde toegang tot een basispakket van verzekeringen. Een wetsvoorstel dat vorige week goedgekeurd werd, betekent een grote stap vooruit voor de toegankelijkheid van de schuldsaldoverzekering.

Wetsvoorstel schuldsaldo
Verzekeraars worden verplicht om kandidaat-verzekeringnemers duidelijk te informeren over de omvang van de medische bijpremie en over de redenen voor het aanrekenen van die bijpremie. Er komt een opvolgingsbureau dat toezicht moet houden op de redelijkheid en de objectiviteit van de aangerekende bijpremies. Wie een bijpremie aangerekend krijgt van meer dan 200% zal een beroep kunnen doen op tussenkomst van een compensatiekas. Verzekeraars en vertegenwoordigers van de consumenten  krijgen na het verschijnen van de wet in het Staatsblad zes maanden de tijd om in de Commissie voor Verzekeringen een gedragscode uit te werken. Die gedragscode moet afspraken bevatten onder andere over de inzameling van medische gegevens door de verzekeraars en over de concrete uitvoering van enkele elementen uit de wet, bijvoorbeeld over de voorwaarden waaronder kandidaat-verzekeringnemers toegang krijgen tot het opvolgingsbureau.

Het nieuwe wetsvoorstel van CD&V-volksvertegenwoordiger Katrien Partyka, dat op 3 december 2009  werd goedgekeurd, komt daarmee gedeeltelijk tegemoet aan beleidsvoorstellen die de VLK eerder al deed (.doc). Het zorgt voor een betere informatieverstrekking aan mensen die een schuldsaldoverzekering willen afsluiten. Als een verzekeraar een persoon met een verhoogd gezondheidsrisico een verzekering weigert,  bepaalde risico’s uitsluit of een bijpremie aanrekent, moet hij die persoon binnen de vijftien dagen per brief zijn beslissing meedelen. In die brief moet de verzekeraar de redenen vermelden die tot de beslissing leidden. Als een bijpremie aangerekend wordt, is de verzekeraar verplicht om de premie op te splitsen in een basispremie en een medische bijpremie. Op die manier is het voor mensen met een verhoogd gezondheidsrisico makkelijker te vergelijken tussen de verzekeraars. De verzekeraar moet de  kandidaat-verzekeringnemer meedelen dat hij of zijn behandelende arts contact kan opnemen met de arts van de verzekeraar, om meer uitleg te krijgen over de medische achtergrond van de beslissing. De verzekeraar informeert over het opvolgingsbureau en de bemiddelingsinstantie (zie verder). Hij deelt ook mee of de aangerekende bijpremie hoog genoeg is om aanspraak te maken op een tussenkomst van het nieuwe solidariteitsmechanisme.

Nieuwe beoordeling van te hoge premie mogelijk
Een verzekeringnemer die niet akkoord gaat met de voorgestelde premie krijgt de kans om een herbeoordeling te vragen, via twee wegen. Ten eerste, als de verzekeringnemer meedeelt aan de verzekeraar dat hij niet akkoord gaat met een voorgestelde premie, moet de verzekeraar het dossier nogmaals voorleggen aan zijn herverzekeraar (Een verzekeringsmaatschappij dekt zich bij een herverzekeraar in tegen het betalen van grote schadevergoedingen. De overlevingsstatistieken waarop de bijpremies gebaseerd zijn, krijgen verzekeraars doorgaans aangereikt van hun herverzekeraar.) Indien de herverzekeraar een lagere bijpremie voorstelt, krijgt de verzekerde die lagere bijpremie. In het andere geval blijft de oorspronkelijke premie behouden. Jammer genoeg bepaalt het wetsvoorstel niet dat de kandidaat-verzekeringnemer zelf een motivering van de herverzekeraar moet ontvangen over de genomen beslissing. Ten tweede wordt er een “opvolgingsbureau voor tarifering opgericht”(hier verder het opvolgingsbureau genoemd). Dit opvolgingsbureau is samengesteld uit twee vertegenwoordigers van de verzekeraars en twee vertegenwoordigers van de consumenten en patiënten. Een onafhankelijk magistraat zit voor. De taak van het opvolgingsbureau is om voorstellen tot een bijpremie te toetsen op hun medische en verzekeringstechnische objectiviteit en redelijkheid. Het opvolgingsbureau doet binnen de vijftien dagen een voor de verzekeraar bindend voorstel over een verzekeringsaanbod.

Standaardschuldsaldoverzekering voor iedereen uit compensatiekas
Er komt ook een compensatiekas voor mensen met een bijpremie van meer dan 200% van de basispremie.  Wie zo’n bijpremie aangerekend krijgt, kan een standaardverzekering krijgen. Dit is een schuldsaldoverzekering met enkele beperkingen: het verzekerd kapitaal wordt beperkt tot €200.000. De standaardverzekering geldt enkel voor een lening voor de verbouwing of de aanschaf van de eigen en enige gezinswoning. Voor wie een standaardverzekering heeft, betaalt de compensatiekas het stuk van de bijpremie dat de 200% overschrijdt. Een fictief voorbeeld: Jan (30j.) wil een lening afsluiten en zoekt daarom een schuldsaldoverzekering. Jan had 5 jaar geleden leukemie. Hij krijgt een aanbod van een verzekeraar voor een schuldsaldoverzekering met een totale premie van € 2500. De basispremie bedraagt € 500.  Zijn bijpremie is dus € 2000, of 400% van € 500. Aangezien de bijpremie meer dan 200% van de basispremie bedraagt, heeft hij recht op de standaardverzekering met een tussenkomst van de compensatiekas. Van de bijpremie van € 2000 betaalt Jan € 1000 zelf, de rest wordt vergoed door de compensatiekas. In totaal betaalt Jan € 1500 in plaats van € 2500. De wet maakt het ook mogelijk dat de drempel waarboven er terugbetaling is, per koninklijk besluit lager gelegd wordt dan 200% (in dat geval zou de bijpremie die Jan zelf betaalt dus nog lager liggen). Daarnaast zal dit koninklijk besluit ook een maximumdrempel vastleggen. Als de bijpremie hoger ligt dan deze maximumdrempel komt de kandidaat-verzekeringnemer niet meer in aanmerking voor de standaardverzekering en het solidariteitsmechanisme. De kandidaat-verzekeringnemer moet dan toch de volledige bijpremie betalen, maar het kan ook dat de verzekeraar in dit geval weigert om een verzekering aan te bieden. De compensatiekas wordt gefinancierd door de kredietverstrekkers (zoals de banken) en  door de verzekeraars.  

Gedragscode voor verzekeraars
Het wetsvoorstel bepaalt ook dat de Commissie voor Verzekeringen (een adviesorgaan van de overheid) binnen de zes maanden na het verschijnen van de wet in het Belgisch Staatsblad een gedragscode moet uitwerken over schuldsaldoverzekeringen. De gedragscode gaat onder andere over de medische informatie die verzekeraars opvragen voor ze een verzekeringsaanbod doen. De gedragscode moet afspraken bevatten over de inhoud van een standaard medische vragenlijst en over het gebruik van die medische vragenlijst. Afspraken over het gebruik moeten bijvoorbeeld vastleggen voor welke geleende bedragen een standaard medische vragenlijst geldt. Het wetsvoorstel wijst erop dat deze afspraken moeten overeenstemmen met de privacywet en met het “Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.” Er komen ook afspraken over de gevallen waarin de verzekeraars een bijkomend medisch onderzoek mogen vragen. Indien de Commissie voor Verzekeringen er niet in slaagt om binnen de zes maanden een gedragscode op te stellen, zal het gebruik van medische vragenlijsten per koninklijk besluit geregeld worden. Het wetsvoorstel roept ten slotte een bemiddelingsorgaan in het leven dat geschillen over de toepassing van de gedragscode zal proberen op te lossen.

Nog veel vragen onbeantwoord
Hoewel de basisverzekeringsdienst nog veraf is, zal de schuldsaldoverzekering dankzij dit wetsvoorstel voor een deel van de ex-kankerpatiënten toegankelijker worden. Ook de informatieverstrekking aan kandidaat-verzekerden en de controle op de objectiviteit en de redelijkheid van bijpremies of weigeringen wordt beter geregeld. Het wetsvoorstel is dus zeker een stap in de goede richting. Maar het laat nog veel vragen onbeantwoord en schuift belangrijke beslissingen door naar de gedragscode. Het belang van het opvolgingsbureau bijvoorbeeld hangt in grote mate af van de voorwaarden die bepalen wie er zich tot het bureau kan richten (vanaf welke bijpremie en na hoeveel weigeringen?). De gedragscode zal dit regelen. Het is overigens maar de vraag of de Commissie voor Verzekeringen een geschikte plek is voor het uitwerken van zo’n gedragscode. In de Commissie zijn de vertegenwoordigers van de verzekerings- en de financiële ondernemingen in de meerderheid, de vertegenwoordigers van de consumenten in de minderheid – en dat terwijl het veel eenvoudiger zou zijn om een goede gedragscode tot stand te brengen in een paritair samengestelde vergadering, zoals dat het geval is bij het sociaal overleg tussen vakbonden en werkgevers.

Naar het nieuwsoverzicht